Politiewet vertroebelt verantwoordelijkheid

De verwikkelingen in Groningen, waar de korpschef is opgestapt, werpen een scherp licht op de nieuwe politiewet. De vraag is wie waarvoor verantwoordelijk is.

DEN HAAG, 9 JAN. Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) wacht morgen, meteen bij terugkomst van zijn bezoek aan de Nederlandse Antillen, veel werk. Hij heeft al aangekondigd zich direct te buigen over de problemen in het regionale politiekorps van Groningen, waar korpschef Veenstra is opgestapt.

Maar Dijkstal kan ook direct meedoen in de opnieuw opgelaaide discussie over de politiewet. Zijn collega Sorgdrager van Justitie gaf daarvoor gisteren het startsein. De bewindsvrouw overweegt aanpassing van de wet uit 1994, zei ze. “Gaat het goed, dan is er niets aan de hand. Gaat het fout, dan toont dit systeem zijn zwakheden.”

Dijkstal heeft er nooit een geheim van gemaakt de politiewet een onding te vinden. De wet zou hem te weinig mogelijkheden bieden om in te grijpen; de affaire-Brinkman is het bekendste voorbeeld. Deze Rotterdamse korpschef werd vorig jaar ontslagen nadat hij in aanvaring was gekomen met burgemeester Peper van Rotterdam. Ruzie in de top van het korps leidde daar tot een onwerkbare situatie. En door de opzet van de nieuwe politiewet kon niemand Peper aanpakken, aldus Dijkstal - zelfs niet de minister van Binnenlandse Zaken.

De nieuwe politiewet stamt nog uit het vorige kabinet. Het politiebestel veranderde daarmee ingrijpend. Zo leidde de nieuwe wet tot de omvorming van 148 gemeentelijke korpsen en het korps rijkspolitie tot 25 nieuwe regionale korpsen en tot het 'zesentwintigste' korps landelijke politiediensten. Doel was een efficiëntere politie en een betere samenwerking tussen de gemeentelijke korpsen.

Maar de wet is onduidelijk over de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de zogenoemde driehoek, zeggen deskundigen. In deze driehoek zitten de hoofdofficier van justitie, de korpsbeheerder en de korpschef. De hoofdofficier, die gaat over vervolging van verdachten, legt verantwoording af aan de minister van Justitie.

De korpsbeheerder, die zich bezighoudt met budget en beleid, legt verantwoording af aan een regionaal college van burgemeesters.

En de korpschef moet twee bazen dienen: de korpsbeheerder en de hoofdofficier.

De rol van de korpsbeheerder en het regionaal college van burgemeesters ligt vooral onder vuur. Dit college wordt immers niet gecontroleerd door een democratisch orgaan: een gemeenteraad kan niet direct vragen wat zich daar heeft voorgedaan.

De korpschef zit ook in een lastig pakket. De korpsbeheerder is zijn baas, maar deze delegeert zijn taken vaak naar de korpschef. De korpsbeheerder is immers ook burgemeester en daar heeft hij het al druk genoeg mee. Maar gaat het mis, dan heerst er onduidelijkheid. De korpsbeheerder is verantwoordelijk, de korpschef krijgt de schuld. Minister Sorgdrager erkende dat gisteren ook. Over het opstappen van korpschef Veenstra in Groningen zei ze: “De korpschef was de gemakkelijkste prooi.”

Maar de korpsbeheerders roeren zich ook. De kersverse burgemeester én korpsbeheerder van Tilburg, J. Stekelenburg, bijvoorbeeld. Hij heeft een nieuwe korpschef nodig sinds de vorige chef naar Rotterdam vertrok om de daar ontslagen ex-generaal Brinkman op te volgen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft inmiddels één kandidaat voorgedragen, waarna de korpsbeheerders een aanbeveling mogen doen. Maar Stekelenburg vindt het mager kiezen uit één kandidaat. Hij zegt dan wel verantwoordelijk te zijn voor de korpschef, maar hem niet te kunnen kiezen.

Het zijn uitvloeisels van de nieuwe politiewet, die nu in korte tijd twee keer wordt getest: eerst in Rotterdam en nu in Groningen. Toch zijn beide zaken lastig met elkaar te vergelijken. In Rotterdam kon Peper niet worden aangepakt in zijn rol als korpsbeheerder. En in Groningen kan Ouwerkerk evenmin op die rol worden aansproken, maar wel op zijn rol als burgemeester.

In de nacht van 30 op 31 december ging een groep van zestig jongeren de straat op, richtte vernielingen aan en plunderde huizen. Op dat moment was Ouwerkerk als burgemeester verantwoordelijk voor handhaving van de openbare orde. Hij zal dan ook antwoord moeten geven op de volgende vragen: waarom trok de politie niet de wijk in? En waarom moesten de buurtbewoners vier uur en twintig minuten wachten voordat de mobiele eenheid verscheen?

De gemeenteraad kan Ouwerkerk niet als korpsbeheerder ter verantwoording roepen en ze kan hem als burgemeester ook niet wegsturen. Wel kan de raad hem als burgemeester op het matje roepen. Zegt de raad vervolgens het vertrouwen in hem op, dan staat Ouwerkerk alsnog alleen.

Dan moet minister Dijkstal, net terug van zijn reis naar de Antillen, wellicht op zoek naar een andere burgemeester voor Groningen.