Pijnbestrijding

Met kritische interesse las ik het artikel 'Zorgprijs' voor bestrijden van chronische pijn' (20 december). Ik zie de uitvoering van deze ZAO zorgprijs met enige zorg tegemoet en vraag me af of daarvoor niet een te hoge prijs betaald wordt door sommige patiënten.

Ten aanzien van patiënten met chronische pijn stelt de winnaar, fysiotherapeut B. Ricke: “Het is een grote groep mensen die klachten houdt en die medische zorg blijft consumeren, maar intussen niets doet. Terwijl ze wel degelijk kunnen trainen en beter leren omgaan met de pijnklachten.”

Dit soort ongenuanceerde uitspraken tegenover bepaalde groepen van patiënten met chronische pijnen zijn beslist zeer onjuist. Algemene toepassing van dergelijke conclusies kunnen in de therapiepraktijk van alledag voor sommige patiënten tot zeer nadelige gevolgen leiden.

Mijn echtgenote lijdt al jaren aan de gevolgen van een niet tijdig onderkende bekkeninstabiliteit met complicaties. Bij de vele reguliere therapieën die zij de afgelopen jaren van verschillende therapeuten onderging ondervond zij de meeste schade bij - goedbedoelende - fysiotherapeuten en manueel therapeuten. Deze therapeuten begingen de fout haar aan te zetten tot een voor haar te zwaar en/of te intensief oefen- of behandelprogramma teneinde met grote voortvarendheid te trachten 'de grenzen van het lichaam weer te verleggen' en/of zoals het in het artikel omschreven werd 'de conditie te verbeteren'.

Ondanks de ook in het artikel genoemde 'ontspanningsoefeningen, mentale begeleiding en voorlichting' bij het (in dit geval meer) weer in beweging komen, ging dit keer op keer mis. Het enige wat telkens voor herstel bleek te zorgen na 'mobiliteitstherapieën' was voldoende rust. Wellicht zijn er chronische pijnpatiënten met andere aandoeningen waarvoor de genoemde conclusies wel opgaan, doch in ieder geval lijkt mij gepaste voorzichtigheid op dit terrein zeer geboden.