Kinderroof

Daar sta je dan op de voorpagina van de krant. Geen afgesproken werk, want de New York Times had het bericht eveneens, ook op de één, hoewel twee dagen later. Leuk, leuk!

Eindelijk het kwartier beroemdheid dat iedereen beschoren heet te zijn. Genieten!

Dacht ik, totdat ik de tekst van het Amerikaanse artikel vergeleek met het Nederlandse. Als er niet dezelfde foto bij afgedrukt had gestaan, zou je niet geloofd hebben dat het over hetzelfde werk ging. In de Nederlandse krant stond een kort en evenwichtig verhaal over het onderwerp en de achtergrond van het onderzoek, de wetenschappelijke wisselwerking tussen theorie en waarnemingen, en de namen van de betrokken mensen. In de Amerikaanse stonden een paar kolommen geschetter over de nieuwe! verbluffende! onverwachte!

onverklaarbare! sensationele! foto's van NASA's Hubble Space Telescope, waarbij slechts de naam genoemd werd van één direct betrokkene (Balick), alsmede drie anderen die de NASA-publiciteitsmachine speciaal voor de gelegenheid had laten opdraven op een persconferentie in Washington DC.

Waarom was ik zo verbijsterd? Niet vanwege die ene echte collega, een goede vriend en eersteklas wetenschapper. Hij had er evenveel recht op om van de observationele kant in 't zonnetje te staan als ik van de theoretische. Ik kan het pas uitleggen door eerst te vermelden hoe dat hoogst merkwaardige wetenschapsbedrijf werkt, van binnenuit gezien.

In 1984/85 bracht Bruce Balick, een astronoom uit Seattle, een jaar als gast door op Sterrewacht Leiden. Hij had het idee opgevat dat bepaalde soorten nevels, die worden uitgestoten wanneer sterren zoals onze Zon sterven, ondanks hun grote verscheidenheid aan vormen allemaal op een en dezelfde manier moeten ontstaan. We waren al bevriend geraakt, en omdat ik de plaatselijke theorie-goeroe was vroeg hij of ik er iets van kon bakken. Uiteraard zei de goeroe meteen: jazeker!

Dat was grootspraak, als je het letterlijk opvat. In mijn woordenschat betekent het: ik vind het een verbazend interessant probleem, volgens mij heb je een grote vis aan de haak, laat ik eens een lijntje bijzetten. Het probleem omvatte een onderzoek op het gebied van de astrofysische gasdynamica, een theorie die vergelijkbaar is met die welke men gebruikt om op Aarde het weer te voorspellen. Ik had me al lange tijd beziggehouden met het weer tussen de sterren, en herinnerde me een dertig jaar oude publicatie van de Russische wiskundige Kompaneyets die in de verte aan mijn probleem raakte. Tot mijn stomme verbazing en grote euforie bleek dat ik, na een listige vereenvoudiging, het probleem dat Balick had gesuggereerd letterlijk op de achterkant van een oude envelop kon oplossen.

Na een kort maar luidruchtig klompendansje besefte ik dat er nog veel meer te doen was. Ik bezocht Bruce in Seattle, en we besloten het groter aan te pakken met behulp van numerieke simulaties. In Garrelt Mellema vond ik een promovendus die niet alleen briljant was in computerwerk, maar ook natuurkundig rotsvast in zijn schoenen stond. In 1988 verscheen mijn artikel over bovengenoemde vondst en vanaf die tijd raakte het onderzoek in een stroomversnelling. Er ontstond een soort internationale huisindustrie van mensen die soortgelijke dingen probeerden, en al gauw was duidelijk dat de klus in feite geklaard was.

Gesteund door dit werk vroeg Balick waarneemtijd aan op de inmiddels gelanceerde Hubble Space Telescope, om te speuren naar inwendige details van de door ons beschreven nevels. Na jarenlange omzwervingen door de bureaucratische krochten van NASA hadden we eind augustus '97 de eerste resultaten binnen. Maar we konden er nog niet mee naar buiten: enkelen van de mensen in vaste dienst van NASA (die uiteraard gezien hadden welke buit we hadden) eisten de gegevens voor zichzelf op. Balick liet zich de kaas niet van 't brood eten, en in december kon ons persbericht uitgaan. Tot ons grote genoegen pakten talrijke Nederlandse en Amerikaanse media het bericht op.

Maar onze geschiedenis was lijnrecht tegengesteld aan wat de NASA-mensen ervan maakten. Zij - en de verslaggevers buiten Nederland die gewoon de Amerikaanse persberichten van het Web plukken - hebben de zaak op zijn kop gezet. De foto was zogenaamd 'nieuw, onverwacht, en onverklaarbaar'. De Europese connectie was verdwenen; het theoretische werk was door onpersonen verricht, sterker nog, het had nooit bestaan. In feite waren alle niet-NASA-vertakkingen, ook die in de VS, gesnoeid.

