Wie rijk is snakt naar Bach

Sue Townsend: Ghost Children. Methuen, 192 blz. ƒ 46,25

Als 'een verbijsterend nieuw begin' kondigt Sue Townsends uitgever een nieuwe roman van deze Engelse schrijfster aan. Inderdaad, in Ghost Children is geen spoor te bekennen van de ironische humor die de bekende Secret Diary of Adrian Mole Aged 13 en de vervolgen daarop genietbaar maakten voor een zeer breed publiek. Na die puberdagboeken schreef Townsend nog twee romans, waarvan de satire The Queen and I (1992) de meeste, doorgaans meesmuilende aandacht trok. Nu blijkt Ghost Children opeens een uitgesproken naargeestig boek te zijn. De nieuwe roman zet zelfs morbide in met een eenzame man die op de kale hei zijn hond uitlaat en in een sloot een vuilniszak vol menselijke embryo's vindt. Hij zoekt een gaaf exemplaar uit in vergaande staat van ontwikkeling, een meisje, neemt haar mee naar huis en vertroetelt haar. Als hij er een paar dagen mee op de bank heeft gezeten en haar velletje begint los te laten als hij haar streelt, begraaft hij 'Catherine' onder een grindtegel in zijn tuintje.

De man is 49, een afgedankte vrachtwagenchauffeur die een teruggetrokken, haast zonderling leven leidt in een goedkoop huisje in een goedkope buurt. Elders leeft Christophers ex Angela met haar man in Schöner Wohnen-weelde. Twee abonnementen op interieurtijdschriften, alles op zijn plek, uitgekiende kleurencombinaties, zachte kussens, kostbare stukken: dit kinderloze echtpaar leeft zich uit op woninginrichting. Tien jaar geleden werden ze afgewezen als adoptie-ouders omdat Angela te dik was. Inmiddels weegt ze 120 kilo en kookt en snoept dat het een lieve lust is. Pal tegenover dit paar van overdaad plaatste Townsend een jong stel dat scharrelt aan de onderkant van de maatschappij: hij is lui, crackverslaafd, macho, slaat zijn totaal afhankelijke, zwakbegaafde vrouwtje en als het een kik geeft ook hun baby. Hun flatje is onbeschrijflijk smerig, het babymatrasje druipt van urine en poep, maar de stereo en de tv glimmen.

In haar schildering van klassentegenstellingen gebruikt Townsend het liefst de kleuren zwart en wit. Dat is het zwakke punt van deze roman, die verder zeker onderhoudend is en goed werd opgebouwd met de nodige cliffhangers. Tergend langzaam onthult de schrijfster de oude en nieuwe relaties tussen haar personages, die allemaal draaien rond al dan niet geaborteerde baby's. En om klassenverschillen; dat onuitroeibare thema in de Engelse literatuur. In haar ijver om die verschillen er dik bovenop te leggen schiet Townsend geregeld uit; zo lijkt ze te geloven in het hardnekkige misverstand dat alleen in de lagere klassen vrouwen en kinderen mishandeld worden, en dat alle gegoeden naar Bach snakken.

Wel sterk is de schrijfster in de psychologische karakterisering van haar personages, al is ook hierbij de kwast nog wel eens te dik. Maar ze komen tot leven, en sommige passages zijn bepaald aangrijpend. Misschien presteert Townsend toch beter op het humoristische vlak.