Melodieën als takken in de wind

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Kent Nagano m.m.v. Patricia Schuman, sopraan. Werken van Messiaen en Berlioz. Gehoord: 8/1 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4 17/1 14 uur.

Blauw met violet, rood met licht paars, oranje, wit en goud, dat waren de kleuren die Olivier Messiaen koppelde aan de akkoordenopbouw in het lieflijke Le lac uit de groots opgezette zangcyclus Poèmes pour Mi. Dit lijkt een vreemde combinatie, waar in de tekst sprake is van groen en blauw, maar het is weer minder bizar wanneer men bedenkt dat de kleurenassociatie voor Messiaen een muzikale waarde vertegenwoordigde, geen illustrerende. Gisteravond vulde deze poëzie het Amsterdamse Concertgebouw, in muziek waarbij je je adem inhoudt en denkt: wie ben ik dat ik naar zoiets moois mag luisteren.

De cyclus, in 1936 gecomponeerd voor zang en piano en het jaar daarop georkestreerd, was een huwelijksgeschenk voor Messiaens eerste vrouw Claude Delbos - Mi was haar koosnaampje. Maar de zelf geschreven tekst is niet alleen een eerbetoon aan de huwelijkse liefde, er zijn ook citaten te vinden uit de evangeliën en psalmen naast een rijke schildering van het Dauphinese landschap en de Alpen met zijn bergen en meren.

Evenzo is de muziek niet uitsluitend intiem, het vierde lied heeft de hel als onderwerp en het zevende schildert man en vrouw als soldaten van Christus marcherend naar de hemelse stad.

Menselijke liefde was voor Messiaen een afspiegeling van goddelijke liefde. Trouwens, ook de muziek reikt surrealistische vergezichten aan in een ongrijpbare mengeling van Debussy, Moussorgsky, gregoriaans, Balinese gamalan, Griekse metra en Indiase ritmen.

Messiaen raakte gecharmeerd van de stem van Marcelle Bunlet, een in Frankrijk geliefde 'Brünnhilde', waarvoor hij alle drie zijn liederencycli componeerde en dat verklaart genoemde dramatische scènes. Gevolg: meestal komt men ofwel aan lyriek ofwel aan dramatiek tekort.

Bij een dramatische sopraan herinneren Messiaens melodieën die buigzaam zwiepen als berkentakken in de wind, eerder aan staaldraad, maar kan het demonische gelach uit het hellelied door merg en been gaan, zoals dan ook de krijgshaftigheid van het zevende visioen is gegarandeerd. Bij een lyrische sopraan besef je pas dat de liederen in feite gebeden zijn.

Patricia Schuman, die haar debuut maakte bij het orkest, dat ook de liederencyclus voor het eerst op de lessenaars had staan, neemt een middenpositie in. Ze is geen Brünnhilde, maar kwam na een wat gespannen begin steeds meer los, en met name het tweede deel van de cyclus liet horen hoe ze aan extase een introverte glans weet mee te geven, want daar komen Messiaens eisen vooral op neer.

Jammer dat ze in Le lac een glissanderen niet kon bedwingen (verleidelijk hier!) en Nagano gaf haar aanvankelijk ook niet veel ruimte in zijn neiging om de klankkleuren in het groot bezette orkest zo flatteus mogelijk uit te spelen. Van staaldraad was in ieder geval geen sprake en met name bij het Tes deux bras auteur de mon cou werd het even heel stil - tijdloze tederheid.