Cursus 'fietsenmaker in het recht'

De Rijksuniversiteit Leiden heeft een cursus opgezet voor beslastingcontroleurs die snel meester in de rechten willen worden.

ROTTERDAM, 12 JAN. Drieëndertig ambtenaren van de Belastingdienst zijn vorige week begonnen aan de spoedcursus van 78 lesdagen voor de meesterstitel. Ze doen de opleiding naast hun werk, één dag in de week, twee jaar lang. Als de belastingcontroleurs zijn afgestudeerd, kunnen ze inspecteur worden, een rang hoger. Ze verdienen dan twee- tot vijfduizend gulden bruto per maand méér dan nu.

Het Ministerie van Financiën laat zijn controleurs studeren als ze dat willen, dat is afgesproken in de CAO. En het komt, toeval of niet, ook nog eens zo uit dat er de komende jaren veel nieuwe inspecteurs nodig zijn. Dit jaar zullen er, naar wordt verwacht, al zo'n honderd vacatures zijn.

De Leidse faculteit doet mee, zegt dr.B. van Velthoven, secretaris van het bestuur van de juridische faculteit, “om de gaten te vullen”. De rechtenfaculteit trekt steeds minder studenten. In zeven jaar liep het aantal eerstejaars terug van ruim 1100 tot ruim 600. En dat betekent: steeds minder inkomsten. Leiden ging op zoek naar nieuwe geldschieters.

De ambtenaren zijn niet de eersten die een stoomcursus rechten volgen in Leiden. De Federatie van Belastingadviseurs, de beroepsorganisatie van belastingconsulenten, vroeg al eind 1996 om een opleiding die van adviseurs in korte tijd meesters in de rechten zou maken. De titel doet het goed in de adviespraktijk. De faculteit maakte een speciaal programma van ongeveer zeventig lesdagen, in anderhalf jaar. De cursus kost de deelnemers 17.500 gulden (aftrekbaar van de belasting, op 800 gulden na). De studenten hadden al een opleiding van zes jaar gevolgd om adviseur te worden, met fiscaal-juridische vakken. Leiden vond dat ze veel vrijstellingen verdienden. Afgelopen zomer begonnen 90 adviseurs aan de verkorte opleiding.

De Belastingdienst hoorde ervan, en wilde ook. Geen probleem, zei mr. I.Sanders, coördinator van de verkorte opleiding, maar dan moest het wel snel worden geregeld. Zo konden de belastingambtenaren nog dezelfde tentamens doen als de adviseurs.

Freek Exterkate, secretaris van de Vereniging van Referendarissen en Hoofdcontroleurs van 's Rijks Belastingen: “ Wij vroegen al jaren om zo'n korte opleiding. En opeens, als een donderslag bij heldere hemel, was die er.” De controleurs kregen een week tijd om zich in te schrijven. Exterkate zelf was toen net met vakantie, hij kon niet meer meedoen.

Honderdtwaalf ambtenaren meldden zich aan. De hoofden van de diensteenheden maakten de eerste selectie: wie zich te lang met één vakgebied had beziggehouden, kwam niet in aanmerking. Wie de kantjes er afliep, ook niet.

Tien van de dertig ambtenaren die uiteindelijk door de universiteit werden geselecteerd en toegelaten, na informeel overleg met de Belastingdienst, hadden geen VWO-opleiding. Zij moesten nog langs de Bijzondere Toelatingscommissie. Maar dat was alleen voor de vorm. Leiden vindt dat de driejarige controleurs-opleiding, die nooit officieel erkend is, genoeg achtergrond biedt voor een wetenschappelijke studie. B. van Velthoven, secretaris van het Leidse faculteitsbestuur: “Wij hebben ons een beeld gevormd van hun niveau, we vinden dat het zo kan.”

De rechten-cursus voor de belastingambtenaren duurt een half langer dan die voor belastingadviseurs. Ze krijgen meer lesdagen, omdat hun eerdere opleiding, tot belastingcontroleur, lager en korter was dan die van de adviseurs. En ze betalen bijna tienduizend gulden meer. Voor die aanvullende lessen, én omdat de Federatie van adviseurs zelf de administratie verzorgt en collegezalen huurt. Het ministerie liet dat over aan de Leidse universiteit.

De opleiding levert Leiden honderddrieëntwintig nieuwe studenten op, en een bedrag van tussen de anderhalf en twee miljoen gulden.

Maar wat voor meesters in de rechten zullen er afstuderen? Specialisten in fiscaal recht, dat kan bijna niet anders. Maar verder?

Een gewone student rechten bijvoorbeeld krijgt wekenlang burgerlijk recht in de propedeuse. Daarna nog eens wekenlang in het doctoraal. Een gewone student is op de meeste faculteiten ook verplicht om vakken te volgen als rechtssociologie, rechtsgeschiedenis en rechtsfilosofie. De belastingcontroleur moet het doen met elf dagen burgerlijk recht in de propedeuse, waar rechtsgeschiedenis bij hoort. En veertien dagen burgerlijk recht in het doctoraal, waar dan ook meteen de geschiedenis van het belastingrecht onder valt.

Prof. dr. P. Akkermans, rector-magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam, moet weinig hebben van de verkorte opleiding voor de meesterstitel. “Ze leren er vooral techniek, en weinig beschouwing, rechtstheorie, academische vorming. Zo leid je fietsenmakers in het recht op.”

De juridische faculteit van Tilburg heeft niets tegen verkorte opleidingen. Tilburg heeft zelf al jaren zo'n cursus, waar ook belastingadviseurs zich voor inschrijven. Die opleiding duurt twee keer zo lang als in Leiden, drie jaar, en is veel goedkoper: studenten betalen het normale bedrag aan collegegeld. Voor drie jaar is dat zo'n 6000 gulden. Belastingcontroleurs mogen daar niet aan meedoen. Tilburg vindt dat die te laag zijn opgeleid. Maar als het Ministerie van Financiën de Tilburgse universiteit had gevraagd om zo'n cursus, dan had Tilburg graag een voorstel gedaan voor controleurs die meester in de rechten willen worden. Misschien iets langer, met minder vrijstellingen dan in Leiden, maar ook goedkoper. Prof. dr. P. Essers, voorzitter van de vakgroep belastingrecht in Tilburg, stuurde al in december een brief naar de Belastingdienst, omdat hij geruchten had gehoord over de verkorte opleiding in Leiden. Hij was onaangenaam verrast, en wilde weten hoe het zat. “Dit lijkt op gedwongen winkelnering.”

Nee, het ministerie heeft niet gezocht naar een universiteit die misschien een goedkoper voorstel had. Henk Bom van de Belastingdienst, de man die voor het ministerie met Leiden onderhandelde: “We wisten dat Leiden een prima cursus had voor belastingadviseurs. Verder had ik eigenlijk geen inzicht in wat er was aan mogelijkheden. Of het goedkoper had gekund, weet ik niet. Het moest allemaal heel snel.”