Ruilen zonder huilen

Een lezeres verhaalt opgetogen over haar verslavende ervaring met Internet, het wereldwijde informatie- en communicatiesysteem. Er gaat een wereld voor haar open. Maar de baby lijdt er niet onder, verzekert de jonge moeder, want de nieuwe gespierde computer staat naast de wieg, zodat ze haar liefde kan verdelen over haar twee hobby's. Gelukkig kent haar passie grenzen: ze loopt wél met foto's van de kleine op zak, maar niet met afbeeldingen van haar gespierde vriend.

Een paar jaar geleden waren zulke snelle computers amper in de handel, of ze waren voor particulieren onbetaalbaar. Dat is niet langer het geval. Een geduldige koper, zoals deze mevrouw, koopt tegenwoordig een enorme hoeveelheid computercapaciteit en -snelheid voor een vriendenprijs.

In deze sector zijn prijsdalingen, of meer prestaties voor dezelfde prijs, aan de orde van de dag. Dit verschijnsel heeft deflatie, het tegenovergestelde van inflatie. Je ziet het ook bij televisies en andere consumentenproducten en -diensten.

Wie zijn koopimpuls een poosje onderdrukt, krijgt dezer dagen na verloop van tijd dus meer waar voor zijn geld. In de VS, waar dit fenomeen wijder verbreid lijkt dan hier, duidt men dit gedrag van het publiek aan met de beursuitdrukking short the retailstores, speculeren op lagere winkelprijzen. In feite wordt je geld daardoor meer waard. Het lijkt alsof je een beloning ontvangt door het op zak te houden. Dat lijkt aantrekkelijk voor consumenten, maar impliceert een ramp voor bedrijven en hun verkopers, en uiteindelijk voor de consumenten zelf. Deflatie is beslist géén zegen.

Die beloning kan, afhankelijk van het beoogde artikel, oplopen tot 10, 20 procent of meer, als je koopt tijdens de opruiming. Wanneer je dat geld tijdelijk op renterekening zet, ontvang je dus een dubbele beloning: rente plus meer koopkracht. Conclusie: de spaarrente is niet zo laag als de verkopers, die mensen willen verleiden om spaargeld om te zetten in aandelen, beweren.

Wie geld leent, krijgt te maken met de keerzijde: hij betaalt rente - mogelijk straks geheel of voor een groter deel zelf te betalen - en levert de extra koopkracht in bij de geldverstrekker, bij aflossing en rentebetaling.

Naast dalende prijzen zijn er sectoren waar de inflatie nog welig tiert: huizen, aandelen en ook obligaties. Alles bij elkaar opgeteld kennen wij in ons land per saldo een inflatie van circa 2 procent, althans zoals berekend door het CBS voor een mandje noodzakelijke goederen en diensten.

Hoe groot is de kans dat de inflatie over de hele linie daalt tot nul en vervolgens omslaat in deflatie, een daling van het algemene prijspeil? Die kans is niet zo groot, blijkt uit het verleden. Alleen in de jaren dertig van deze eeuw werd de wereld overspoeld door een golf prijsdalingen. Japan lijdt al jaren onder dalende prijzen, maar daar merken wij weinig van.

Toch vrezen steeds meer economen dat de ernstige crisis in de Aziatische landen ernstige deflatoire gevolgen voor de hele wereld kan hebben. Die landen nemen naar schatting een kwart van de wereldeconomie en de helft van de economische groei in de afgelopen jaren voor hun rekening.

De bedrijven in die landen kunnen nu tegen lagere prijzen exporteren, omdat hun munt in waarde is gedaald. Daarmee drukken ze het algemene prijspeil, waardoor bedrijven buiten de getroffen regio uit concurrentie-overwegingen zullen moeten meedoen. Mede omdat hún exportproducten voor de Aziaten duurder zijn geworden. Daardoor kunnen de bedrijfsresultaten wereldwijd teruglopen: aan de ontvangende kant druk op de verkoopprijzen en aan de andere kant (bijna) gelijkblijvende loonkosten, omdat lonen zelden verlaagd worden. Zo luidt het verhaal in grote lijnen.

Welke invloed heeft deflatie, of zeer weinig inflatie op iemands persoonlijke financiën? Veel invloed. In Nederland zijn de prijzen van huizen door (speculatieve) vraag enorm gestegen, en in het kielzog daarvan de (hypotheek)schulden. Daarnaast zijn (even speculatief) oplopende aandelenkoersen door particulieren ten dele, maar minder dan de huizen, gefinancierd met geleend geld.

De particuliere schulden zijn dus, mede door de dalende rente en de fiscale voordelen, aanzienlijk opgelopen; een schuldeninflatie. Zolang de prijzen van eigendommen (huizen, aandelen, bedrijven) op peil blijven, of stijgen, kunnen mensen die schulden een keer aflossen.

In een deflatoir klimaat ontsnapt de lucht tussen de opgeblazen prijzen van eigendommen en hun werkelijke waarde. Je ziet al een kentering. Schulden verliezen hun aantrekkelijkheid, mede omdat de overheid de fiscale voordelen zal terugdraaien in de komende jaren. Wie deze visie onderschrijft, neme winst op zijn aandelen en lost daarmee schulden af. Ruilen zonder huilen.

Wie geen bezittingen en schulden heeft, hoede zich voor overdreven hoge schulden en (voorlopig) aandelen. Dat wilde de Internet-mevrouw weten.