Ketelbinkie

Traditioneel smaakte het eten tijdens het jaardiner van de werkgeversvereniging van de Rotterdamse haven SVZ weer uitstekend. En de wijn, ondermeer een voortreffelijke Côte du Rhône, was zelfs meer dan goed. In licht euforische stemming beklom SVZ-voorzitter Gerrit Doeksen het podium om in zijn jaarrede de vloer aan te vegen met alles wat een obstakel kan vormen voor het opstoten van de Rotterdamse haven in de vaart der volkeren.

Doeksen is na ondermeer bestuurder bij Internatio-Müller een manager van de oude stempel uit de Rotterdamse haven, die Rotterdam via Botlek, Europoort en Maasvlakte heeft zien uitgroeien tot het grote maritieme wonder. Er ging dan ook een licht geroezemoes door de zaal dat uitgerekend een veteraan als Doeksen de evergreen van de Rotterdamse haven over het 'straatschoffie' Ketelbinkie zo opvallend misbruikte. Doeksen waarschuwde voor te rigoureuze hervorming van het loodswezen met de woorden: “denk aan het beroemde lied Ketelbinkie dat ons leert dat zieke zeelui nadelig is voor de vracht”. Als havenman pur sang zou hij toch moeten vertellen, of misschien zingen: “En met jenever en citroenen werd hij weer op de been gebracht. Want zieke zeelui zijn nadelig en brengen schade aan de vracht.”

Eerder had Doeksen al gesproken over Peyrifitte in plaats van Peyrefitte, en de operator van containerterminals uit Hongkong, Hutchison Whampoa had hij Hutchinson Whampoa genoemd. Maar toegegeven, het is een kniesoor die op deze slakken zout legt.