Stemmige poee van Jules Deelder; Te laat voor de Ark van Noach

J.A. Deelder: Het lot van de eenhoorn. De Bezige Bij, 60 blz. ƒ 25,-

De eenhoorn is volgens de mythe een paard of paardachtige met een lange gedraaide hoorn midden op zijn voorhoofd. In de omgang is het een nogal schuw en eenzelvig dier dat zich alleen door een reine maagd laat lokken. Dichters treffen er soms nog wel eens een aan, maar verder zijn ze al in tijden niet meer gesignaleerd. Volgens biologen mag de soort dan ook gerust als niet bestaand dan wel uitgestorven worden beschouwd. Hoe is dat zo gekomen? Wat is, of liever, was het lot van de eenhoorn? Jules Deelder komt in het titelgedicht van zijn nieuwe bundel met nieuwe informatie, uit een verder niet genoemde bron: het lot van de eenhoorn was dat hij simpelweg te laat kwam om nog mee te kunnen met de Ark van Noach. Dat is verrassend, maar nog verrassender is wat er daarna gebeurde: 'Het lot van de eenhoorn / is simpel verklaard / Toen Noach vertrok / kwam de eenhoorn te laat / Staand op een rots / zagen hij en z'n maat / de Ark in de woelige / baren vergaan.'

Het slot is wat je noemt opmerkelijk en zal onder theologen nog heel wat vragen oproepen. Voor de eenhoorn in kwestie moet het een bizar tafereel zijn geweest: eerst zien hoe de reddingsboot voor zijn ogen wegvaart, vervolgens beseffen dat hij daardoor nu juist aan een gewisse dood is ontsnapt. Als Deelders bron juist is, zou de ongelukkige eenhoorn van alle dieren juist nog het langst geleefd hebben. En bovendien hoefde hij zijn laatste dagen niet in eenzaamheid door te brengen, maar in het gezelschap van een tweede eenhoorn, zo te zien eveneens van de mannelijke kunne.

Het lot van de eenhoorn is een absurd gedicht, maar met nog voldoende verhaallijn om te willen weten wat er nu precies gebeurt. Er valt nog wel meer over op te merken, maar het belangrijkste is natuurlijk dat er om gelachen kan worden. De humor zit hem dacht ik niet zozeer in het verrassende slot, maar in de alledaagse wending 'hij en z'n maat': die maakt van dit bijbelse gegeven met mythische dieren meteen ook een herkenbaar hedendaags tafereel. Door die formulering is in een keer duidelijk hoe die twee eenhoorns daar op die rots hebben moeten staan kijken: als twee verblufte havenarbeiders, uit Rotterdam bijvoorbeeld.

In dit soort uitschieters is Deelder een meester. Zijn gedichten staan vol stijlbreuken die om te beginnen voor een moment van verwarring en vervreemding zorgen - en zo'n onverwacht moment is altijd een goede bodem voor humor. Deelders gedichten mogen dan opvallen door hun godslasterlijke, grove of absurde inhoud, ze ontlenen hun effect vooral aan het raffinement waarmee hij zijn taal, taaltjes, woorden, registers en idiomen weet te doseren. Ambtenaarlijk jargon staat naast archaïsch taalgebruik, neologismen naast Bargoense wendingen: 'wat mij hernieuwd deed zinnen op / een weg om vervroegd de pleiterik te plaatsen'. En als de kit binnenvalt bij een blowende Ray Charles, vraagt zij beleefd: 'Wat rookt u daar? Dat riekt naar de cannabis sativa!' Van deze grappen vallen er genoeg te citeren, maar het ware effect kan alleen in de context van het gehele gedicht beoordeeld worden. In een met veel clichés gevulde vertelling over het amateurvoetbal van weleer schoot ik pas in de lach bij het woord 'suizebollend', gezegd van een knoestige verdediger die zojuist 'het leder compleet met vervaarlijke veter onhoudbaar tegen lat of staander had gekopt'. De lach maakte, zoals vaker bij Deelder, de weg vrij voor de ontroering. Van een wat plichtmatig nummer werd het gedicht alsnog een sentimenteel portret van een 'stoere stronk in te grote korte broek' die suizebollend en al, maar manhaftig 'de eigen omgeploegde stek' staat te verdedigen.

Het ligt er een beetje aan waar je de accenten wil leggen, maar een echt nieuwe Deelder treffen we in Het lot van de eenhoorn niet aan. Voor de liefhebbers van zijn werk is er veel vertrouwds te vinden: van voetbal, Rotterdam en zekere drogerende middelen tot en met jazz, koningin Wilhelmina, humor en religie. Ook het typisch Deelderiaanse uitwalsen en opdikken is hier weer te vinden. Proza wordt in mootjes gehakt en aldus tot een acht bladzijden tellend 'episch' gedicht opgerekt en tussen de afzonderlijke gedichten wordt achteloos met wit gestrooid, met het oog op het volume (17 van de 60 pagina's zijn blanco). Maar daar staat veel moois tegenover, zeker in het genre van het strakke en afgemeten vers. Sommige van zijn gedichten zijn louter vorm, zoals een prachtige 'bumrap', geheel in het Engels, een krachtige opsomming van zestien regels met elk vier woorden, allemaal uit twee lettergrepen bestaand: 'postwar ratrace rundown goldmine / bumrap jampacked goddamn quicklime.'

Maar daarnaast treft toch ook op enkele plaatsen een zekere toegenomen stemmigheid, die in zijn laatste bundels ook al her en der te vinden was. Ook de bundelcompositie wijst in die richting. Zowel het eerste gedicht ('Zeezicht') als het laatste ('Aan de Maas') zijn van de meer bezonken soort: geen dijenkletsers, maar beschouwingen over respectievelijk 'het schip van de tijd', 'de vogel van verlangen' en het in stilte 'ontstijgen aan zichzelf'. Een zware denker zal Deelder vermoedelijk nooit worden, maar misschien wijst Het lot van de eenhoorn toch op een geleidelijke verschuiving: van een grimmige humorist met af en toe een streepje sentiment naar een stemmige onthechte dichter met af en toe een aanval van hogere humor, enigszins op de wijze van Hans Faverey. Dat is niet meteen een dichter met wie Deelder vaak in verband wordt gebracht, maar ze hebben in ieder geval een zelfde gevoel voor taal en humor gemeen. Vergelijk Favereys 'De witz van de twee doven', met dialogen als 'Hoe doof is eigenlijk een kwartel. / Wat zèg je?', met 'Vlijmscherp' van Deelder, waarin commissaris Vlijmscherp een poging tot getuigenverhoor doet: 'U heeft alleen een schot gehoord / en de woorden: 'Ben ik even blij / dat ik niet geschoten heb!'?' Waarop de verder uiterst bereidwillige getuige antwoordt: 'Inderdaad neen.' En dat is nog maar het begin van een uit drie 'gedichten' bestaande absurde kruisverhoorreeks.