Topman van het Cali-kartel of topgetuige van justitie; Een drugsbaron in Den Haag

Het was het enige opzienbarende Nederlandse nieuwsfeit van de kerstdagen. De Haagse politie vloog een op Curaçao gepakte Colombiaan naar Nederland, waarmee men naar eigen zeggen een enorme drugsbaron te pakken heeft gekregen. Portret van een 'Cali-topman', die zich misschien Desi Bouterse nog wel gaat herinneren.

Als een bijzonder feestelijk, exotisch kerstgeschenk. Zo presenteerde de om haar terughoudendheid tegenover de media vermaarde Haagse persofficier van justitie Liesbeth Horsting op eerste kerstdag ongebruikelijk uitbundig de arrestatie van de 45-jarige Colombiaan Arnoldo Luis - 'Lucho' voor vrienden - Quiceno Botero. De man was dezelfde dag, begeleid door een Nederlands arrestatieteam, ingevlogen uit Curaçao waar hij een week eerder was opgepakt.

Het OM wond er geen doekjes om. Het zogeheten Prismateam van de politie Haaglanden - dat sinds 1994 de cocaïnehandel vanuit Zuid-Amerika onderzoekt - had een “belangrijk succes in de strijd tegen de Colombiaanse drugsmafia” geboekt. Met de aanhouding van Botero was volgens Horsting een van de topmannen van het fameuze Cali-drugskartel uitgeschakeld.

Dezelfde jubeltoon wordt aangeslagen door degenen die al bijna twee jaar in het grootste geheim - codenaam Operatie Sfinx - aan het onderzoek tegen de vermeende drugsbaron werkten. “Botero is een hele grote jongen. Zijn arrestatie is in Colombia als een bom ingeslagen”, zegt een Haagse opsporingsambtenaar. Het nieuws is groot gebracht door CNN en de in Noord- en Zuid-Amerika populaire tv-zender ESPN, zegt de politie trots.

De aanhouding van Botero verliep in ieder geval bijzonder. De Haagse politie wist dat de verdachte met zijn familie de kerstdagen wilde doorbrengen op Curaçao. Nederlandse politiemensen waren in Willemstad in afwachting van zijn komst. Zij tipten de Curaçaose collega's toen Botero op 17 december nietsvermoedend in de rij stond bij de paspoortcontrole.

De arrestatie leidde tot de nodige verwarring. Botero bleek volgens zijn paspoort namelijk meneer Lonzano. “Op grond van zijn vingerafdrukken kon de politie vervolgens vaststellen dat de gearresteerde Colombiaan Quiceno Botero zou zijn”, zegt zijn Antilliaanse advocaat A. Martina. Hij heeft de dag voor Kerstmis nog geprobeerd via een kort geding de uitzetting van zijn cliënt te voorkomen omdat sprake zou zijn van persoonsverwisseling. Maar de rechter - die de zaak marginaal toetst - wees die eis af.

Quiceno Botero is geen vreemde in de cocaïnehandel. In 1989 werd hij uit Amerikaanse gevangenschap ontslagen na zes jaar celstraf wegens drugshandel. Om onduidelijke reden vertrok hij vervolgens naar Nederland, woonde volgens justitie in de Nervilijn in Zoetermeer waar hij samenwoonde met een 38-jarige Antilliaanse vrouw.

Kapstok

Volgens de politie is de Colombiaan in Nederland een van de eerste handige loopjongens voor de grote kartels uit het vaderland, die naast de Noord-Amerikaanse markt expansie zoeken richting Europa. De transporten die hem nu ten laste worden gelegd, zijn van een betrekkelijk onschuldige hoeveelheid.

Het gaat om drie zaken in de periode 1989-1991. Met Colombiaanse schepen als de Chios Pride en de Cap Valiente werden hoeveelheden van in totaal ruim 200 kilo cocaïne aangevoerd via havens in België en Duitsland, bestemd voor de Nederlandse markt. Genoeg om een veroordeling van een jaar of tien celstraf in Nederland te riskeren, maar geen partijen die onmiddellijk suggereren dat hij een topman is van het Cali-kartel.

De politie komt in die jaren ook op betrekkelijk toevallige wijze op zijn spoor. In 1992 meldt zich bij de Haagse politie een dan 22-jarige lokale snackbarhouder die verkaart dat hij met de dood wordt bedreigd door Colombianen. De Zuid-Amerikanen verwijten de Hagenees achterstand bij de betaling van geleverde partijen drugs.

