Woordenbrij

De laatste alinea's van het artikel 'De taal vertelt' van S. Montag (Z 3/1) is mij uit het hart gegrepen. Het gedeelte dat begint met “We leven in een tijdperk van snelle verandering”, sluit volledig aan bij mijn dagelijkse beleving van de gesproken moedertaal. Het is verschrikkelijk te moeten horen (horen, want verstaan is al vaak niet meer het geval), hoe de versnelling van onze maatschappij en de globalisering doordringen in ons taalgebruik.

Het gevolg is dat wat gezegd wordt, óf door de snelheid waarmee wordt gesproken, grotendeels onverstaanbaar wordt, óf door erin aangewende accenten (vooral het op z'n Amerikaans uitspreken van de letter R is erg in de mode), dusdanig afwijkt van zoals wij het gewend zijn, dat wij de neiging hebben Nieuws en Commentaren maar aan ons voorbij te laten gaan.

Inderdaad: woordenbrij. En wij luisteren niet eens naar Veronica of popstations. Om dan nog maar te zwijgen van de inhoud van de advertentie in ditzelfde bijvoegsel van de TU Delft voor de werving van aio's.

Het jargon zal in die kringen wel gemeengoed zijn, maar zolang er degelijke Nederlandse woorden zijn om de begrippen 'dedicated', 'span of control', 'economy of scale' te omschrijven, vraag ik me af waarom we die dan niet gebruiken. Want als we ons dat nu niet aanwennen, weten we straks niet eens meer hoe we ons in het Nederlands moeten uitdrukken. Natuurlijk, een taal leeft en verandert, er komen woorden bij en er verdwijnen woorden. Maar dat is nog geen reden om het gebruik van ABN maar overboord te gooien en ons klakkeloos over te leveren aan taalverziekende modepraat.