GEEN GOEROE, WEL EEN ZWEMPROFESSOR

Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met de opleving van het Nederlandse zwemmen. Maar een wonderdokter zegt Jacco Verhaeren niet te zijn. “Ik vertrouw op mijn gevoel, dat laat mij nooit in de steek”, zegt de 28-jarige trainer van PSV, de hofleverancier van de nationale ploeg bij de wereldkampioen- schappen in Perth.

Zijn eerste dagen in zwembad De Tongelreep verliepen niet zonder slag of stoot. Tot zijn ontsteltenis constateerde Verhaeren dat trainen vooral “een bezigheidstherapie” was in het bassin van het Brabantse bolwerk. “Het moest vooral leuk zijn. Een langere opdracht werd al meteen afgedaan als saai en vervelend. Heel bruut heb ik toen het roer omgegooid. Een aantal mensen kon dat niet aan en stapte op. Ik vond het best. Topsport vereist inzet en overgave. Wie niet wil, prima, even goede vrienden. Maar dan geven we elkaar de hand en is het gedaan met de samenwerking.”

Groot was zijn verbazing toen hij kennis maakte met Marcel Wouda. Na een afmattende periode in de Verenigde Staten keerde de wisselslagspecialist bijna drie jaar geleden terug in Eindhoven en sloot hij zich aan bij PSV. “Na een week was hij doodop. In Amerika zwom hij tachtig tot honderd kilometer in de week. Bij ons was hij na veertig kilometer helemaal uitgepierd. Doodeenvoudig omdat hij niet gewend was om op kwaliteit te trainen. In Amerika zat hij veel te vaak in het rood en greep niemand in. Marcel is vreselijk fanatiek, zelfs voor Amerikaanse begrippen. Ik moet hem dan ook eerder afremmen dan aanmoedigen.”

Variatie is het sleutelwoord in de werkwijze van Verhaeren, periodisering en intensiteit zijn de pijlers van zijn werkwijze. “Tachtig kilometer zwemmen heeft geen zin. Dat is geestdodend, dat houdt geen mens vol. Ik werk daarom in blokken. Anderhalve week, soms twee weken, explosief trainen en dan weer gas terugnemen en herstellen. Op die manier hou je het lichaam scherp en blijft de geest vatbaar voor trainingsprikkels. Elke slag moet raak zijn. Iedereen kan op en neer zwemmen, dat is geen kunst. Maar ik eis dat zwemmers nadenken over hun slagen. Functioneel trainen, noem ik dat. Altijd met je kop erbij. Alleen dat heeft effect.”

De eerste vorderingen waren al zichtbaar bij de EK van 1995 in Wenen, het eerste internationale toernooi dat Verhaeren meemaakte als lid van de technische staf onder leiding van bondscoach René Dekker. Een jaar later volgde de grote doorbraak bij de Olympische Spelen in Atlanta. Kirsten Vlieghuis won twee bronzen medailles in het Georgia Tech Aquatic Center terwijl Pieter van den Hoogenband naar twee verdienstelijke vierde plaatsen zwom op de koningsnummers bij de mannen, de 100 en 200 meter vrije slag. Na afloop betrokken de beide PSV-zwemmers hun clubtrainer nadrukkelijk in de feestvreugde en drongen zij, in samenspraak met Wouda, aan op een vaste dienstbetrekking voor Verhaeren in Eindhoven.

Die kwam er, per 1 januari 1997. Al had Verhaeren de aanbiedingen voor het uitkiezen na de olympische successen in Atlanta. Met name vanuit de Verenigde Staten was de belangstelling groot voor de eigenzinnige Brabander. Maar hij wees de aanbiedingen een voor een van de hand. “Mijn doel is om ooit de beste trainer van de wereld te worden. Zo eerzuchtig ben ik wel. Bij PSV verkeer ik in de bevoorrechte positie om met potentiële wereldkampioenen te mogen werken. Dat weiger ik op te geven.”

Bovendien spreekt Amerika hem niet aan. “Ik vind het een op zijn zachtst gezegd een overdreven volkje. Te enthousiast en te weinig zelfkritiek. Ga maar eens bij een groot toernooi kijken hoe die Amerikaanse coaches langs het water tekeer gaan. Dat slaat nergens op. Ze maken hun zwemmers compleet gek. Ik weiger onwaarheden te verkopen. Als het niet loopt met iemand, dan houdt het op.”

