'Noord-Ierse leiders spelen met levens van hun volk'

Monica McWilliams is een van de weinige vrouwen in de politiek van Noord-Ierland. Ze haat het macho-gedrag van haar mannelijke collega's. “Ze weten niet eens hoe meelijwekkend ze zijn.”

BELFAST, 10 JAN. Ze is optimist uit noodzaak, niet uit overtuiging. Deze avond is ze moe en neerslachtig. Ze grijpt naar de whisky. “Als we falen”, zegt ze met een glimlach die geen troost biedt, “hebben we het tenminste geprobeerd.”

Monica McWilliams is leider van de Women's Coalition, één van de tien partijen die zich in mei 1995 door verkiezingen hebben geplaatst voor het vredesoverleg in Noord-Ierland. Haar beweging onderscheidt zich van de meeste andere partijen doordat ze aanhang heeft in zowel de katholieke als de protestantse gemeenschap. Anders dan de meeste andere partijen die voor heilige principes strijden, streeft de Women's Coalition naar een politieke schikking die vrede en stabiliteit brengt. McWilliams en haar partijgenoot Pearl Sagar zijn de enige twee vrouwen die in het mannenbolwerk van de vredesonderhandelingen hun stem mogen laten horen.

Misschien komt het omdat ze vrouw is, een nieuweling in de politiek nog bovendien. Maar Monica McWilliams kan niet wennen aan de farce die het vredesoverleg vaak is. Ze klaagt dat de meeste deelnemers niet naar elkaar luisteren. Ze praten alleen voor hun eigen parochies. Ze verliezen zich in het verleden. Nooit kijken ze vooruit.

“Macho-gedrag.” Ze kan geen ander woord bedenken voor de zelfingenomenheid waarmee een aantal leiders het woord neemt. “Ze bulderen en bulderen, tot ze helemaal opgeblazen raken en hun gezichten paars zien. En ze hebben het over niets. Twintig minuten lang. Ze weten niet eens hoe meelijwekkend ze zijn.”

“Ze voelen zich zo belangrijk. Helemaal als er een microfoon onder hun neus wordt geduwd of als er een camera op hen gericht is. Dan hebben ze zichzelf niet langer in bedwang. Dan worden ze nog bozer, nog feller, verliezen ze helemaal uit het oog wat het giftige effect is van hun woorden.”

Ze is geen mannenhater, deze vrouw van middelbare leeftijd in haar middenklasse-huis, met haar degelijk zwarte bandplooirok. Wat ze haat is het gebrek aan leiderschap, de bekrompen middelmatigheid, de grenzenloze hypocrisie van mensen als David Trimble, leider van de Ulster Unionist Party, de grootste protestantse partij. Telkens als hij in de verte Gerry Adams, president van Sinn Fein, de politieke vleugel van het Ierse Republikeinse leger, ontwaart maakt hij rechtsomkeer. Zestien weken al vermijdt Trimble bij de onderhandelingen elk oogcontact of gesprek met één van zijn belangrijkste tegenspelers “wegens besmettingsgevaar”. Maar buiten de besprekingen, in de cafetaria of de coffeeshop, zitten unionisten en Sinn Fein-vertegenwoordigers vaak broederlijk naast elkaar. “Ze lachen om de show die ze bij de onderhandelingen opgevoerd hebben. Ze spelen een spel met de levens van hun volk. Ze kennen de taal van de dialoog niet. Hun jargon ontlenen ze aan het slagveld. Ze hebben het over 'confronteren', 'aanvallen uit de flanken' en 'in het stof doen bijten'. Controleren en manipuleren door met beledigingen te strooien, dat is de norm.”

De Women's Coalition heeft van meet af aan geageerd tegen die op confrontatie gerichte stijl. Ook daarop werd met intimidatie en belediging gereageerd. McWilliams werd door een politicus van de Ulster Unionist Party (UUP) tegen een muur geduwd. Eén vertegenwoordiger van Paisley's Democratic Unionist Party (DUP) prikte een vinger in haar arm. “Als je de hitte in de keuken niet kan verdragen, sodemieter dan op”, verklaarde Paisley junior, die ook een tijd lang loeide als een koe als zij aan het woord was.

“Dat verbaal geweld heeft me in het begin erg dwars gezeten. Want schelden dóet pijn. Maar het hielp om erover te praten. En ik besefte dat al die vuilspuiterij meer over hen zei dan over mij. Het was een tactiek om me het zwijgen op te leggen. Sindsdien probeer ik me met humor te redden. Daar hebben ze geen antwoord op.”

De Women's Coalition heeft geen militaire vleugel zoals drie van de andere partijen. Ze zit niet in het Lagerhuis zoals de Social Democratic and Labour Party (SFLP), de UUP en de DUP. Maar in het overleg heeft ze veel invloed als bruggenbouwer en bemiddelaar. “Wij zijn de invoerders van de notie dat het sluiten van compromissen niet smerig of laakbaar is.”

Ze had zich gedeprimeerd gevoeld toen de deelnemers aan het overleg half december niet eens overeenstemming konden bereiken over de voortgang in het nieuwe jaar. Terwijl de contouren van een mogelijk vergelijk voor iedereen zichtbaar zijn. Maar sommige partijen vreesden de confrontatie met hun achterban. “Dat is de pest”, zegt McWilliams die als wetenschappelijk medewerker aan Universiteit van Ulster veel onderzoek naar vrouwenmishandeling heeft gedaan. “In Noord-Ierland heerst een slachtoffercultuur. Nationalisten en unionisten vechten het hardst om wie het meeste heeft geleden. Ook mishandelaars nemen graag de positie van slachtoffer in. Niemand durft verantwoordelijkheid te nemen.” Ze had wel verwacht dat het politieke vacuüm door terreur zou worden gevuld. Wat tijdens de feestdagen ook is gebeurd. De Noord-Ierse politici zijn verantwoordelijk voor de crisis die deze week ontstaan is, zegt McWilliams.

In deze crisis vervullen gedetineerde terroristen een sleutelrol. McWilliams twijfelt er niet aan dat in een eventueel vredesakkoord ook de vervroegde vrijlating van gevangenen moet worden geregeld. Dat is de prijs die de terreurorganisaties eisen voor hun steun. McWilliams heeft daarmee geen moeite, ook al zijn twee van haar beste vrienden door terroristen vermoord. “Ik krijg ze niet terug door een compromis te blokkeren dat onvermijdelijk tot nieuwe doden leidt.”