Kerkleiders bezorgd over 'economisering'

De mensen worden zo opgejaagd in de 24-uurs-economie dat er geen tijd meer overschiet voor rust en bezinning, noch voor een echt contact met elkaar. Kerkelijke leiders hekelen daarover het bedrijfsleven.

UTRECHT, 9 JAN. Kerkelijke leiders maken zich ernstig ongerust over de 'economisering' van de samenleving. Doordat de Nederlandse economie steeds meer een 24-uurs-bedrijf wordt, komen allerlei belangrijke maatschappelijke waarden in het gedrang.

Dat zei de voorzitter van de gereformeerde synode, ds. R.S.E. Vissinga, gisteren bij de start van de Actie Kerkbalans, het geldwervingsevenement van de gezamenlijke geloofsgemeenschappen dat dit jaar voor de zesentwintigste maal wordt gehouden.

Volgens Vissinga is de economische redenatie op vrijwel alle terreinen van het leven zo dominant geworden dat daardoor het inzicht verloren gaat dat de arbeid en de economie begrensd moeten worden door andere waarden. Steeds meer uren van de dag en de nacht worden gebruikt voor economische activiteiten. Er is meer dan genoeg werk, maar het is niet gelijkmatig verdeeld, aldus Vissinga. “Terwijl mensen zonder werk zich vervelen, werken mensen met werk zich volkomen uit de naad. Want werken is topsport geworden. Voortdurend worden nieuwe oplossingen bedacht om de stijgende werkdruk en de snel veranderende economie bij te houden. Eenderde van de beroepsbevolking werkt al onregelmatig of 's nachts. Sommige banken en uitzendbureaus zijn al begonnen met 24-uursdienstverlening. En in de winkelbranche zijn openingstijden tot 10.00 uur 's avonds al geen uitzondering meer. Een meerderheid van de supermarkten verwacht dat op den duur vijftien procent van de omzet op zondag gehaald zal worden.”

“Met nadruk wil ik wel zeggen', merkt Vissinga op, “ dat het ons niet uitsluitend om de zondagsrust gaat. Dat is maar één kant van de zaak. Het belangrijkste is dat er een situatie dreigt te ontstaan dat werkende mensen helemaal geen uur of geen dag rust meer kunnen vinden en dat ze kapot gaan aan de stress zoals in de VS al op grote schaal het geval is. Heel eenvoudig gezegd moet het weer duidelijk worden dat we 'werken om te leven' en niet 'leven om te werken'.”

Door alle onrust en gejaagdheid is er volgens de leiders van de kerken die achter de Aktie Kerkbalans staan, ook weinig tijd meer voor het godsdienstig leven. Als christenen, aldus Vissinga, leven we vanuit het besef dat we naar Gods beeld geschapen zijn. Als alle tijd aan arbeid wordt besteed, wordt het steeds moeilijker als ouder met je kinderen te verkeren, met vrienden en familie om te gaan of om de band met de Ander te onderhouden. Vissinga zou het geen gek idee vinden als kerken meer stiltecentra in winkelgebieden zouden openen om mogelijkheden van rust en bezinning aan te bieden.

Het bedrijfsleven werd gisteren niet alleen bekritiseerd wegens de steeds grotere druk op de werknemers, maar ook wegens de bescheiden bedragen die het aan kerken ter beschikking stelt.

Van de 1,3 miljard gulden die het bedrijfsleven in 1995 aan goede doelen heeft besteed, ging slechts 21 miljoen naar de kerken. Dit bedrag was uitsluitend bestemd voor restauratiewerkzaamheden. Juist nu kerken volgens de financiële topman mr. J. Klok van de R.K. kerk steeds moeilijker de lasten van monumentale kerkgebouwen kunnen opbrengen, zou het bedrijfsleven daarin best wat meer kunnen bijspringen. “Wij zijn heus niet vies van sponsoring”, aldus Klok, die ervoor pleit dat de overheid de monumentale kerkgebouwen overneemt en exploiteert. De kerken kunnen dan de ruimte huren voor kerkdiensten en andere activiteiten.

In de R.K. kerk is 37 procent van de uitgaven bestemd voor de kosten van de gebouwen, in de Nederlandse Hervormde Kerk 27 procent en in de Gereformeerde Kerken 20 procent. Daarnaast wordt respectievelijk 46, 60 en 62 procent besteed aan personeelskosten. Terwijl bij de R.K. en Hervormde Kerk de inkomsten vrijwel stabiel bleven (respectievelijk 316 miljoen en 282 miljoen gulden), daalden ze licht bij de Gereformeerde Kerken. Bij een daling van het ledental met 1,7 procent daalden de totale inkomsten van de plaatselijke kerken met 1,4 procent tot ruim 257 miljoen gulden.