DIE ZEIT

In Die Zeit kijkt oud-hoofdredacteur Marion Gräfin Dönhoff terug op de activiteiten van de eminente Duitse vertaler en Polen-deskundige Karl Dedecius. Deze week neemt de inmiddels 76-jarige afscheid van het in 1979 door hem in Darmstadt opgerichte Polen-instituut.

Geen Duitser, aldus Dönhoff, heeft deze eeuw zoveel voor de Pools-Duitse betrekkingen gedaan. Geboren in de Poolse stad Lódz en schoolgegaan tussen Duitsers, Russen, Polen en joden was hij na de oorlog de aangewezen figuur om een groeiend Duits publiek kennis te laten maken met de achter het IJzeren Gordijn verdwenen Poolse literatuur. Naast de negentig boeken die hij vertaalde, van schrijvers als Czeslaw Milosz en Wislawa Szymborska tot Zbigniew Herbert en Tadeusz Rózewicz, introduceerde de autodidact Dedecius de Poolse cultuur in tien eigen boeken.

Dönhoff voert Dedecius fabelachtige taal- en inlevingsvermogen in de eerste plaats terug op zijn levensloop. Opgegroeid in het land waar literatuur gelijk stond aan geschiedenis en vaderland, belandde hij als Duits soldaat na de slag om Stalingrad zeven jaar in Russische gevangenschap. Van nabij ondervond hij hoe de Poolse taal en literatuur een continue kracht bleef tussen de orthodoxe Russen, de katholieke Habsburgers en de protestantse, op orde gerichte Pruisen die Polen bevolkten.