Veenstra: Rapport-Bakkenist werd ingrijpend gewijzigd

Ex-korpschef J. Veenstra wil dat ook de koppen rollen van de nummers één tot en met drie van de Groningse justitie, twijfelt over burgemeester Ouwerkerk en vindt dat het bureau Bakkenist niet onafhankelijk was.

ZUIDHORN, 10 JAN. Wanneer ging het mis met de verhoudingen in de driehoek in Groningen? Jaap Veenstra hoeft er niet lang over na te denken. “Hoe lang is Daverschot hoofdofficier? Vier jaar? Dan ging het vier jaar geleden mis.” Dan gaat de telefoon voor de zoveelste keer. Veenstra pakt de hoorn. “Hai, moe”, zegt hij. En na een korte stilte: “Ja, dat is nou eenmaal de functie hè”. Veenstra gaat de rest van het telefoongesprek over in plat-Gronings. “Dat was mijn moeder”, zegt hij daarna.

J.J. Veenstra (55) heeft sinds oudejaarsdag in “een film geleefd”, vertelt hij in zijn huis in het Groningse Zuidhorn. De woonkamer staat vol met bloemen van mensen die hem steunen. Hij besloot afgelopen woensdag op te stappen als korpschef in Groningen. Een uitgelekt rapport van bureau Bakkenist was de aanleiding. Dit rapport bevat harde kritiek op het slechte functioneren van politie en justitie en in het bijzonder op de verstoorde verhoudingen tussen hem, hoofdofficier R. Daverschot en burgemeester H. Ouwerkerk. “Niemand heeft gezegd dat ik weg moest. Het is mijn eigen beslissing geweest.”

Maar hij voelt zich wel gepakt, want door het uitlekken van het rapport raakte hij in een week tijd zo beschadigd, dat hij zelf vond dat hij niet kon blijven zitten. Door de rellen in de nacht van 30 op 31 december in de Oosterparkwijk was hij al zwaar in de problemen geraakt, nadat de politie daar veel te laat had ingegrepen. “In het rapport stond precies wat een week eerder zo duidelijk was geworden. Het korps kon ik niet nog wekenlang negatief in het nieuws laten staan. Ik hoop dat mijn vertrek oplossingen snel dichterbij brengt.” Hij heeft sterke vermoedens dat justitie het rapport heeft laten uitlekken om hem te beschadigen en het eigen straatje schoon te vegen.

Het concept-rapport van Bakkenist, dat was opgemaakt naar aanleiding van de affaire rond de valselijk van incest beschuldigde oud-politiechef Lancée, kreeg hij vlak voor kerst onder ogen. Het was volgens Veenstra veel milder over hem en veel kritischer over Daverschot. Vervolgens is het in de driehoek met de onderzoekers besproken. “Die bespreking zie ik in het geheel niet terug in de eindversie.” Veenstra zet vraagtekens bij de onafhankelijkheid van Bakkenist, dat het onderzoek deed in opdracht van justitie.

Veenstra praat rustig, met gedragen stem. Over het begin van zijn carrière bij de rijkspolitie in Alkmaar. Over de gijzelingsacties in de jaren zeventig die hij meemaakte als lid van de bijzondere bijstandseenheid. En over de reorganisatie die sinds 1991 onder zijn leiding bij het Groningse korps is doorgevoerd. De gemeentepolitie van de stad Groningen fuseerde met de rijkspolitie in de provincie. Dat ging moeizaam, erkent hij, maar niet slecht. “We zijn een krimpkorps, we moesten terug van 1.500 man naar 1,288. We hebben voortdurend financiële problemen. Dat maakte het heel lastig.” Veenstra zegt geen straatvechter te zijn, maar iemand die zijn ondergeschikten duidelijk wil uitleggen waarom hij veranderingen wil doorvoeren.

De dag na de rellen was hij 's ochtends lang met zijn hond uitgegaan, want hij had vakantie. Tegen elf uur was hij terug toen zijn vrouw hem attent maakte op een bericht op Teletekst over de rellen in de Oosterparkwijk. Niemand had Veenstra gebeld.

“Ik had meteen het belang van deze zaak door. Ik ben meteen gaan rondbellen.” Dat de politie veel te laat ingreep komt volgens hem doordat er een reeks inschattingsfouten is gemaakt. Het was bekend dat het broeide in Oosterparkbuurt, maar dat het zo kon escaleren heeft de politie verrast. Dat bij het begin van de rellen een groep van twaalf agenten met een hond zich terugtrok vindt hij begrijpelijk, maar toen er 43 agenten paraat waren had er ingegrepen kunnen en moeten worden, aldus Veenstra. “Men vond dat de mobiele eenheid het moest doen. Maar er is te veel kostbare tijd verloren gegaan door hier op te wachten. De creativiteit, door bijvoorbeeld hulp in te roepen van collega's uit Assen, door honden en paarden te halen, heeft volledig ontbroken.” Het vermoeden dat de relschoppers vuurwapens hadden, was “geen reden” niet in te grijpen.

Burgemeester Ouwerkerk maakte Veenstra's vertrek woensdag bekend. Hij vertelde daarbij dat de korpschef tobt met zijn gezondheid en daardoor minder functioneerde. Veenstra: “Dat had hij niet moeten doen. Ik ben niet zielig, geen excuustruus. Ik was gewoon verantwoordelijk voor wat ik deed.” Hij lijdt aan de ziekte van Parkinson, die hem wel lichamelijk wat in zijn werk belemmerde. Desondanks kon hij goed functioneren, vindt Veenstra zelf. Het weerhield hem er wel van een volgende stap in zijn loopbaan, door nog een ander korps te gaan leiden. “Anders was ik al lang weggeweest.” Hij zou in elk geval de komende zomer zijn opgestapt.

Zijn karakter botste volledig met dat van Daverschot. In een driehoek is volgens hem de positie van de korpschef de zwakste. “De hoofdofficier moet verantwoording afleggen aan de minister, de burgemeester aan de gemeenteraad. Maar de korpschef? Wie steunt een korpschef als er hommeles is? Hij is dan het makkelijkste slachtoffer.” Als de samenwerking goed is, hoeven de formele regels geen probleem te zijn, zegt hij. “Maar als een partij zich heel formeel gaat opstellen, als een stoorzender werkt en de ander geen ruimte laat, dat krijg je hele zware dialogen.” Daverschot schreef hem te veel voor wat hij van de politie verwachtte. Dat werkte volgens Veenstra door in zijn functioneren, omdat hij niet kon werken zoals hij wilde. “Als het in de driehoek niet goed zit, is dat in het korps te merken.”

Zijn vertrek is volgens hem niet voldoende om de problemen op te lossen. Of hij vindt dat er meer koppen moeten rollen, wil hij eerst niet zeggen. Daar zegt hij te integer voor te zijn. Daverschot weg? De tweede man bij het OM Groningen, M. van Capelle, weg? “Ach”, zegt hij dan. “Misschien moet de derde man ook wel weg.” De derde man bij justitie is J. de Valk, tevens persofficier. Of hij Ouwerkerk iets verwijt, wil hij niet zeggen. “Maar ik heb daar mijn gevoelens over.”

Veenstra blijft hoofdcommissaris in Groningen met een adviserende taak. Hij informeerde “uiteraard” wel even naar zijn rechtspositionele situatie. Bij Binnenlandse Zaken konden ze hem binnen vijf minuten geruststellen.