Knoeiersfeest

Bij de ingang van de perskamer komt Aleksander Rosjal, hoofdredacteur van het schaakblad 64 vrolijk op de verslaggever van de Volkskrant af en hij zegt: “Jij hebt een FIDE-titel geloof ik?” Dat wordt bevestigd. De man van de Volkskrant is internationeel meester. Rosjal grijnst breed en hij slaat zijn vuist tegen zijn borst. “Me no title”, zegt hij, alsof het een grote heldendaad is.

Binnen zien we waarom Rosjal zo vrolijk is. Er is een snelschaaktoernooi aangekondigd voor de 'professionele journalisten en mediavertegenwoordigers' die de wereldkampioenschapsmatch in Lausanne volgen. Prijzenfonds 50.000 dollar. Onze president Kirsan Iljoemzjinov had weer eens een gulle bui. Het toernooi wordt volgens dezelfde formule gespeeld als het wereldkampioenschap, dus iedereen deelt mee in de buit, ook als hij nauwelijks de regels kent en meteen wordt uitgeschakeld. Iedereen, behalve de echte schakers. Journalisten met een FIDE-titel mogen niet meedoen.

De man van de Volkskrant en ik kijken wat zuur de perskamer rond om te zien wat daar aan 'professionele journalisten' aanwezig is. Wij zijn de beste schakers. Eerste prijs 9.000 dollar, tweede prijs 6.000 dollar, maar niet voor ons. Het had een spannende finale tussen ons tweeën kunnen worden.

De schaakverslaggever van de Spaanse krant El Pais komt bij ons staan. Hij mag ook niet meedoen, want hij is FIDE-meester, de laagste titel. Arme kerel. Aan die titel heb je niets, hij levert nooit uitnodigingen op, maar nu wel een uitsluiting. “Het bespaart ons in ieder geval een moeilijk ethisch dilemma”, zegt hij opgewekt. Daar zit wat in.

Na de verkiezingen tijdens de olympiade van Jerevan in 1996 organiseerde Iljoemzjinov ook een snelschaaktoernooi met prachtige prijzen, toen voor de afgevaardigden naar het FIDE-congres. Lang niet iedereen vond het een verheffend gezicht dat de verslagen tegenstanders van Iljoemzjinov, die tijdens de verkiezingscampagne ferm over 'corruptie' hadden gesproken, meteen na hun nederlaag al met hun snuiten in zijn trog wroetten. Op zichzelf is er weinig mis met een snelschaaktoernooi voor journalisten. Maar je kan je voorstellen dat de speculaties over de herkomst van Iljoemzjinovs miljoenen minder vrijmoedig zullen zijn bij journalisten die zelf met zijn geld in hun zak lopen.

Maar die ethische overwegingen blijven beperkt tot de mensen die veroordeeld zijn om aan de kant te blijven staan, de anderen hebben er geen last van. Wonderbaarlijk wie er opeens professionele journalisten blijken te zijn. Een Gronings schaakorganisator schrijft zich in namens het Nieuwsblad van het Noorden. De FIDE-bestuurder die na iedere partij tussen Karpov en Anand een persconferentietje van vijf minuten leidt, beoefent hiermee blijkbaar journalistiek en mag ook meeschaken. “Feest voor de knoeiers”, zegt de man van Le Figaro met gepaste zelfspot. Hij is geen echte knoeier, hij wint het toernooi en komt 's middags met tien flessen champagne in de perskamer.

Aleksander Rosjal wordt derde. Hij is ook geen knoeier. Hij is 'master sport' in Rusland en dat betekent heel wat, maar omdat Russische meesters in de tijd van de Sovjet-Unie zelden aan internationale toernooien mochten meedoen, heeft hij nooit een internationale titel kunnen halen. Dat kwam nu mooi uit.

Rosjal was vroeger de vaste begeleider van Anatoli Karpov. Iedere keer dat ik hem tegenkom begint hij me uit te leggen dat hij geen vriend meer is van Karpov en het eigenlijk ook nooit is geweest “Ik was een professionele vriend van Karpov. Wie belangrijke vrienden heeft, heeft ook belangrijk geld. Maar nu niet meer.”

