Prettig gestoord

The Best of Annals of Improbable Research. Samengesteld door Marc Abrahams. Geïll., 208 blz., W.H. Freeman 1998. Prijs: $ 14.95. ISBN 0 7167 3094 4.

WETENSCHAPPERS met humor verdienen onze serieuze aandacht. Dus is er op de jaarbijeenkomst van de AAAS (American Association for the Advancement of Science) steevast ruimte voor een exotisch tijdschrift: Annals of Improbable Research. Afgelopen jaar in Seattle lachte een volgepakte zaal zich suf om de ontregelende humor van hoofdredacteur en ceremoniemeester Marc Abrahams. Vooral zijn presentatie van dia's uit Harvard met de jongste uitreiking van de Ig Nobels, de alternatieve Nobelprijzen voor geleerden van wie de prestaties 'could not and should not be reproduced', wekte hilariteit. Toen vervolgens antropologe Angela Close met droge ogen haar bijdrage aan aan het maart/aprilnummer van 1995 voorlas, 'A Natural History of the Articulated Lorry', kon de avond niet meer stuk.

In de huidige gedaante bestaat dit tweemaandelijkse tijdschrift over humor en wetenschap drie jaar. Daarvoor was er het Journal of Irreproducible Results, een initiatief van de Israelische viroloog Alexander Kohn. Toen dit aan zijn eigen succes ten onder ging - na eerst zelf gestencilled te hebben kwam er door de toevloed van abonnees een professionele uitgever die de redactie dwarsboomde - hevelden Kohn en Abrahams het idee over naar het nieuwe Annals of Improbable Research.

Het is een misverstand te denken dat AIR humor zou maken ten koste van wetenschappers, of dat het blad een anti-wetenschappelijke mentaliteit zou uitstralen. De simpele boodschap is eerder dat ook wetenschap mensenwerk is, te leuk en te belangrijk om er niet de draak mee te steken. Toen Robert May, wetenschapsadviseur van de Britse regering, in Nature de Ig voor een studie naar het gedrag van doorweekte ontbijt-cerials 'subversief' noemde, protesteerden de auteurs van het bekroonde artikel met een brief in het degelijke Chemistry & Industry: 'We Are Amused'.

De Ig Nobelprijzen, een initiatief van Abrahams, bestaan sinds 1991. Het bekroonde onderzoek is zeer divers, verdeeld over tien categorieën. Zo ging in 1995 de Ig voor psychology naar Japans onderzoekers die duiven leerden onderscheid te maken tussen Picasso en Monet. Vorig jaar kreeg Robert Matthews de Ig voor natuurkunde voor zijn analyse van het verschijnsel dat een boterham altijd met de besmeerde zijde op de vloer valt. De Noorse medicus Harald Moi viel toen in de prijzen dankzij een opmerkelijk artikel in het tijdschrift Genitourinary Medicine (vol. 69, p. 322): 'Transmission of Gonorrhoea Through an Inflatable Doll'.

Inmiddels is het Ig-evenement uitgegroeid tot een vrolijk spektakel waarvoor begin oktober, kort voor de bekendmaking van de echte Nobelprijzen, in Harvard de 1.200 beschikbare toegangskaarten grif van de hand gaan. Het uitreiken van de prijzen (altijd door echte Nobelprijswinnaars) en de dankwoorden van de laureaten worden afgewisseld door de Heisenberg Onzekerheidslezing, die exact dertig seconden moet duren, de Win-a-Date-with-a-Nobel-Laureate verloting onder het publiek en enkele chaotische entr'acts, alles begeleid door een baldadige zaal.

In de nu verschenen bloemlezing van AIR is een apart hoofdstuk aan Ig gewijd, maar de meeste aandacht gaat uit naar artikelen die de afgelopen jaren het tijdschrift hebben gesierd. Daar zit veel hilarische wetenschap tussen. Zo werd in het eerste nummer verslag gedaan van windtunnelonderzoek naar de aerodynamische eigenschappen van (aardappel-)chips, met als beginzin: 'It is a widely held belief that you cannot throw a potato chip.' Eindconclusies: de afstand waarover gegooid kan worden is zo goed als onafhankelijk van het gewicht, de vorm of de versheid van de chip en in groepsvluchten komen chips aanmerkelijk verder.

Ander opvallend onderzoek betreft de effecten van chocopasta op de draaiing van de aarde (een korte ontkenning 'So far as we can determine (..) no effect', onder een auteurscollectief van 200 Ph.D.'s) of heet 'Advances in Artificial Intelligence' (leeg papier onder drie auteursnamen, waaronder Fritz Schmelzeisen, Klinik AI, Hamburg). En in 1995 gaf Harvard-chemicus en Nobelprijswinnaar Dudley Herschbach een verrassende wending aan de loopgravenoorlog die intelligentiedebat heet met het baanbrekende artikel 'Quantum Interpretation of the Intelligence Quotient (QI of IQ)'.

Het zal duidelijk zijn: Annals of Improbable Research wordt volgeschreven door prettig gestoorde wetenschappers - beslist geen nerds - met hart voor hun vak. Soms zijn de artikelen flauw (een vergelijking van appels en sinaasappels, een politiek correct Periodiek Systeem), maar altijd zit er iets geestig tussen (het mickeymouse gen, XEM: Xerox Enlargement Microscopy). Sterker, te midden van de verstikkende rapporten- en formulierentaal die de moderne wetenschap teistert is ieder nummer een verademing.