Dom

In Frankrijk, in de omgeving van Bar-le-Duc waar ik veelvuldig vertoef, ben ik aangewezen op L'Est Républicain. Dit blad met als verspreidingsgebied het noordoostelijk deel van Frankrijk kent verschillende regionale edities zodat geen huwelijk, rommelmarkt, verkeersongeval of braderie aan zijn aandacht ontsnapt.

Die krant blijft mij verbazen door de gemakzucht waarmee hij in elkaar wordt geflanst. Voor het verslag van de plaatselijke wielerronde wordt drie keer dezelfde foto gebruikt, alleen telkens iets anders uitvergroot. Het weerbericht bevindt zich elke dag op een andere plek met de ene keer daarbij vermeld het weer in enkele hoofdsteden van West-Europa, een andere keer het weer in andere regio's, maar meestal geen van beide. Een patroon valt er niet in te ontdekken.

Fransen met wie ik hierover spreek, reageren verbaasd op mijn kritiek. De mensen hier maakt dat allemaal niets uit, die merken dat niet eens van die foto's, bij zo'n krant werken natuurlijk ook niet de grootste lichten, wat denk je eigenlijk, het is geen Le Monde. Wat ik dus niet begrijp is dit dédain voor de lezer bij mijn Franse kennissen en bij vermoedelijk ook de makers van dat blad.

Nog zo'n curiositeit. In Frankrijk worden de jachtgebieden verdeeld door plaatselijke commissies. Die bepalen dat bijvoorbeeld het bos van de gemeente, tezamen met de aangrenzende landerijen van de plaatselijke boeren, één jachtgebied vormen. Eigenaren van aaneengesloten gebieden van meer dan 20 hectaren, vallen niet onder deze regeling: die kunnen zelf bepalen of en door wie er op hun gebied gejaagd wordt. Als ik me tegenover Franse vrienden hierover hardop verbaas, is opnieuw onbegrip mijn deel. Dat is nou eenmaal zo geregeld, bij mij in de straat wordt ook harder gereden dan me lief is, daar kan ik ook niets tegen doen, en dat er verschil wordt gemaakt met grootgrondbezitters: de regeling geldt voor alle grootgrondbezitters, zowel voor de slager die goed geboerd heeft als voor de eigenaar van het château. Van discriminatie is dus geen sprake.

Mijn opvattingen over de krant getuigen voor Fransen van een wonderlijke instelling, en waar het gaat om jachtrechten geldt voor hen klaarblijkelijk een andere logica.

Arbeids- en organisatiepsycholoog dr. J. te Nijenhuis komt op grond van een analyse van de testresultaten onder 800 autochtonen en 1300 allochtonen tot de conclusie dat “het gemiddeld niveau van cognitieve vermogens in de groep allochtonen lager is dan het gemiddeld niveau in de groep autochtonen”. Ik vind het verbazingwekkend dat er nog steeds lieden rondlopen die mensen met verschillende achtergrond door dezelfde testmolen halen en daar conclusies aan verbinden omtrent verschillen in kwaliteit, terwijl ik - en u inmiddels ook - weet dat de logica zo vlak ten zuiden van onze grens vaak al een andere is dan de onze. Dat Te Nijenhuis dit niet weet, is dom, en dat hij dom is illustreert hij met zijn bewering dat de desbetreffende test wel degelijk valide is. Als het tenminste waar is wat de Volkskrant uit zijn mond heeft opgetekend: “Bovendien bleken kandidaten die de test met een 'zesje' hadden afgesloten, later in hun baan ook op 'zesjesniveau' te functioneren. 'Dat is eigenlijk mijn sterkste bewijs'.”

Dit nu, kan ik u verzekeren, is je reinste kletskoek. Een test die voorspelt wie later op zesjes-, en naar ik aanneem dan ook wie op zeventjes- en achtjes- en viertjesniveau presteert, daarmee word je schatrijk en wereldberoemd. Nijenhuis' 'sterkste bewijs' is je reinste bluf.