Albino's in Afrika ; De witte vloek

Albino's vind je overal, maar in Afrika hebben ze het zwaarder dan in de rest van de wereld. Ze vallen meer op, hebben meer last van de zon en worden harder getreiterd. 'Pappa, waarom noemen alle mensen jou aap?'

Richard Nyathi heeft geen tijd om te lunchen. Terwijl zijn collega-ambtenaren door de gangen snellen met pannen vol dampende bouten en sadza, de lokale maïspap, gebruikt Nyathi zijn vrije tijd om in de bibliotheek van het Zimbabweaanse ministerie van Industrie en Handel de gegevens van een jong meisje op te nemen. De tweejarige Nosta Makwara heeft van haar moeder lakschoentjes aangekregen, een zomerjurkje met veel kant en een grote hoed. Als een te jong communicantje.

Nadat de moeder het formulier heeft ingevuld, bestudeert Nyathi het. Hij draagt een bril met vuistdikke, fotochromatische glazen en kan het papier slechts lezen als hij het op vijf centimeter van zijn ogen houdt. “Uw dochter moet voortaan altijd lange mouwen en pijpen dragen en worden ingesmeerd met zonnebrandcrème”, zegt Nyathi vriendelijk doch beslist, terwijl hij wijst op de zweren en schroeiplekken op de armen en benen van het meisje. “En koop een bril, die kan ze niet vroeg genoeg gaan dragen.”

Bibliothecaris Richard Nyathi (37) en het peutertje Nosta Makwara zijn albino's. Witten met een zwarte binnenkant. Ze missen het pigment dat de beschermende donkere huidskleur verschaft en ze zijn vreselijk bijziend.

Albinisme komt van een recessief gen dat beide ouders moeten dragen om het op een kind over te brengen. De combinatie betekent trouwens niet dat alle kinderen als albino ter wereld komen. Nosta heeft een zwart zusje, Richard Nyathi komt uit een gezin met drie albino's en acht zwarte kinderen.

Nyathi is vice-voorzitter van de Zimbabweaanse Albino Association. Toen zijn broer in 1996 op dertigjarige leeftijd aan huidkanker overleed, domweg omdat hij zich nooit voldoende had kunnen beschermen tegen de zon, besloot Nyathi actie te ondernemen. Hij riep collega-ambtenaar Stanley Gunda erbij, een albino die twee verdiepingen lager in hetzelfde gebouw bij Binnenlandse Zaken werkt. Samen legden ze de basis voor de club die het moet opnemen voor de vier- tot vijfduizend albino's in het land. Dat zijn er relatief niet zo veel vergeleken met andere Afrikaanse landen. In landen waar huwelijken met neef of nicht worden aangemoedigd, zoals in Botswana en Mozambique, zijn er meer. In deze, en een paar andere Afrikaanse landen vindt het Zimbabweaanse albino-initiatief nu navolging.

Omdat albino's in Afrika niet als gehandicapten worden beschouwd, doet de overheid niets voor ze. Geen steun voor aankoop van de kostbare brillen, geen geld voor zonnebrandcrème. Er is zelfs geen voorlichting. De Zimbabweaanse Albino Association, die bestaat dankzij giften, heeft net met zestien albinovrijwilligers een landelijk onderzoek gedaan waarbij tweeduizend albino's werden aangetroffen en geregistreerd. Dat zijn ze nog niet allemaal. Met radio-oproepen en verder onderzoek moeten de resterende twee, drieduizend witte zwarten worden geïdentificeerd.

Albino's komen op alle continenten en onder alle species voor. Andy Warhol was er een, net als de Duitse zanger Heino. Maar het lot van de albino is in Afrika harder dan elders. Er zijn er in Afrika meer (ongeveer 1 op de 4.000) dan mondiaal (1 op de 17.000). Er is de genadeloze zon die ervoor zorgt dat veel albino's op zeer jeugdige leeftijd sterven aan huidkanker. Maar het wreedst is de discriminatie die de albino er ondervindt - leedvermaak is een favoriete bezigheid van veel Afrikanen. En met hun witte complexie en gelige haar vallen albino's op het zwarte continent sterk uit de toon.

De uitbanning begint al vroeg. “Als Nosta naar een groepje kinderen rent om mee te spelen”, vertelt haar moeder, “stuiven die uiteen omdat hun is verteld dat zij ook wit worden als ze met een albino spelen.” De kleine Nosta klampt zich voortdurend aan haar moeder vast en kijkt vanonder haar zonnehoed met haar lichtgrijze oogjes argwanend de wereld in.

