MID-OCEANISCHE RUG BLIJKT VAST PUNT VOOR CONTINENTBEWEGING

Dat de diverse continenten, op de rug van zogeheten lithosfeerschollen, ten opzichte van elkaar bewegen, is reeds enkele tientallen jaren onomstreden. Dankzij satellietwaarnemingen weten we ook hoe snel bijvoorbeeld Afrika en Zuid-Amerika zich van elkaar af bewegen: enkele centimeters per jaar. De bewegingssnelheid van de afzonderlijke schollen (en dus ook van de afzonderlijke continenten) was lang minder goed bekend; beweging is immers per definitie gerelateerd aan een referentiepunt.

Zo'n punt is natuurlijk niet eenvoudig te definiëren wanneer het gaat om geografische bepalingen om continentale schaal.

Er bestaan niettemin een soort referentiezones: de mid-oceanische ruggen waar materiaal uit het binnenste der aarde wordt opgestuwd op de grens tussen twee lithosfeerschollen. De snelheid van de afzonderlijke schollen kan dus in principe worden vastgesteld door de beweging ten opzichte van die ruggen. Die ruggen zijn echter niet echt duidelijk begrensd, zodat ze in praktijk nauwelijks houvast bieden. Een modelstudie van twee Amerikaanse onderzoekers heeft het probleem nu elegant opgelost (Science, 2 januari). Dat daarbij de resultaten van hun modelberekeningen goed overeenstemmen met bekende gegevens, geeft aan dat ze naar alle waarschijnlijkheid de juiste sleutel hebben ontdekt. Ze kunnen dus - in principe - ook de bewegingssnelheid van de diversecontinenten voor de komende tientallen miljoenen jaren voorspellen.

De onderzoekers gingen uit van het gegeven dat zich op de mid-oceanische ruggen hot spots ontstaan: plaatsen waar de temperatuur aanzienlijk hoger is dan in de directe omgeving. Dergelijke hot spots zijn met moderne apparatuur gemakkelijk exact via satellieten te lokaliseren. Wanneer in de mid-oceanische rug materiaal uit het inwendige der aarde wordt opgestuwd, wordt het eerder opgestuwde materiaal zijwaarts weggedrukt. Dat kan ook gebeuren met bepaalde hot spots. Door dergelijke hot spots te lokaliseren en de ouderdom van de desbetreffende oceaanbodem (radiometrisch) te daten, kan de gemiddelde bewegingssnelheid ten opzichte van de mid-oceanische rug worden bepaald. Datzelfde kan ook modelmatig gebeuren door uit te gaan van de vectoren van de convectiestromen in de ondergrond, die een directe relatie vertonen met de continentverschuiving. Die convectiestromen kunnen zo gemodelleerd worden.

De uitgevoerde studie geeft aan dat zowel Zuid-Amerika als Afrika zich van omstreeks 110 tot 30 miljoen jaar geleden elk met ongeveer 2 centimeter van de mid-Atlantische rug afbewoog. Toen Afrika op zijn 'reis' zo'n 30 miljoen jaar geleden tegen de Europees/Aziatische lithosfeerschol (Eurazië) opbotste, nam zijn snelheid door de tegendruk van Eurazië af: de nu 'gekoppelde' schollen bewegen sindsdien met een snelheid van 0,5-1 centimeter per jaar. Omdat in de mid-Atlantische rug ook nu nog evenveel materiaal opstijgt als voorheen (en dus de zeebodem met gelijke snelheid wordt weggedrukt), is Zuid-Amerika ter compensatie sneller gaan bewegen: gemiddeld omstreeks 3 centimeter per jaar.