Stokstraat (1)

Met veel plezier las ik de bijlage (Z 3/1) over het Stokstraatkwartier in Maastricht. Wat mij bij het zien van de fotocollages ergerde, waren de korte bijschriften, gelardeerd met de namen van fotograaf of persbureau. Dergelijke staccato-teksten laten zich buitengewoon moeilijk lezen, omdat zij voor praktisch de helft informatie bevatten die voor de lezer - waar 't allemaal om draait - amper relevant is.

Is er sprake van een te ver doorgeschoten beeldrecht, waarbij iedere fotografische flatus de naam van de kiekjesknipper moet dragen? Bij dagbladen fungeren foto en onderschrift vaak als inleiding van het artikel, waarop de lezer kan besluiten al dan niet tot lezen over te gaan. Ook daar fungeert 's fotografen naam als schijnbaar onvermijdelijke en lees-hinderlijke hekkensluiter. Diens naam wordt ook nog eens in één adem met het onderschrift opgenomen en moet dus wel gelezen worden, tenzij je als lezer tijdig afremt!

Het gros van de foto's in de krant is van reportagekwaliteit: 'man tegen de muur, grijnzen maar, schieten', waarbij van artistieke kwaliteit naar mijn mening eigenlijk geen sprake is en de fotograaf niet meer doet dan zijn stiel uitoefenen. Niks artistieke prestatie. Dan doet hij net zo goed z'n plicht als de boekhouder, 'een onzer redacteuren' of 'van onze redactie'. Zeker wanneer fotografen in vast dienstverband werken, lijkt het me voldoende om in het colofon van hun inzet gewag te maken, desnoods per pagina gespecificeerd omdat de freak (en de royalty-administratie) kan nagaan wie voor die prent verantwoordelijk was.

Of is de krant soms van plan om per artikel ook de namen van zetter/corrector/opmaker te vermelden? Dan zou de lezer nog eens direct kunnen reageren op de gruwelijke woordafbreekproblemen waartegen nog geen kwaliteits' zetcomputerkruid gewassen blijkt.