Menselijk mijnenveld in Spaanse gevangenis

Ferdy Verschuur: Engelen en ratten. 24 Maanden in een Spaanse gevangenis. Van Gennep, 107 blz. ƒ 24,50

Om te overleven in een Spaanse gevangenis moet je pijn kunnen lijden. Zelden zal in een zo dun boek zoveel zijn gemept, knietjes gegeven, geduwd, met stokken geslagen en geschopt. En het verveelt geen minuut. De verhalen van de Nederlander Ferdy Verschuur, die wegens cocaïnesmokkel twee jaar moest zitten in de Picassent-gevangenis bij Valencia, zijn wreed, bizar en zeer onderhoudend.

Het cellencomplex voor buitenlanders in deze gevangenis is een bijna middeleeuwse domein van de haat. Een menselijk mijnenveld van weerzin en wantrouwen. Drie groepen cirkelen om elkaar heen: Skinheads, Italiaanse maffiosi en zwarte Afrikanen. Daarbuiten wat lossere netwerken van Colombianen, Noordafrikanen en Europeanen. Ferdy hoort nergens bij. Dat maakt hem kwetsbaar, maar ook diplomatiek inzetbaar. Wanneer de leiders van de maffia en de Nigerianen bijeen komen om een massaal onderling treffen te voorkomen moet Ferdy als neutrale partij bemiddelen. Hij fouilleert voor het gesprek de gangleiders, vindt een mes in de schoen van 'Genovese' en het pandemonium breekt uit. Na door de bewaarders met laarzen te zijn bewerkt verdwijnt Ferdy weer in de isoleercel.

Verschuur geeft in korte hoofdstukken soms minuscule gebeurtenissen weer: een dood vogeltje dat wordt gevonden, een gestolen lepel of ruzie over wie het eerst onder de douche mag. De verhalen winnen aan zeggingskracht doordat steeds maar één aspekt wordt beschreven van deze onwerkelijke wereld. Bijvoorbeeld het hoofdstuk over de celdeur die per ongeluk open staat. 'De deur staat op een kier. Voorzichtig duw ik hem wat heen en weer, niet te ver. Dan loop ik in de gaten en is het afgelopen. Ik ben door het dolle heen. Dit is pas vrijheid: zelf je celdeur open en dicht doen en geen bewaker die er aan te pas komt.'

Het indringendst zijn de beschrijvingen van de onderlinge verhoudingen. Tussen de regels door klinkt woede, medelijden of berusting, maar zijn weergave van ruzie, mishandeling of afstraffing is primair klinisch. Zo doet hij verslag van twee zwarte Afrikanen die net zijn aangekomen en nog niet bij een groep zijn aangesloten. De twee worden door skinheads in elkaar geslagen. Niet tussenbeide komen bedenkt hij, want dan word je ook gepakt. Nooit tussenbeide komen trouwens. Ook de Zaïrees die eerder door de skinheads mishandeld is en ziet hoe de twee zwarten te pakken worden genomen, loopt wijs geworden door. Niet uit lafheid, maar uit overlevingsdrang. Ook Ferdy wordt meer dan eens door een groep tot bloedens toe geslagen. Hij beschrijft het neerknuppelen van gevangenen op een toon alsof de weerman over een hagelbui of sneeuwstorm praat. Terloops geeft hij richtlijnen hoe je je moet houden tijdens zo'n aframmeling. Zo werkt schreeuwen om twee redenen pijnverminderend. 'Je gooit de pijn eruit en voor de beul is het een bevestiging van zijn macht.' Zwijgen is een beginnersfout. Verder verdient het aanbeveling kont, armen en bovenbenen tijdens een knuppelpartij aan te bieden om de pijn te spreiden en dus te verminderen. Om blijvend letsel te beperken is het wel zaak zo te bewegen dat zo min mogelijk harde klappen op dezelfde plek neerkomen.

Wat misschien nog het meest ontluisterend aan deze verhalen is, is dat ze zich niet afspelen in een of ander notoir onbeschaafd land, maar in een lidstaat van de Europese Gemeenschap. Amnesty heeft de mond vol over schending van de mensenrechten in Marokko of Turkije, maar je vraagt je na lezing van Engelen en ratten af of het daar zoveel erger is dan in Spanje.