Er komt geen match tussen kampioenen

LAUSANNE, 10 JAN. Zullen Kasparov en Karpov dan werkelijk ten eeuwigen dage de schaakwereld blijven beheersen? Het lijkt er op. En het duurt al zo lang! In 1975 werd Karpov voor het eerst wereldkampioen. Tien jaar later werd hij afgelost door Kasparov, met wie hij vervolgens nog eens drie matches om het wereldkampioenschap speelde.

Na het schisma van 1993, toen Kasparov samen met de Engelsman Nigel Short de wereldschaakbond (FIDE) verliet, speelde de Siamese tweeling Karpov en Kasparov een ander spel. Ze waren allebei wereldkampioen, maar van verschillende organisaties. Nu ging het er om wie voor de buitenwereld de echte kampioen was.

De schaakwereld smachtte naar hereniging. Zolang er twee wereldkampioenen zijn, is geen enkel wereldkampioenschap helemaal echt. Maar nu Karpov opnieuw kampioen van de FIDE is geworden, is de kans op die hereniging kleiner dan ooit. Kasparov heeft al een paar keer verklaard dat hij nooit meer een match tegen Karpov wil spelen, omdat die te zwak zou zijn.

Aan het begin van het toernooi in Groningen, waarvan de winnaar tegen Karpov zou spelen, schetste FIDE-president Iljoemzjinov de zware weg die een nieuwe kampioen zou moeten gaan. Eerst een loodzwaar toernooi, meteen daarna de match tegen Karpov. “Wie deze weg is gegaan heeft getoond keihard te zijn. Laten we proberen Karpov te verslaan!“ Een merkwaardige oproep. De spelers moesten er een beetje om lachen. Ze mokten allemaal, omdat Karpov zulke grote privileges had gekregen. Nu leek het alsof Iljoemzjinov er op pochte dat hij hun als een strenge maar wijze vader een onmogelijke taak had opgelegd uit goede wil, om hun karakter te stalen.

Maar Iljoemzjinov meende waarschijnlijk wat hij zei, want voor de FIDE zou het inderdaad beter zijn geweest als Karpov niet had gewonnen. Karpov heeft een groot verleden, maar er kan geen twijfel over bestaan dat Anand nu sterker is. Anand staat hoger op de wereldranglijst dan Karpov en hun onderlinge score was voor deze wereldkampioenschapsmatch heel voordelig voor Anand. In alle toernooien die ze in 1997 samen hebben gespeeld, is Anand hoger geëindigd. En in het grootste toernooi van de laatste jaren, dat van Las Palmas 1996, waarin de beste zes schakers van de wereld dubbelrondig tegen elkaar speelden, werd Anand tweede en Karpov laatste.

Toen Anand het toernooi in Groningen had gewonnen, had hij het gevoel wereldkampioen te zijn geworden. De match tegen Karpov vlak daarna deed er volgens hem eigenlijk niet toe. Hij noemde dat 'spelen met een toren achter', omdat hij moe was en Karpov fit.

Anand had zeker gelijk dat de regels oneerlijk waren. Maar niemand zal hem nu wereldkampioen noemen, dat wist hij zelf ook wel. Daar hebben we er al meer dan genoeg van; Kasparov, Karpov en volgens sommigen zelfs Fischer. Anand kan er niet meer bij.

Als Anand had gewonnen, had de FIDE een machtige troef in handen gehad: een wereldkampioen die iets groots had gepresteerd. Het zou een zware druk op Kasparov gelegd hebben om zich op de een of andere manier met de FIDE te verstaan. Nu hoeft hij niet. Hij kan met recht zeggen dat Karpov een ongeloofwaardige kampioen is, die zijn titel dankzij een oneerlijk reglement heeft geprolongeerd. Een match tussen de twee kampioenen zal er niet komen, al was het alleen maar omdat iedereen al weet wie die zou winnen.