Rover stond paf

Deze man, midden vijftig, Amsterdammer, carrière gezocht hebbend in journalistiek en wetenschap, nu bogend op succes, kunnen we niet wereldvreemd noemen. Maar hij heeft een zekere naïviteit bewaard, een directe manier van de benadering der vraagstukken waardoor hij waarschijnlijk juist voor deze beroepen zo goed is. Hij weet het zelf, hij is er wat verlegen onder. We zagen elkaar weer eens en het duurde niet lang of we waren midden in het gesprek van de dag.

'Ben jij wel eens beroofd', vroeg hij.

Ik moet me dan beheersen om niet mijn lievelingsonderwerp aan te snijden. Multatuli heeft Nederland de roofstaat aan de Noordzee genoemd. Dat was in de tijd dat we nog de zee op gingen om te roven. Roofstaat zijn we gebleven maar nu binnen de eigen grenzen. Byron heeft gezegd, althans in zijn toneelstuk Beppo een personage laten zeggen: ' 'k Hou van belasting als ze niet te hoog is.' Dat heeft lang tot motto gediend van de belastingrubriek in De Groene Amsterdammer. Toen de dichter Jacques Bloem eens iemand op bezoek had die steen en been over de belastingen klaagde, zei hij: 'Van jouw geld leggen ze de riolen aan en van het mijne de parken.' Als je het op zo'n manier literair inkleedt, wordt het onderwerp van zijn taboe ontdaan. Denk je. Maar zo is het niet.

Nee, op de manier die hij bedoelde, was ik nooit beroofd.

Hij wel. Hij zei: 'Ik liep op een donkere avond naar huis toen plotseling mij de weg werd versperd door een jongeman.'

'Het lijkt een beetje op het begin van een Morgenwijding van de VPRO uit de tijd van dominee Spelberg.'

'Die zei: je geld of je leven.'

'Wat zei je?'

'Ik zei: hoe bedoel je? Hoe wil je dat doen? Toen heb ik hem een gulden gegeven, want ik dacht dat hij een bedelaar was.'

De rover werd verschrikkelijk boos en trok zijn pistool. Het slachtoffer moest zijn portemonnee leegschudden, met het kleingeld erbij precies twaalf gulden. Kennelijk is de gebeurtenis op zo'n manier verlopen dat de rover overtuigd raakte. Scheldend verdween hij in de nacht.

Het geheel zou kunnen dienen als onderdeel van een scenario voor een ouderwetse slapstick-film. Groucho Marx had er iets van kunnen maken. Maar het was geen slapstick, het was een gewoon straatverhaal en toen het uit was gingen we over op een ander onderwerp. Niks bijzonders.

Dat is het merkwaardige. Iedere vorm van geweld is ellendig voor iedereen op wie het wordt gepraktiseerd. Maar dan komt het Nederlandse mechanisme in actie. Het wordt gereduceerd, het wordt 'bespreekbaar gemaakt', het krijgt iets passabels, een vaderlandse passabiliteit waardoor het op een of andere manier weer gewoon wordt zolang je er zelf niet van langs krijgt.

De fractieleider van de Partij van de Arbeid wil cursussen in 'het omgaan met geweld'. Je kunt het haast niet geloven maar ik laat het me in ieder geval voor waar vertellen. TELEAC heeft, of heeft in voorbereiding, een reeks over dit onderwerp - vast en zeker niet geregisseerd door Paul Verhoeven.

Volgens mij zijn er maar twee beroepen waarin het vak omgaan met geweld moet worden geleerd: dat van agent en dat van soldaat. Die zijn ervoor om de anderen van de noodzaak of verplichting tot zo'n omgang te ontlasten. Wie een klap heeft gekregen, een harde, kwaadaardige klap, staan in de praktijk van de straat, als niet-agent / soldaat maar twee mogelijkheden open: zo sterk zijn dat de aanvaller op de vlucht slaat, of het hazenpad kiezen, als dat nog kan. Alle andere omgang lijkt me onverstandig. Alles bespreekbaar maken leidt de aandacht van het wezenlijke af. En wat zo'n klap aangaat: wie hem heeft geïncasseerd vergeet dat z'n leven niet.

Geweld, als het veel gaat voorkomen, als het louter door de frequentie genormaliseerd wordt, is een pest voor de maatschappij. Voor iedereen wie het persoonlijk is gebeurd, ook zonder dat er zichtbare schade is aangericht, blijft het een gemene herinnering. Grote frequentie plus zo'n persoonlijke herinnering leidt er op den duur onherroepelijk toe dat je je bestuurders niet meer gaat vertrouwen; dat je ze voor praatjesmakers gaat aanzien.

Mijn vriend de journalist/wetenschapper is een uitzondering. In zijn bewonderenswaardige naïviteit gaf hij een ploert een gulden en toen bleek dat hij er niet meer dan twaalf bij zich had. Misschien is dit zeldzame geheel zijn redding geweest. De aanvaller kon het niet verwerken. Hij stond paf. Op een cursus omgaan met straatgeweld valt zo'n respons niet te leren.