MICHAEL TIPPETT (1905-1998); Idealistisch musicus

Sir Michael Tippett, die gisteren op 93-jarige leeftijd in Londen aan een longontsteking overleed, leefde de laatste twintig jaren in de geïsoleerde enclave van Nocketts in Chippenham, min of meer als boer, zijn gasten blootsvoets tegemoet tredend om daarna met graagte te filosoferen over zijn moeizaam totstand komend werk.

Tippett was een langzame schrijver, die alles vernietigde wat hij vóor 1935 had gecomponeerd. Hij was vooral geïnteresseerd in het theater en geboeid door Wagner, hoewel zijn werk veel meer werd beïnvloed door Stravinsky en Bartók en, zoals een Engels componist past, tevens wortelde in de rijke Elizabethaanse en Purcell-traditie.

Het ritme is bij Tippett altijd vitaal en Beethoveniaans stuwend, grandeur is hem evenmin te ontzeggen. Het in 1939 begonnen oratorium A Child of Our Time, een aanklacht tegen jodenvervolging en tirannie, werd ook op het continent een succes. Als ergens zijn fingerprint is te vinden, dan in de schitterende spiegelcanon daaruit: Where lies the jewel. Want polyritmiek en canonkunsten waren zeer aan Tippett besteed, zijn harmoniek was minder stabiel.

Tippetts opera's waren minder succesvol dan zijn orkestrale werk. Zijn vier symfonieën, het Double Concerto en de Ritual Dances, behoren tot het standaardrepertoire van de Engelse orkesten. Zelfs sprak hij liever over zijn opera's Midsummer Marriage (extravagant-lyrisch), King Priam (tragisch-heroïsch) of The Knot Garden (horig aan de wereld van Tsjechov).

De 20ste eeuw begon voor Tippett rond 1914. Vooral de grote Russen als de literatoren Akhmatova en Pasternak, en niet te vergeten de symfonicus Sjostakowitsj, lagen hem na aan het hart. Dat na de Tweede Wereldoorlog in Darmstadt een nieuwe generatie doorzette, hield hem minder bezig. Toen men hem in Duitsland vroeg: “Ben je ooit in Darmstadt geweest, het mekka van de moderne muziek?”, antwoordde hij kortaf: “Voor mij ligt Mekka in Arabië”.

Tippett interesseerde zich trouwens meer voor de Franse dan voor de Duitse cultuur, met Wagner dus als uitzondering. Hij leefde van het geven van Franse lessen na zijn muziekstudie aan het Royal College of Music. Hij bekwaamde zich in compositie bij Charles Wood en in orkestdirectie bij Sir Adrian Boult en Malcolm Sargent.

Sociale en filosofische vraagstukken hielden Tippett niet minder bezig dan muzikale - vandaar zijn hang naar het theater, naar de realiteit van het barre, naakte leven. Dat Tippett in de jaren 30 een orkest van werkloze musici dirigeerde tekent zijn sociaal engagement, dat leidde tot zijn lidmaatschap van de Engelse Communistische partij. Radicaal en uitgesproken bleef hij tot het eind van zijn leven. Nog vorig jaar pleitte hij ervoor de opbrengsten van de Engelse Nationale Loterij niet alleen te spenderen aan nieuwe gebouwen, maar ook aan musici en instrumenten.

Michael Tippett was een humanitair pacifist. In 1943 werd hij drie maanden gevangen gezet wegens dienstweigering, maar dat schaadde geenszins zijn glanzende carrière. In 1959 verwierf hij de titel Commander of the Order of the British Empire. Meerdere universiteiten onderscheidden hem met een eredoctoraat en hij schreef verschillende composities in opdracht van de BBC. Van 1970 tot 1974 was hij directeur van het Bath Festival. Tippett werd door koningin Elizabeth II in 1966 geridderd. In 1979 werd hij Companion of Honor en in 1983 werd hij opgenomen in de exclusieve Order of Merit.