Afstand OM-minister nieuw aspect zaak-Tjoelker

Minister Sorgdrager (Justitie) heeft het openbaar ministerie opheldering gevraagd over de zaak Tjoelker. Heeft ze de publieke gevoeligheid van de strafzaak niet direct goed ingeschat?

AMSTERDAM, 10 JAN. Mag een minister van Justitie zich bemoeien met een lopende strafzaak? Dat is een vraag die in de Nederlandse strafrechtspleging van oudsher met “fluwelen handschoenen” wordt aangepakt. De huidige bewindspersoon heeft daar minder moeite mee. Minister Sorgdrager heeft het openbaar ministerie (OM) in Leeuwarden om opheldering gevraagd over de zaak-Tjoelker. Ook al is er hoger beroep ingesteld. Zij verklaarde net als iedere burger verbaasd te zijn over de gehanteerde strafmaat.

De minister is echter niet een gewone burger, maar politiek verantwoordelijk voor het openbaar ministerie. Het gevaar voor politieke beïnvloeding van de justitie is een belangrijke reden voor de terughoudendheid die traditioneel bij haar ambt wordt geacht te passen. Dat ziet Sorgdrager zelf ook wel in: “Het OM onderscheidt zich van andere bestuursorganen doordat het geen politieke doelstelling heeft”, zei ze drie jaar geleden. Maar het onderscheid is subtiel: “Kijk eens, het OM is natuurlijk niet a-politiek. Dat denkt men wel eens een keer, maar dat is niet zo”, zei de minister twee jaar geleden in een interview met deze krant.

Het OM neemt kortom een ongemakkelijke tussenpositie in binnen de Nederlandse overheid:

- De openbare aanklagers behoren tot de rechterlijke macht en delen in de onpartijdigheid die daar bij hoort. Zij hebben het exclusieve recht strafzaken aan de rechter voor te leggen. Beslissend voor deze harde kern van hun taak is het vertrouwen van de rechter in de juridische kwaliteit van hun werk.

- Anders dan de zittende magistratuur is het OM hiërarchisch opgebouwd met de minister van Justitie als eindverantwoordelijke. Het OM heeft echter ook eigen verantwoordelijkheden, ontleend aan wettelijke bepalingen. Het moet er voor oppassen geen belangenbehartiger voor andere bestuursorganen te worden en moet steeds de nodige afstand bewaren.

De afstand van het OM tot het eigen departement van Justitie is de afgelopen jaren fel in discussie geweest. Voor zover het gaat om de hoofdlijnen van het beleid of de organisatie is niet omstreden dat Den Haag het laatste woord heeft. Al klinkt met enige regelmaat de waarschuwing dat het OM geen “departementale buitendienst” mag worden. Het boetenbeleid van het OM is er ook niet om de staatskas te spekken, maar om het recht te handhaven. Dat moet van tijd tot tijd ook hardop worden gezegd.

“De afstand zal als regel groter zijn naarmate het om geïndividualiseerde beslissingen gaat en kleiner naarmate het om algemene beleidsaangelegenheden gaat”, verzekerde Sorgdrager bij de debatten over de reorganisatie van de structuur van het OM. Staatsrechtelijk gezien is er echter volgens de kenners geen enkele reden de politieke verantwoordelijkheid van de minister voor het OM te relativeren. 'Sub judice' (onder de rechter) of niet.

De politieke verantwoordelijkheid van de minister is een volle. En, zoals Sorgdrager pleegt te zeggen: “Geen verantwoordelijkheid zonder zeggenschap.” Zij claimt dan ook “volledige zeggenschap over het requisitoir” in concrete strafzaken en verdedigde in de Senaat het standpunt “dat er helemaal niet onafhankelijk kan worden opgetreden door een officier van justitie”.

In het geval-Tjoelker is dan ook eerder opmerkelijk dat minister Sorgdrager pas achteraf informeert in plaats van tevoren. Heeft zij de publieke gevoeligheid van deze strafzaak niet direct goed ingeschat? Hoe sterk kan het OM zich overigens door de publieke emoties laten leiden? Dat is het soort delicate vragen waartoe ministeriële bemoeienis met het concrete geval aanleiding geeft.

Een pikant detail is dat Sorgdrager zich kennelijk rechtstreeks wendt tot het parket in Leeuwarden en niet tot het Parket-Generaal onder leiding van A. Docters van Leeuwen, voorzitter van het nieuwe College van procureurs-generaal. Dit college en met name de geduchte super-PG wordt nu juist een sleutelrol toebedacht in de nieuwe, strakkere opzet van het OM die Sorgdrager in het kader van haar volledige verantwoordelijkheid bezig is te realiseren.

Deze centrale rol van het College van PG's zou volgens sommigen ook dienen om de directe invloed op de strafvordering van de minister en haar medewerkers te filteren. Zo niet in Leeuwarden.

Het is natuurlijk wel vaker voorgekomen dat ministers van Justitie zich met concrete strafzaken bemoeiden. Van Agt en de abortuskliniek Bloemenhove (1974) werd zelfs een cause célèbre. Dat soort precedenten verleent zelfs aan een simpel verzoek om inlichtingen in een zaak die de gemoederen bezig houdt een speciaal tintje.