De Zimbabweaanse albino-organisatie wil vooroordelen en discriminatie uitbannen. Nog altijd weigeren zwangere vrouwen albino's de hand te schudden. Nog altijd zeggen moeders tegen hun kinderen, wijzend naar een albino: 'als je je niet gedraagt word je ook zo.' Nog altijd horen albino's in de winkel of op straat voortdurend: inkwu (aap), sope (witte) of murungundune (pseudo-blanke). Laatst kwam Nyathi's vierjarige zoon op hem af en vroeg heel serieus: “Pappa, waarom noemen alle mensen jou witte, of aap?” 'Monsters' of 'geesten' zijn andere geliefde spotternijen. Albino's zijn in Afrika geen mensen. In afgelegen gebieden krijgen ze niet eens een echte begrafenis. Ze worden in de grond gestopt in de veronderstelling dat ze toch in het niets oplossen.

Behekst

“Als albino ben je altijd een vloek voor je familie”, zegt politicoloog dr. John Makumbe, albino en wegens zijn landelijke bekendheid tot voorzitter van de belangenclub gemaakt. Achter zijn brilleglazen flitsen zijn ogen voortdurend heen en weer. Veel albino's hebben last van nystagmus, zoals de onregelmatige oogbeweging officieel heet. Makumbe: “Een albino is een teken dat de familie is behekst. De voorvaderen hebben iets misdaan en de toorn der goden gewekt.”

Veel ouders stellen hun albino's achter. Het onderzoek van de Albino Association wijst uit dat albinokinderen niet of later naar school gaan dan hun zwarte broertjes en zusjes. Makumbe: “Je ziet de albino's thuis stenen bakken terwijl de andere kinderen op school zitten.”

Tot voor kort was het zelfs gebruikelijk om een albinobaby in de nacht na de geboorte 'weg te maken'. Toen John Makumbe begin jaren vijftig werd geboren, vroeg de vroedvrouw aan zijn moeder: 'Zal ik hem doden?' Makumbe's moeder zei nee en dat spaarde zijn leven. Omdat het door grotere sociale controle niet meer zo makkelijk is om een baby zomaar te laten verdwijnen, zijn deze praktijken nu bijna helemaal in onbruik geraakt.

Albino's die wel naar school mogen, wacht ook een zwaar leven. Ze worden niet alleen getreiterd ('zijn moeder heeft met een witte man geslapen'), ze moeten ook verschrikkelijk hun best doen omdat ze niet kunnen lezen wat op het schoolbord staat. Veel leraren willen het witte buitenbeentje niet pontificaal voorin de klas. Zij moffelen de albino weg in een verloren hoekje. Als Makumbe niet vooraan mocht zitten, presteerde hij ook niet. Mocht dat wel, dan was hij verreweg de beste van de klas.

Vaak wordt gezegd dat albino's intelligenter zijn dan gewone zwarten. Wie kijkt naar de Albino Association zou het vermoeden. Een gezond recalcitrante hoogleraar, twee goedopgeleide ambtenaren. Opmerkelijk genoeg tref je albino's die door hun slechte ogen problemen hebben met lezen, vaak in beroepen waarin lezen of studeren noodzakelijk is. Omdat ze niet in de zon konden buitenspelen, zijn veel albino's boekenwurmen geworden. “Maar het is niet waar dat wij beter kunnen leren”, zegt Makumbe. “Minder dan een procent van de albino's gaat naar de universiteit. We zijn niet slimmer, maar we hebben zoveel tegen, dat we beter ons best doen. Vandaar dat er veel opvallende albino's zijn.” Voorbeelden van succesvolle Afrikaanse albino's zijn zanger Salif Keita, 'de nachtegaal van Mali' en reggae-artiest Yellowman.

De liefde

Een schaterlach blijft hangen onder het loof van Union Avenue in Harare. Met een uitgeklapte paraplu tegen de zon komen Sibongile Chitiyo (27) en een vriendin aangelopen. Als ze afscheid heeft genomen van haar gezelschap gaat Sibongile voor naar haar flatje, dat volledig in beslag wordt genomen door een tweepersoonsbed met een rode sprei in de vorm van een hart.

Chitiyo is een vrolijke studente Sociale Wetenschappen. Ze heeft blonde lokken in haar gele kroeshaar laten vlechten, die mooi over haar door de zon geplooide nek vallen. Ze weigert haar leven te laten vergallen door te letten op wat anderen vinden. “Als je je ergens erg van bewust bent, ben je er ook gevoelig voor hoe mensen op je reageren”, zegt ze over haar albinisme. “Als je er niet permanent van bewust bent dat je anders bent, heb je nergens last van.”

