Actie nodig door indexbeleggers

Luie indexbeleggers: wakker worden! Binnenkort moet er gehandeld worden. Vanaf maandag 23 februari verandert weer de samenstelling van de AEX, het gewogen gemiddelde van de 25 meest verhandelde aandelen op de Amsterdamse beurs. De omzet in stukken ASM Lithography, Baan Company en Vendex International was in het afgelopen jaar structureel hoger dan die in de aandelen van Gist Brocades, Nedlloyd en Bolswessanen.

Daarom moeten die laatste drie bedrijven hun plaats in de eredivisie inleveren voor drie runners up. Beleggers die hun portefeuille vullen met de namen van het AEXlijstje omdat ze geen zin hebben om zich in de merites van individuele bedrijven te verdiepen en bovendien zo min mogelijk in hun portefeuille willen wisselen om aan- en verkoopkosten laag te houden, moeten nu in actie komen. Want nu die lijst wijzigt moet ook de portefeuille van de indexbelegger worden aangepast.

Indexbeleggen is dus niet helemaal wat het lijkt. Het is niet alleen maar kopen en vasthouden (buy and hold in het jargon). Niet alleen omdat jaarlijks een nieuwe top 25 wordt opgesteld, maar ook omdat de wegingen per fonds kunnen veranderen. Wijzigingen in de loop van een beursjaar, zoals de splitsing van KPN in een post- en een telecom-deel, van Vendex International in een winkel- en een uitzend-bedrijf, maar ook de voorziene fusie van Elsevier met Wolters Kluwer, en mogelijk de opsplitsing van KNP-BT nopen opmerkelijk genoeg weer niet tot kopen of verkopen. Een splitsing betekent dat de AEX tot volgend jaar een naam meer zal hebben en een fusie maakt van de top 25 een top 24.

Maar interessant genoeg blijkt het ook niet juist om indexbeleggen en ambitieloos beleggen in één adem te noemen. In het afgelopen jaar bijvoorbeeld hebben verschillende beleggingsfondsen die alleen beleggen in bedrijven die op de Amsterdamse beurs genoteerd zijn (en het verslaan van de AEX dus als minimumdoelstelling hebben) hun eigen norm niet gehaald. Oorzaak: de meeste beheerders van die fondsen gingen er vanuit dat als je het beter dan gemiddeld wilt doen, je relatief zwaar belegd moet zijn ('overwogen') in paar kleinere maar beloftevolle bedrijven. Dus onderwogen in de grootste multinationals. Afgelopen jaar pakte dat verkeerd uit. Juist de reuzen van de Amsterdamse beurs deden het het best. En dat tikt door, want de vijf grootste namen uit de AEX, Koninklijke Olie, Unilever, ING, Philips en ABN Amro, zijn goed voor bijna de helft van de AEXweging. Vóór afgelopen zomer kregen die topfondsen steun in de rug door de plotselinge toestroom van particuliere beleggers die voor bekende namen kozen, en van de duurdere dollar. Na de zomer, toen de Aziëcrisis effect begon te krijgen, profiteerden de superblue chips van de zogeheten 'vlucht in kwaliteit'. Bovendien leidt actief beleggen tot transactiekosten en dat kost altijd wat rendement. Volgens een berekening van het CBS kwam het rendement van Damrakbeleggingsfondsen in 1997 gemiddeld 2 procent lager uit dan het beursgemiddelde dat, inclusief dividenden, een rendement van 45 procent gaf.

Indexbeleggen is in theorie dus niet eens zo'n gek idee. Ook al doordat de jaarlijkse schifting op basis van de beursomzet er voor zorgt dat zwakke fondsen vanzelf worden geloosd en sterk opkomende bedrijven automatisch in de portefeuille terechtkomen. De wissel die voor 23 februari op de agenda staat lijkt de AEX voor de langere termijn sterker te maken. Een cyclisch (conjunctuurgevoelig) transportfonds, een dito farma-onderneming en een chronische tobber in de voedsel- en drankenindustrie ruimen het veld voor twee high-tech bedrijven en een pure ambitieuze dienstverlener. Bovendien krijgen koersen van de nieuwkomers in de AEX een impuls, puur omdát ze in de index terechtkomen. De miljarden guldens grote AEXklikfondsen kopen per definitie alleen aandelen uit de AEX en ook veel buitenlandse beleggingsfondsen mogen vaak alleen aandelen kopen van indexfondsen. Dat zal bijna zeker tot extra vraag naar die stukken leiden.

Toch zullen weinig particuliere beleggers zich werkelijk aangesproken hebben gevoeld door de oproep waarmee dit stuk begint. Want wie het AEXmandje letterlijk zou willen kopiëren komt voor een praktisch probleem te staan: zelfs met een portefeuille van honderdduizend gulden, zou hij in de kleinere AEXbeursfondsen alleen heel priegelige posities kunnen innemen. Bijvoorbeeld 3,5 aandeel Océ, 8 aandelen Polygram en 5 aandelen DSM. Zulke postjes van rond de duizend gulden hebben natuurlijk geen zin; de kosten gaan in verhouding te zwaar wegen en al presteren ze geweldig, dan nog maakt het op het totaal weinig uit. In de praktijk is indexbeleggen voor de kleine belegger dus alleen mogelijk door in een beleggingsfonds uit de AEX met of zonder klik te stappen. En in dat geval hoeft hij niet te kopen en te verkopen want dat doet de beherende bank.

Toch kan het zijn dat iemand wel degelijk aan indexbeleggen wil doen en niet via een beleggingsfonds. Misschien omdat hij geen beheerspercentage wil betalen, misschien omdat zijn bank geen AEXfonds zonder klik aanbiedt. Dan is het mogelijk om een AEXportefeuille te benaderen. Wie zich beperkt tot tien, misschien vijftien grootste bedrijven uit de AEXselectie, heeft al gauw 70 tot 80 procent van de hele index in zijn portefeuille. Het beleggingsresultaat zal dan nog maar weinig afwijken van het beursgemiddelde.