Wegens handel in cocaïne wordt de horeca-ondernemer veroordeeld tot zes jaar cel. In maart 1996 komt hij vrij en een jaar later vragen agenten, belast met Operatie Sfinx, hem zich nader te verklaren over Botero. Op 26 mei 1997 vertelt hij tegenover de Haagse politie 'Lucho' wel zo'n drie keer te hebben ontmoet. Botero staat volgens hem “aan het hoofd van een criminele organisatie”. Het vormt een deel van het belastende dossier, samen met nog een belastende verklaring van een inmiddels overleden Arubaan.

“Al dit ogenschijnlijk betrekkelijk onschuldige bewijsmateriaal is voor ons slechts een 'kapstok' om hem met succes te kunnen vervolgen. Het is al heel wat als je bedenkt dat grote handelaren zich zelden met een concreet transport laten pakken”, zegt een opsporingsambtenaar.

Justitie acht Botero samen met de Colombiaanse familie Grajales verantwoordelijk voor de activiteiten van het zogeheten North-Valle-drugskartel, een soort afsplitsing van het Cali-kartel. Die organisatie is volgens justitie verantwoordelijk voor tachtig procent van de totale Colombiaanse cocaïnehandel naar Europa. Die bewering wordt volgens de Nederlandse politie onderschreven door de Amerikaanse collega's van de Drugs Enforcement Administration (DEA) in Miami. Een dienst waarmee het Haagse Prisma-team in de loop der jaren een vruchtbare samenwerking heeft opgebouwd.

De Haagse strafpleiter mr. E. Deen noemt de beweringen van justitie over het criminele kaliber van Botero op niets gebaseerd. De advocaat, die aan de vooravond van Kerstmis door een confrère op de Antillen werd gebeld met de mededeling dat er werk aan de winkel was, zegt dat er in de justitie-dossiers in het geheel geen informatie zit die ook maar enigszins de suggestie rechtvaardigt dat zijn cliënt een Cali-topman is.

“Op de stukken staat het stempel archief. Het OM heeft om onbegrijpelijke redenen oude stukken uit de kast gehaald die ze nu presenteren als explosief. Ik snap er niets van”, zegt Deen.

Desi Bouterse

Over de tactiek achter het onderzoek naar Botero laten Haagse opsporingsambtenaren zich niet uit. Deen heeft wel een angstig vermoeden. De Colombiaan wordt van stal gehaald omdat de Haagse politie op zoek is naar extra bewijsmateriaal over de rol van de van cocaïnehandel verdachte Surinaamse Adviseur van Staat, Desi Bouterse.

Aanwijzingen daarvoor zijn dat Operatie Sfinx wordt geleid door de Haagse politiecommissaris T. Driessen. Dezelfde man die ook het jarenlange onderzoek aanvoert tegen Bouterse. Voor het OM behartigt officier van justitie G. Haverkate de zaken. Hij was tot vorig jaar als rechter-commissaris belast met het onderzoek tegen Bouterse. Deen heeft het zijn cliënt al gevraagd. Ken je soms Desi Bouterse? “Maar die naam zegt hem niets”, vertelt Deen.

Dat Bouterse goede contacten onderhield met Colombiaanse drugsbaronnen staat voor de Haagse justitie vast. In het dossier tegen de Surinaamse ex-legerleider zit een proces-verbaal van de regionale criminele inlichtingendienst Haaglanden. Daarin wordt melding gemaakt van “een waargenomen bijeenkomst” in 1988 in Suriname, waar Bouterse, geflankeerd door Surinaamse companen, onderhandelde met de inmiddels overleden Colombiaanse cocaïnemagnaat Pablo Escobar.

Deen en de politie - die Botero in de verhoren tot nu toe niets heeft gevraagd over kennis van het Surinaamse drugskartel - sluiten overigens niet uit dat Botero in de loop van het onderzoek informatie te binnen schiet over Desi Bouterse en de zijnen.

Justitie heeft in ieder geval een fraai drukmiddel voor eventuele onderhandelingen met de verdachte die zouden kunnen worden gebruikt om zijn geheugen op te frissen, realiseert advocaat Deen zich. Als de Colombiaan niet meewerkt aan het onderzoek, is er een goede kans dat hij ook in de Verenigde Staten opnieuw de gevangenis in moet.

Woordvoerster Pam Brown van de DEA in Miami bevestigt desgevraagd dat er “een Amerikaans arrestatiebevel” klaarligt tegen Quiceno Botero. Hij wordt gezocht wegens cocaïnebezit en bovendien heeft de FBI in Los Angeles in 1995 zijn aanhouding bevolen wegens betrokkenheid bij cocaïne handel (cocaine-conspiracy). Of de Amerikanen daadwerkelijk zijn uitlevering zullen vragen, is nog niet duidelijk. Dat kan wel eens afhangen van het verloop van het Nederlandse onderzoek.