We vragen hem of hij al die mensen kent die Karpov in zijn delegatie heeft meegenomen. Karpovs vrouw is er, zijn advocaat, zijn Amerikaanse zakenpartner, een tolk, vijf secondanten en waarschijnlijk ook nog een arts en een lijfwacht. Maar dan nog blijven er mensen over van wie de functie onduidelijk is. Rosjal zegt dat het waarschijnlijk sponsors van Karpov zijn, die als beloning zijn opgenomen in de ploeg die hem naar het wereldkampioenschap moet tillen. Leuk om later op je visitekaartje te schrijven. Een imposante namenlijst. Grigori Kalasjnikov, dat klinkt als de lijfwacht. Het ploegje van Anand steekt er armzalig bij af.

MmMmlmMd mKmheMag MmMmMbMm mMmMmJCM MmMmGmMm mMmMmMmM GAjmMmGA DMmMmMFM Dit is de stelling na de 25ste zet van wit in de eerste partij Karpov-Anand. Anand speelde 25...De7-d6, een goede zet. Maar waarom deed hij eigenlijk niet 25...Dxe4? Dat dwingt dameruil af. Als wit niet meteen iets concreets zou hebben, zou zwart duidelijk in het voordeel zijn. Die concrete weerlegging van 25...Dxe4 zou moeten beginnen met 26. Dxe4 Pxe4 27. Te1 Tc4, maar hoe moet het dan verder voor wit? Ik kon het niet vinden. De volgende dag liet commentator Luc Winants me een mooie analyse zien. Na 27...Tc4 volgt eerst 28. b3 Td4 en dan de zeer moeilijke zet 29. Tf2!, met de dreiging 30. Td2 en materiaalwinst. Als zwart dit met 29...Pdf6 voorkomt, volgt 30. Tf4. Die zet zou een zet eerder niet goed zijn geweest wegens 29. Tf4 Pdc5. Maar nu, een zet later, wint hij op slag wegens de dreiging 31. Lxf6. De hoofdvariant van Winants analyse is ingewikkelder. Na 26. Dxe4 Pxe4 27. Te1 Tc4 28. b3 Td4 29. Tf2! gaat hij zo verder: 29...h6 30. Td2 Tb4 31. a3 hxg5 32. axb4 Pdf6 33. Td4 Th4 34. b5 en wit wint. Mooi en diep.

Ik complimenteerde Winants met zijn fraaie analyse. “Ik heb het natuurlijk door de computer laten vinden”, lachte hij. Anand is geen computer en misschien heeft hij de weerlegging van 25...Dxe4 niet precies gezien. Maar hij moet geroken hebben dat er iets mis mee was. Dat gevoel voor gevaar liet hem een zet later in de steek toen hij na 25...De7-d6 26. Db7-a8+ niet het veilige 26...Db8 speelde, wat tot een remise-eindspel had geleid, maar 26...Ke8-f7? Hoe dat weerlegd werd, hebt u vorige week op de sportpagina kunnen zien.

Dit diagram toont de stelling uit de vierde partij, wit Anand-zwart Karpov, na de 34ste zet van zwart. Een belangrijk moment. Toen we nog niet wisten dat hij toch nog de tiebreak zou halen, dachten we dat dit het moment was waarop Anand het wereldkampioenschap verloor. Hij speelde, veel te snel, 35. c4-c5 en verloor. In mijn verslag schreef ik “Een betere kans was 35. Dd8 Dxh5 36. Le3” en ik liet in het midden hoe goed die kans precies was, of Anand er remise mee zou hebben gemaakt, of alleen maar hardere tegenstand zou hebben geboden. Hij zou er remise mee hebben gemaakt.

In het matchbulletin geeft Mikhail Gurevich na 36. Le3 de volgende varianten: A)36...a6 37. Dd6 a5 38. Dxe6. B)36...Df7 38. Da8 en C)36...Lc6 37. Dd6 Le4 38. f3, waarna zwart met 38...Lxf3 een stuk kan offeren. Variant B is duidelijk remise, A en C zijn bijzonder rommelige en riskante manieren voor Karpov om op winst te spelen. Zo speelt Karpov niet, hij had de remise genomen.