Dat is anders bij de zo zelfbewust lijkende professor John Makumbe. Die zegt zich altijd sociaal geïsoleerd te weten. Hij is zich zo bewust van zijn anders zijn dat hij tijdens koffiepauzes bij conferenties altijd achter in de rij gaat staan. Hij wil de anderen niet dwingen om na hem de pot aan te raken. “Dat vinden de mensen nu eenmaal vervelend. Ik geef ook nooit een bord door tijdens een receptie.” Richard Nyathi geeft in de bierhal altijd meer rondjes dan wie dan ook, om mee te blijven tellen. “Doe ik dat niet, dan zien ze me opeens niet meer zitten.”

Sibongile Chitiyo's onbevangenheid sterft weg als haar wordt gevraagd naar de vooruitzichten in haar privéleven. Kaarsrecht gezeten op de rand van haar grote bed, zegt zij: “Ik heb andere prioriteiten dan de liefde.” Maar dan laat ze alle vrolijkheid varen. “Er zijn veel mannen die mij willen misbruiken. Voor een nachtje willen ze het allemaal wel eens met een witte vrouw doen. En ik ben een makkelijker prooi, denken ze, dan een blanke vrouw.”

Laatst weer, achtervolgde iemand van de universiteit haar tot haar huis aan toe. 'Ik hou van je', riep hij de hele tijd. 'Waarom,' vroeg Chitiyo, 'je kent me niet eens.' 'Maar ik houd gewoon van vrouwen zoals jij', zei de jongen. “Ik weet eigenlijk nooit of ik een man kan vertrouwen”, zegt Chitiyo. Zeventig procent van de albinovrouwen is ongetrouwd of alleenstaande moeder.

Hoe anders is dat bij de mannen. Daar blijkt 95 procent een vrouw te hebben. Richard Nyathi weet wel waarom. “De man blijft een haantje die uiteindelijk liever niet met een albinovrouw over straat wil. Bovendien kan zij niet op het land werken, door de zon. En dat verwacht de man van haar. Vrouwen zijn veel goedhartiger. Die zitten er minder mee om met een albino te trouwen.”

Zwart, bruin of wit?

Als albino's, vaak na een paar pijnlijke afwijzingen, de ware vinden, zijn de ouders vaak een sta-in-de-weg voor een huwelijk. Dat was ook zo bij John Makumbe. De moeder van zijn uitverkorene dreigde serieus met zelfmoord. Pas na vijf jaar, toen ze zagen dat hun dochter echt alleen in Makumbe was geïnteresseerd, gingen zij akkoord. “Nee”, schatert Makumbe, “ik hoefde geen extra hoge bruidsschat te betalen. Duizend zimdollar was een koopje. En weet je wat, mijn schoonmoeder vindt mij nu de geweldigste man ter wereld.”

Richard Nyathi en John Makumbe hebben allebei kinderen. “Als ik door First Street in het centrum loop met mijn kinderen”, zegt Makumbe, “zie je iedereen oprecht verbaasd naar ons staren. Een witte vader met zwarte kinderen!” Toen Makumbe's eerste kind was geboren, vroeg een collega van de universiteit wat voor kleur het kind had. Zwart, bruin of wit? “Die man werkte op de medische faculteit!”

Ook met het vinden van een baan hebben albino's problemen. De meerderheid krijgt nooit een kans om te werken, al was het maar omdat ze door hun leesproblemen nooit een opleiding afrondden. Chitiyo's albinobroertjes, allebei drop-outs, hangen elke dag weer lusteloos in de huiskamer van haar ouders. Nyathi's overgebleven albinobroer doet ook niets. Volgens Makumbe is tachtig procent van de albino's werkloos, volgens Nyathi meer.

De meeste albino's met een baan werken bij de (semi-)overheid, die bij sollicitaties niet discrimineert. Maar nu overheden onder druk van IMF en Wereldbank moeten inkrimpen, worden de meeste open plaatsen niet opgevuld en is de arbeidsmarkt voor albino's nagenoeg nihil geworden.

Wat voor banen geldt, geldt ook voor woonruimte. De meeste verhuurders willen geen albino huisvesten, dat schrikt andere huurders af. “Onze Albino Association heeft zelfs nog geen kantoorruimte kunnen vinden”, zegt Makumbe wrang. “O, wat moeten we de mensen hier nog veel bijbrengen.”