Markt onroerend goed trekt fors aan

AMSTERDAM, 9 JAN. De schaarste op de kantorenmarkt is afgelopen jaar flink toegenomen. Het aanbod van direct beschikbare kantoorruimte daalde met een kwart naar 1,7 miljoen vierkante meter. Eind 1996 was dat nog 2,3 miljoen. Dat blijkt uit het jaarlijkse vastgoedrapport dat makelaarsgroep DTZ Zadelhoff gisteren in Amsterdam presenteerde.

De toegenomen schaarste is te verklaren uit de gunstige ontwikkeling van de Nederlandse economie, waardoor meer organisaties op zoek zijn naar accommodatie. Bovendien bleef de toename van de nieuwbouw door eigenaars-gebruikers, die Zadelhoff afgelopen jaar wegens de lage rente verwachtte, uit. In plaats van zelf te bouwen bleven veel ondernemingen huren of kopen op de vrije markt. Dit resulteerde in een verdere opwaartse druk op de markt.

Vorig jaar werd 1,5 miljoen vierkante meter verhuurd of verkocht. Het jaar ervoor bedroeg de opname (huur en koop) nog iets meer; 1,6 miljoen vierkante meter. In vergelijking met de voorgaande jaren betekent dat een forse verhoging. In de jaren tussen 1990 en 1995 schommelde de verhuurde of verkochte oppervlakte tussen 1,2 en 1,4 miljoen vierkante meter.

De toegenomen vraag naar kantoorruimte en het relatief geringe aanbod zorgde voor een stijging van de huurprijzen in 1997. Vooral voor nieuwe kantoren werden aanmerkelijk hogere huurprijzen overeengekomen dan in 1996. In veel plaatsen stegen de huren met tien tot dertig gulden per vierkante meter. In de Randstad deden zich grote stijgingen voor in Amsterdam, Hoofddorp, Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Hilversum en Amersfoort. De hoogste huren - van 450 tot 600 gulden per vierkante meter per jaar - werden betaald in Amsterdam-Zuid en Schiphol-Centrum.

De gestegen huren bezorgden de beleggers in vastgoed een hoger rendement. Dat trok meer kapitaal naar vastgoedbeleggingen. De lage rente op de kapitaalmarkt en de verwachting dat de aandelenmarkten hun piek hebben bereikt kunnen daaraan ook hebben bijgedragen.

Het totale beleggingsvolume nam met bijna 65 procent toe tot 7,3 miljard gulden. In 1996 werd voor 4,4 miljard gulden in vastgoed belegd. Buitenlandse beleggers namen hiervan zowel in 1996 als in 1997 veertig procent voor hun rekening. Met name Duitse beleggers voelen zich aangetrokken tot Nederland, omdat de rendementen op de vastgoedmarkt er hoger zijn dan op de Duitse. Daarnaast lopen Duitse beleggers geen valutarisico, wegens de stabiele wisselkoers tussen gulden en mark.

Ook nam de belangstelling van particuliere beleggers voor vastgoed toe. De afgelopen twee jaar groeiden hun beleggingen van 690 miljoen tot 1,2 miljard gulden. Zadelhoff verwacht dat het hoge investeringsvolume komend jaar niet wordt geëvenaard. De instroom van nieuw geld bij de Duitse 'open' vastgoedfondsen is ten einde gekomen, waardoor de noodzaak tot nieuwe beleggingen wegvalt. Daarnaast merkt Zadelhoff op dat de meeste interessante grote objecten inmiddels zijn aangekocht.