Geheimen zegt Verhaeren niet te hebben. Intuïtie beschouwt hij als een van zijn belangrijkste gaven. “Mijn gevoel laat mij nooit in de steek. Dat is mijn leidraad. Ik voel aan wat een zwemmer nodig heeft, wat hem of haar bezighoudt in de aanloop naar een groot toernooi. Daarvoor hoef ik geen boek open te slaan, want het is allesbehalve een wetenschappelijke benadering. Noem het maar een aangeboren talent.”

En verder? Verder niets, beweert Verhaeren. Ook al is zijn naam sinds Atlanta onlosmakelijk verbonden met zwemsucces en geldt hij voor velen als de wonderdokter van het Nederlandse zwemmen. “Na de Spelen sloeg ik de kranten open en las ik verhalen waarin ik werd neergezet als een soort goeroe en heelmeester. Wat moet ik daarmee? Niets toch? Goed, het streelt me, maar het brengt me niet verder. Ik doe mijn werk en prijs me gelukkig dat ik over perfect materiaal beschik.”

Wonderen zegt Verhaeren niet te verrichten. “Ik heb ook zo mijn misperen. Neem Minouche Smit. Die heb ik maar niet aan de praat gekregen. In het olympisch jaar zwom ze rond de 2.15, nu komt ze niet verder dan 2.10. Medelijden heb ik niet, want niemand heeft haar gedwongen topsport te bedrijven. Maar vervelend vind ik het uiteraard wel. Ja, ook voor mezelf.”

Maandag begint het zwemtoernooi bij de wereldkampioenschappen in Perth, met onder meer de 100 meter vrije slag voor vrouwen en de 200 vrije slag voor mannen. Op dat laatste onderdeel verschijnen de twee belangrijkste troeven van Verhaeren in het water van het Perth Challenge Stadium, Van den Hoogenband en Wouda. Verhaeren heeft hoge verwachtingen van de zeven PSV-zwemmers die komende week in West-Australië van start gaan. “Vooral omdat bij de WK geen excuses meer gelden. We zijn nu in een fase terecht gekomen waarin we niet meer tevreden mogen zijn met persoonlijke records. Alleen medailles tellen nu nog. Ik reken mijzelf ook af op prestaties.”

De WK in Perth zijn een opmaat voor de Olympische Spelen, over twee jaar in Sydney. Het sportieve eeuwfeest vormt vermoedelijk het eindstation van Verhaeren. “Daar moet alles samenkomen waar we nu al jaren aan werken. Voor mij houdt het daarna op, zeker bij PSV. Als Pieter daar weer vierde wordt, dan is dat de top. Meer kan hij niet, meer kan ik niet. Wat ik daarna ga doen, weet ik nog niet. Misschien trek ik me wel helemaal terug uit de sport. Ik ben nog jong. Mijn broer heeft een café. Dat lijkt me ook wel aardig.”

Ook voor Van den Hoogenband (19) betekenen de Spelen het afscheid van de zwemsport, zoals hij al herhaaldelijk heeft aangekondigd. Coach en pupil vormen een onafscheidelijk duo, al wil Verhaeren nog wel eens uitvallen naar de laconieke Brabander. “Pieter zit soms overal en nergens met zijn gedachten. Als hij dat bij een wedstrijd flikt, moet hij dat vooral doen. Maar niet tijdens de voorbereiding. Dan heb ik het voor het zeggen.”

Voor Van den Hoogenband staan de WK voor een groot deel in het teken van de revanche na de enigszins teleurstellend verlopen EK. Verhaeren acht hem in staat een wereldrecord te vestigen. “Omdat hij zowel technisch als fysiek tot de besten behoort en mentaal enorm sterk is. Ik kan rustig roepen dat hij een wereldrecord gaat zwemmen, want dat legt geen extra druk op hem. Hij haalt zijn schouders op zoals zo vaak.”

Afgelopen maanden riep Verhaeren de hulp in van een bewegingswetenschapper om de start- en keerpunten van Van den Hoogenband te perfectioneren, tot dusverre de enige zwakke schakel in de voor het overige verfijnde techniek van de VWO-scholier. Het leek zowaar op een knieval van Verhaeren. Maar: “Starten en keren hebben geen donder met zwemmen te maken. Het is een specialisme dat meer thuis hoort bij het schoonspringen en -zwemmen. Voor het rest hoeven ze mij weinig wijs te maken, maar daar heb ik onvoldoende verstand van.”