'Integriteitstoets wordt vast onderdeel beleid'

Net heeft de Nederlandsche Bank haar afdeling bankentoezicht ingrijpend gereorganiseerd en met veertig mensen uitgebreid (tot zo'n 200), of een nieuwe golf voorstellen bereikte het Amsterdamse Fredriksplein. Daags voor kerst zag de Nota Integriteit Financiële sector van het kabinet het licht.

De nota is volgepakt met meer en minder uitgewerkte voorstellen en gedachten van het kabinet om de moraal in de financiële wereld, in het belang van cliënten en samenleving, op te vijzelen. Opmerkelijke nieuwigheid: een justitiële aangifteplicht voor toezichthouders op de financiële bedrijfstak als zij tijdens hun controles weet krijgen van onoorbare praktijken. Toezicht is historisch bepaald: bij het bankwezen bescherming van het (spaar)geld van cliënten en de algemene betrouwbaarheid van het systeem. Het recent ingevoerde toezicht op wisselkantoren is gericht tegen witwassen van drugsgelden.

“Is een aangifteplicht wel zo nieuw?”, zegt directeur drs. T. de Swaan van de Nederlandsche Bank. “Ik zie het in de eerste plaats als een codificatie van bestaand beleid, waarvan het kabinet vindt dat het geïntensiveerd moet worden. Wij hebben nu al verschillende aspecten van integriteitscontrole in ons toezicht, zoals de toetsing op deskundigheid en betrouwbaarheid van bestuurders en richtlijnen over de kredieten die bestuurders bij hun bank kunnen krijgen.”

De Swaan deelt de opvatting van het kabinet dat de invoering van integriteit als expliciet doel van het toezicht de uitwisseling van gegevens met opsporingsinstanties vergemakkelijkt. Nu zijn aangiftes zeldzaam. Naar aanleiding van mogelijke overtreding van regels voor melding van grote contante transacties heeft de centrale bank vorig jaar november aangifte gedaan bij justitie tegen Bank Bangert Pontier, die verwikkeld was in het fiscale en financiële fraudeschandaal. “Gebaseerd op onze bestaande geheimhoudingsplicht hebben wij al enkele malen samengewerkt met justitie.”

Dat twee andere toezichthouders, de Verzekeringskamer (pensioenfondsen en verzekeraars) en de 'beurswaakhond' Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), huiverig zijn voor een aangifteplicht, reduceert De Swaan tot een “wat andere benadering”. “Ik wil niet zo focussen op een aangifteplicht. Bij ons bestond de wens het toezicht op de integriteit een integraal onderdeel te maken van ons werk. En die wens onderschrijft de regering.”

Hoeveel extra aangiftes in de toekomst zijn te verwachten? “Dat kan ik nu niet zeggen. Wij krijgen ook de mogelijkheid overtreding met boetes af te handelen. Bij de toezichthouders zullen meer dan nu afwegingen moeten worden gemaakt: aangifte doen of een boete opleggen?”

De directeur van de centrale bank verwacht niet dat de banken straks anders tegen hun toezichthouders zullen aankijken en minder makkelijk informatie zullen geven. “Wij staan beide voor dezelfde taak: een gezond bankwezen, zowel financieel als qua integriteit.”

Naast steun voor de uitgangspunten van de kabinetsnota, ziet De Swaan ook de nodige problemen, die hij diplomatiek verpakt in termen als “een van de moeilijkere onderdelen van de tekst”. Hij waarschuwt voor een nieuwe serie regels. Ook met het idee om diverse registers aan te leggen van medewerkers in de financiële bedrijfstak heeft De Swaan moeite.

Het plan voor een register met licenties voor effectenhandelaren, een door het kabinet verwaterd idee van beursdirecteur Möller, ligt er al. De Swaan blijkt een van de opposanten tegen Möllers idee te zijn geweest. “Ik heb mij altijd sterk gemaakt voor de verantwoordelijkheid van de leiding voor de integriteit van hun eigen medewerkers, zoals nu in de nota staat. Het moet niet zo zijn dat de leiding zich bij onoorbaar gedrag van een medewerker kan verschuilen achter een toezichthouder, onder het mom 'die heeft de medewerker een licentie gegeven'. Ons aanspreekpunt is de bestuurder: 'Gij zult optreden. Doet u dat niet, dan maakt u inbreuk op de vergunning die de bank heeft op basis van de wet toezicht kredietwezen'.

En registers met andere groepen medewerkers? De Swaan is huiverig. “Hoe ver moet je gaan? Alleen kantoordirecteuren? Valutahandelaren? Ook baliemedewerkers? En waarom de cassières van Albert Heijn dan niet?”