VULKANISCHE ACTIVITEIT AANGETROFFEN IN HET HEEL HOGE NOORDEN

Aardonderzoekers uit Kiel hebben op 87 graden noorderbreedte sporen gevonden van vulkanische activiteit: de hoogste breedte waarop dit tot nu toe is gelukt. De sporen bestaan uit splinters donkerbruin vulkanisch glas op de bijna 4500 meter diepe zeebodem bij de Gakkelrug, een van de minst bekende midden-oceanische ruggen op aarde.

De Gakkelrug, vroeger Nansenrug geheten, is de voortzetting van de Middenatlantische rug en de Reykjanesrug. Hij loopt van het noorden van de Groenlandzee naar het noorden van de Laptewzee (Noord-Siberië) en scheidt de Euraziatische plaat van de Noord-Amerikaanse plaat: twee van de twaalf tot vijftien starre platen of schollen waaruit de aardkorst is opgebouwd.

De 1800 kilometer lange Gakkelrug is een spreidingsgebied. Tijdens het uit elkaar bewegen van de aangrenzende aardschollen komt materiaal uit de mantel van de aarde naar boven, waardoor nieuwe aardkorst wordt gevormd. Aan deze rug vindt de 'spreiding' echter plaats in het traagste tempo dat men tot nu toe op aarde heeft gemeten: 8 tot 15 millimeter per jaar. Tot voor kort was het nemen van bodemmonsters langs deze arctische rug vrijwel onmogelijk door het altijd aanwezige pakijs. Maar in 1991 gelukte het met het Duitse onderzoeksschip Polarstern monsters van de zeebodem te nemen op het noordelijkste punt van de rug: op 3° van de geografische noordpool.

Onderzoek op de universiteit van Kiel laat zien dat zich op dit noordelijke punt op het sediment van de zeebodem een dunne laag van stukjes vulkanisch glas bevindt. Deze stukjes zijn vrijwel zeker ontstaan door het versplinteren van de kussenlava's die kenmerkend zijn voor onderzeese vulkanische uitvloeiingen. Door de zeer hoge waterdruk kon het naar buiten sijpelende magma niet ontgassen en zijn de glassplinters bijna geheel vrij van blaasjes. Uit het ontbreken van sediment boven de splinters leidt men af dat het uitvloeien niet langer dan enkele tientallen jaren en hooguit enkele eeuwen geleden kan hebben plaatsgehad (Earth and Planetary Science Letters 152, p. 1).

Het is voor het eerst dat op de bodem van de Noordelijke IJszee jong vulkanisch materiaal is gevonden.