Door HANS AARSMAN

Gisteren zijn twee helden van hun voetstuk gevallen. Harrison Ford en Alberto Tomba.

In een filmtijdschrift zag ik staan dat Ford, de onverschrokken durfal uit Starwars, Raiders of the lost ark en Witness, een oorringetje heeft genomen. Het stond bij de nieuwtjes. Moet ik het geloven? Ik voel me opeens zo oud.

Altijd gedacht dat bij mij de aftakeling zijn intrede deed, toen de rimpels kwamen en de ledematen stroever werden, maar het moet al veel eerder bergafwaarts zijn gegaan. Toen het voor mannen mode werd om gaatjes in de oren te prikken, is bij mij de veroudering begonnen. Ik heb indertijd mijn schouders opgehaald, aan die ijdele lariekoek deed ik niet mee. Niet wetend dat ik mezelf daarmee al vroeg op een zijspoor zette. Je keert de tijdgeest de rug toe, je neemt afscheid van het heden, je hoort er niet meer bij. Ik was in de veronderstelling dat het zo'n vaart niet zou lopen, ik was immers niet de enige die wars was van dat verwijfde gedoe. En dan moet je lezen, dat ook het mannelijk boegbeeld Harrison Ford overstag is gegaan.

Gisterenavond verscheen Alberto Tomba in Sports on top (20.16 uur NED 2). Daar ging held nummer twee. De grote Tomba deed zijn mond open, een uur lang. Ik kon zijn tong inderdaad zien zitten, maar iets zinnigs heb ik niet gehoord. Dat je ongenadig hard langs paaltjes kunt skiën, dat overal ter wereld vrouwen aan je lippen hangen, zelfs al ben je een beetje lijvig, is blijkbaar geen garantie dat je iets te melden hebt. Wat zou hij in hemelsnaam tegen die vrouwen zeggen? Of hoeft hij alleen maar te melden dat hij Alberto Tomba is, en daar hangen ze al? Hij heeft zijn hoofd mee, dat moet gezegd. En hij is rijk, puissant rijk.

Zelf heb ik nog nooit geskied, het is de tijdgeest, hè, altijd moeite gehad met de tijdgeest. Iedereen skiet, maar Zapman niet. Toch ken ik de sensatie van rakelings langs paaltjes scheren. Toen ik na Sports on top van het adres waar ik televisie kijk naar huis fietste, heb ik weer op volle snelheid de drie bochten genomen waar middenop het fietspad paaltjes staan. Nooit kan ik het laten om met doodsverachting langs de stoeprand te scheren, en net niet tegen zo'n fietspaaltje te knallen. Ik ben er met de jaren erg goed in geworden, maar niemand die het ziet.