Razend was ik, niet eens vanwege mezelf maar vooral vanwege de vervalsing van het wetenschappelijk proces, waarvan de maatschappij toch al zo'n verwrongen beeld heeft. En natuurlijk vanwege Mellema, wiens tijdelijke baan in het buitenland hem zeer kwetsbaar maakt. Ook herinnerde ik mij een vraaggesprek met collega fysicus Ad Lagendijk, die opmerkte: “Het eerste wat je Amerikaanse collega's doen als je ergens mee doorbreekt, is je naam lospeuteren van je resultaten.” Kinderroof, dus. Vandaar dat Ad extra blij is nu een grote ontdekking van zijn team op het omslag van Nature staat.

Een natuurkundige vondst is gemeengoed, want de natuur is er ook zonder ons. Als Albert Einstein niet met de relativiteitstheorie was gekomen, dan had Albertha Einwasser het wel gedaan, hooguit twintig jaar later. Maar geen mens zou een Tiende van Beethoven kunnen schrijven, dus die Negen blijven Ludwigs onvervreemdbaar eigendom.

Vandaar de fanatieke sfeer rondom prioriteit, vergelijkbaar met journalistiek, waar een primeur meestal zwaarder telt dan een doorwrocht achtergrondartikel. Lees maar na in The double helix van James Watson.

Het is dus begrijpelijk dat sommige wetenschappers proberen wat korter door de bocht te gaan dan hun concurrenten. Gewoon gappen komt voor, maar is relatief zeldzaam. Alleen promovendi en andere ondergeschikten worden met enige regelmaat bestolen. Doodzwijgen van andermans publicaties kan, maar wordt vaak onderschept door het onvolprezen systeem van proeflezers (peer review). Pas sinds de publicaties als zodanig onderwerp van studie zijn geworden, door het tellen van bladzijden en verwijzingen daarnaar (citatie-index), heeft het eruit-biggen van mededingers een hoge vlucht genomen. Zo was er een collega die systematisch naar zijn eigen artikelen verwees, en al gauw Herr Selbstzitator werd genoemd. Dit kun je met simpele software omzeilen. Slimmer is het 'indirect verwijzen': in je eerste artikel over een onderwerp noem je terloops het oorspronkelijke onderzoek van de ander, daarna verwijs je alleen naar je eigen spul. Dat werkt des te beter als je lid bent van een mutual admiration society, een groepje mensen dat alleen naar elkaars werk verwijst. Bei uns ist alles besser! Zeer veel gebruikt is de truc met het stamppot-prakje: je schrijft talloze stukken die knip-en-plakwerk zijn van alles wat je eerder hebt gepubliceerd. Ik ken iemand die zo ongeveer 200 bladzijden per jaar produceert, verdeeld over 20 à 25 artikelen.

Dat een enkeling zo laf is, passe encore. Maar stuitend zijn de bureaucratische organisaties die zich niet aan dewetenschappelijke weidelijkheid storen. Waarom doen zij dat? Omdat ze anticiperen op de keuteltellers. NASA bijvoorbeeld wordt gestuurd door leden van het Congres die met redeloze regelmaat zaniken over het 'rendement' van de wetenschap. Deze filistijnen vertrouwen er wel voor honderd procent op dat door de producten van diezelfde wetenschap, zoals tv, computers en satellietzenders, hun gedram verspreid wordt. Ook in Nederland worden de publicatie-gewoonten meer en meer gedreven door de terreur van het jaarverslag, van visitatiecommissies en soortgelijke bezoekingen. De les is dat je, doordat men gaat anticiperen, niet meer kunt meten. De meeste wetenschappers houden zich aldus bezig met grootscheepse geschiedvervalsing, de een wat erger dan de ander. De meters van het onmeetbare zijn zo in hun eigen tellingen verstrikt geraakt, want het menselijk vernuft is onbeperkt op dit gebied.

Lieden die te dom zijn om echte ontdekkingen te doen zijn doorgaans sluw genoeg om manieren te vinden waardoor hun gebrek aan zwaarte ze doet bovendrijven. Citatie-indices en dergelijke hebben steeds minder zin, behalve voor de hardleerse bestuurders die zulke verslagen bestellen. Om het beter te doen zou je naar elk werk een geschiedkundig onderzoek moeten verrichten, maar dat gebeurt alleen bij zeer hoge uitzondering.

Het wetenschappelijk resultaat waarover u hebt kunnen lezen betekent dat wij onze tijd negen jaar vooruit waren. Mocht u ooit zoiets overkomen, koester dan het kwartiertje waarin u beroemd bent, want u zult het in de keutelannalen niet terugvinden.