'Crimineeltjes' beheersen Oosterparkwijk

In de Oosterparkwijk van Groningen is iedereen bang voor de jeugdigen. “Ze praten nooit iets uit, beginnen altijd te vechten.”

GRONINGEN, 10 JAN. Al jaren terroriseren ze de buurt, de jongeren die met hun vernielingen vorige week dinsdag in de Groningse Oosterparkwijk mede aanleiding gaven tot het vertrek van politiechef Veenstra.

Het gaat om jongeren tussen twaalf en zestien jaar uit de straten met de bloemennamen in de Oosterparkbuurt. Ze hangen in groepjes van wisselende samenstelling rond op straat en bij het jongerencentrum JOP. “Crimineeltjes” zijn het volgens buurtbewoners en “meelopers”. Ze komen uit wat sociale werkers “kansarme gezinnen” noemen. De gezinnen die het konden betalen, hebben de smalle straatjes met huurwoningen rond het Goudenregenplein verlaten, de lage-inkomensgroepen zijn achtergebleven.

De bewoners hebben weinig opleiding, zijn vaak werkeloos en velen kampen met een drankprobleem. Vierentwintig bierflesjes voor slechts tien gulden van het merk 'Heraut', staat in de wijk bekend als 'Oosterparkbier'. Aandacht voor opvoeding van de kinderen schiet er vaak bij in, door de problemen die de ouders zelf hebben. Gemeentewerkers waren gisteren bezig de resten van de met kettingzagen afgekapte bomen uit de straat te verwijderen.

Iedereen is bang, zegt een bewoonster van de Zaagmuldersweg, die grenst aan de Goudenregenstraat. Die kinderen, want dat zijn het volgens haar, hebben de hele buurt in hun macht. Niemand wil zijn naam in de krant, uit angst voor “represailles”. In het verleden zijn buurtbewoners die bij de politie aangifte deden van overlast door de jongeren bedreigd. Het is haar ook overkomen: haar man had geprotesteerd tegen diefstal van een fiets, de volgende dag kreeg zij te horen dat ze moest uitkijken. Haar oudste zoon (16) heeft zich gelukkig niet laten meetrekken, zegt ze, maar voor haar jongste houdt ze haar hart vast. “Als ik zie dat het misgaat, moeten we verhuizen.”

De laatste twee jaar, sinds jeugdleider 'Rooie Gerrit' de scepter niet meer zwaait bij het jongerencentrum JOP, is het centrum volgens buurtbewoners een broeinest van criminaliteit. Ieder weekeinde als er op het complex soos is, staat het kruispunt bij de Klaprooslaan vol met jongeren en sneuvelen de ruiten van het bushokje, vertelt een buurman van het centrum. De bus stopt 's avonds niet meer bij die halte. “Als je vroeger klachten had, belde je Rooie Gerrit en nam hij maatregelen”, zegt de bewoonster van de Zaagmuldersweg. Tegenwoordig smijten ze gewoon de hoorn erop.” Vanessa (15) uit de Oosterparkbuurt kwam drie jaar geleden vaak bij het JOP, zegt ze, maar nu niet meer: te gevaarlijk. Vanessa kent de relschoppers, grotendeels gewone jongens en meisjes volgens haar. “Als je ze alleen spreekt, zijn ze best aardig, maar in een groep worden ze vervelend.”

De in 1932 opgerichte speeltuinvereniging FEO in de Oosterparkwijk, een recreatiecentrum voor de buurt, houdt al een tijdje geen disco-avonden meer, vertelt een bestuurslid. De rellen zijn voor de FEO niets nieuws. Vorig jaar april kwam de beruchte groep jongeren op een disco-avond vechten, ze gebruikten traangas. De avonden zijn voorlopig afgelast. “We kunnen de veiligheid niet meer garanderen”, zegt het bestuurslid. De politie arresteert de relschoppers wel, maar omdat ze nog zo jong zijn, kunnen ze ze hooguit een dag vasthouden. Het probleem met de jongeren is volgens het bestuurslid dat ze thuis niet leren om te communiceren. “Ze praten nooit iets uit, beginnen altijd te vechten.”

Tijdens de jubileumavond van FEO, afgelopen september, was het opnieuw raak. De bewoonster van de Zaagmuldersweg herinnert het zich nog goed, ze deed zelf mee aan de playbackshow. Jongeren - volgens het bestuurslid de bekende groep - begonnen met stoelen te gooien. Plotseling trok één van hen een pistool. De leiding belde de politie, maar die kwam pas drie kwartier later toen de jongen alweer was vertrokken. Het bestuurslid: “Een kwartier na onze melding belde de politie terug met de vraag of het nog steeds nodig was om te komen.”

Vorige week dinsdag belde het bestuur van FEO de politie met de vraag of ze paraat zou staan mocht er woensdag met Oud en Nieuw trammelant komen. Ja, de politie zou er zijn. Toen diezelfde nacht nog rellen uitbraken in de Goudenregenstraat, was de politie er niet. Het bestuurslid heeft moeite dat te begrijpen. “Het gebeurde een dag eerder dan verwacht. Maar ze wisten toch dat het broeide?”

B. Smit, hoofd van een zogenoemde Vensterschool in de Oosterparkbuurt, waar maatschappelijk werk en scholing worden gecombineerd, wil niet kwijt hoeveel van de driehonderd kinderen op zijn basisschool een leerachterstand hebben uit angst voor “stigmatisering”. Wel noemt hij het een feit dat kinderen uit gezinnen met bijstandsuitkeringen waar geen geld is voor een krant, theaterbezoek of sport, op school achterstand krijgen. Het is de bedoeling om ouders meer te gaan adviseren over opvoeding, zegt hij. “Maar de school is er niet om normen en waarden op te dringen. Wij kunnen niet alle maatschappelijke problemen oplossen.”

De gemeente wil in de Oosterparkbuurt jeugdpreventieteams inzetten, in andere wijken hebben die hun effectiviteit al bewezen. Volgens J. Alting van de Welzijnsstichting WING moeten de hulpverleningsinstanties die nu vaak geïsoleerd van elkaar opereren door die teams beter gaan samenwerken. Maar ook de maatschappelijke hulp kent zijn grenzen. “Wij kunnen onze bemoeienis niet opleggen. Opvoeding blijft toch de verantwoordelijkheid van de ouders.”