Wijers betaalt stroomsector

DEN HAAG, 9 JAN. De overheid betaalt fors mee aan de nieuwe opzet van de stroomproductie: de vorming van één landelijk Grootschalig Productiebedrijf (GPB) dat op commerciële basis gaat werken. Ook de elektriciteitsverbruikers betalen een stukje van de rekening via een heffing van 0,1 tot 0,2 cent per kilowattuur.

In een brief aan de Tweede Kamer heeft minister Wijers (Economische Zaken) gisteren meegedeeld bereid te zijn tot een bijdrage om het GPB een goede financiële start te geven. Het eigen vermogen van het bedrijf, dat per 1 april a.s wordt gevormd door een fusie van de vier bestaande regionale productiebedrijven, is te laag om de concurrentiestrijd in een geliberaliseerde Europese energiemarkt aan te kunnen. Daarom willen de minister en de aandeelhouders eerst schoon schip maken door het GPB te bevrijden van de kosten die voortvloeien uit onrendabele investeringen (2 miljard gulden) die in het verleden mede op verzoek van de overheid zijn gedaan, in het kader van het milieubeleid.

Het gaat hier vooral om stadsverwarmingsprojecten en de proefinstallatie Demkolec voor kolenvergassing in het Limburgse Buggenum. Demkolec is een centrale met een vermogen van 250 megawatt die veel milieuvriendelijker is dan gewone kolenstook. De stroomsector hoopt in de toekomst door de bouw van een grote kolenvergassingscentrale de groeiende afhankelijkheid van alleen aardgas te temperen.

De grootste bijdrage die de overheid levert, komt uit een geleidelijke invoering van de Vennootschapbelasting voor het GPB en de aandeelhouders, de 35 distributiebedrijven in Nederland. De jaaropbrengst daarvan wordt geschat op 600 miljoen gulden. In 1998 en 1999 genieten de bedrijven nog vrijstelling; daarna wordt het tarief trapsgewijs opgevoerd van 3,5 procent tot 35 procent in 2007.

Daarenboven gebruikt Wijers nog 200 miljoen gulden uit een fonds voor verevening van tarieven, dat hem ter beschikking staat. Verder dragen de aandeelhouders van het GPB bij door de eerste jaren een “terughoudend dividendbeleid” te voeren en van 1997 tot 200 samen jaarlijks 400 miljoen gulden bij te dragen aan het wegwerken van de niet-rendabele kosten. Het gat dat daarna nog resteert mag worden opgevangen door een heffing op de tarieven voor transport van stroom via het openbare netwerk. De verbruikers betalen al 0,15 cent per kilowattuur voor de verliezen op stadsverwarming en er komt een extra heffing van 0,1 tot 0,2 cent tot 2002 voor Demkolec. Wijers verwacht dat die verhoging wordt gecompenseerd door lagere elektriciteitsprijzen.