Schimmige levens

Lex Veldhoen: Hilde. Herinneringen van een dienstbode. Ad. Donker, 160 blz. ƒ 29,50

Het is wonderlijk gesteld met de levens van mensen die altijd iemands knecht of dienstbode zijn geweest. Zij zijn altijd zozeer gedomineerd door de levens van anderen (die altijd belangrijker waren dan hij of zij zelf) dat zij iets schimmigs krijgen, als een foto die per ongeluk twee keer is belicht. De hele geschiedenis door hebben talloze mensen zulke levens geleid, maar de laatste decennia is er zo veel veranderd dat binnenkort niemand meer weet hoe dat was.

Hilde Eigner, in 1908 geboren in armelijke omstandigheden in een Oostenrijks dorp, heeft zo'n leven gehad. Toen zij eenentwintig was reisde zij naar Nederland om derde meisje te worden bij een rijke Haagse familie. Zij had al sinds haar veertiende gewerkt, maar zij had nog nooit de zee gezien en wist niet hoe kinderen op de wereld komen. De rest van haar lange bestaan bracht Hilde door in steeds andere dienstbetrekkingen in Nederland. Nu leeft zij, stokoud en voor het eerst afhankelijk van andermans hulp, in een huisje in Wassenaar.

In de jaren dertig leerde zij in Rotterdam, waar zij werkte bij een bankiersfamilie, een aardige man kennen. Hij was buschauffeur. Drie maanden voordat het tweetal zou gaan trouwen overleed hij plotseling aan een bloedziekte. Zo bleef Hilde alleen - en dienstbode.

Het langste bleef zij bij een familie in een kapitale villa in Wassenaar. Toen zij daar na 26 jaar trouwe dienst vertrok (omdat de tweede vrouw van haar werkgever haar het leven zuur maakte), was Hilde voor het eerst van haar leven in de gelegenheid om zelfstandig te gaan wonen. Zij huurde een kamer, die zij nu eens kon inrichten zoals zij dat zelf wilde. 'Dat is toch heel wat, als je altijd op de kleine steentjes hebt moeten lopen', merkt zij daarbij op.

De free-lance journalist Lex Veldhoen leerde Hilde kennen in de jaren zestig, toen hij zelf een tiener was, en Hilde Eigner zijn vader in de huishouding kwam helpen. In het boek Hilde heeft hij haar levensverhaal opgetekend.

Het sobere relaas geeft een goed beeld van een leven dat maar voor de helft iemands eigen leven is. Het maakt duidelijk hoezeer een dienstbode niet alleen is uitgeleverd aan de formele werkomstandigheden die zij aantreft, maar ook aan de levensstijl, de biografie, en niet te vergeten het karakter van haar werkgevers.

Bijna terloops vertelde dingen werpen een scherp licht op de levenssfeer van vroeger. Zoals het subtiel uitgewerkte standsbewustzijn van de Wassenaarse familie waar Hilde de kinderen zag opgroeien en hun ziekelijke moeder verpleegde. Zij had hier orders om zich nimmer te vertonen in andere kleding dan haar dienstbode-uniform met schort. Zelfs om gedag te zeggen voor haar vrije middag moest zij eerst een schone schort voordoen, dan afscheid nemen, en daarna pas naar haar kamertje gaan om zich te verkleden. 'Als je netjes aangekleed was, moest je niet meer binnen komen. Dan kenden ze je niet.'

Enerzijds iemands huiselijke intimiteit te delen, en anderzijds zo nadrukkelijk te worden behandeld als een sociale paria, was dagelijkse realiteit voor Hilde en duizenden anderen in dezelfde positie. In haar geval was het resultaat een wonderlijke emotionele gedetacheerdheid, een groot vermogen om dingen van zich te laten afglijden. Alleen voor een handjevol personen in haar leven - buschauffeur Jan, een enkele werkgever 'waar je echt mens was' - toont de vertelster warmte.

De laatste jaren hebben historici meer belangstelling gekregen voor het dagelijks leven van de bovenlaag en haar huispersoneel in het verleden. Hilde, dat niet alleen waar gebeurd en verhelderend is, maar ook nog prettig om te lezen, vormt een voortreffelijke toevoeging aan het kleine rijtje boeken op dit gebied.