Ivan Boenin

In zijn recensie van Ivan Boenins Verzameld werk deel 3, in de boekenbijlage van 19 december j.l., spreekt Arthur Langeveld het vermoeden uit dat weinig Nederlandse lezers Ivan Boenin, de eerste Russische Nobelprijswinnaar voor literatuur, zullen kennen. Langeveld prijst de lezers daarom gelukkig nu Boenins autobiografische vertelling Het leven van Arsenjev, zeventig jaar na dato, voor het eerst in vertaling beschikbaar is gekomen. Deze bewering is nogal misleidend, zoals die over Boenins onbekendheid discutabel.

Direct na het winnen van de Nobelprijs in 1933, doken de Nederlandse uitgevers op Boenins toen nog onbekende werk. In 1934, amper een jaar na zijn uitverkiezing tot 's werelds beste schrijver, lieten vier uitgevers in totaal vijf boekvertalingen van deze geëmigreerde Rus verschijnen: Het dorp, De heer uit San Francisco en andere verhalen, Mitja's liefde, De zaak Kornet Jelagin en... Het leven van Arsenjev. Voor laatstgenoemde vertaling had men slechts de eerste vier hoofdstukken ter beschikking want het vijfde en laatste hoofdstuk publiceerde Boenin pas in 1939, negen jaar na de eerste vier, als afzonderlijke uitgave (de eerste complete editie verscheen niet voor 1952).

Vertaalster dr. Anna Kosloff, een Russische immigrante, kon hier dus geen weet van hebben en dat gold ook nog ten tijde van de herdruk in 1936. Over Kosloffs vertalingen werd door slavisten vaak schamper gedaan, maar dat deed men ook ten aanzien van de vertalingen van Siegfried van Praag (1888-1958), de belangrijkste vooroorlogse vertaler uit het Russisch, die Mitja's liefde en De heer uit San Francisco uit Boenins moedertaal overzette en waarvan ik in Tijdschrift voor Slavische Literatuur nr. 19 (1995) aantoonde dat deze kritiek grotendeels onterecht was.

De uitgave Het leven van Arsenjev bij Van Holkema & Warendorf N.V. was in elk geval qua uitvoering de fraaiste van het handvol in gebonden edities uitgebrachte Boenins. Vooral de linnen band met gouden bandstempel en dito stofomslag zijn zo smaakvol uitgevoerd, dat Waegemans en ondergetekende hiervan een afbeelding opnamen in hun Bibliografie van Russische literatuur in Nederlandse vertaling 1789-1985 (Leuven 1991).

Uit diezelfde bibliografie blijkt dat genoemde uitgaven voor de oorlog meerdere drukken beleefden, en dat er na de oorlog twee omvangrijke verhalenbundels van Ivan Boenin in vertaling verschenen, één bij Heideland/De Toorts in de serie: 'Pantheon der winnaars van de Nobelprijs' (drie drukken) en één, Het laatste rendez-vous, bij de Arbeiderspers, in 1980. Jan Robert Braat vertaalde in 1988 voor Pegasus nog een kleine verhalenbundel, De spraakkunst der liefde en twee jaar later beloofde vertaler en uitgever dat zij in 1993 Het leven van Arsenjev zouden uitbrengen, maar daar is nooit meer iets van vernomen.

In elk geval was/is Boenin in Nederland dus niet zo onbekend of onbemind als uitgever en recensent doen voorkomen en dat mag hoop geven voor zijn toekomst. Mede gezien de erkende kwaliteit en volledigheid van de vertalingen in de Russische Bibliotheek, waarin de vijf hoofdstukken van Arsenjev nu voor het eerst in vertaling zijn samengebracht, hoeft Van Oorschot toch niet te vrezen voor concurrentie met de vooroorlogse overzettingen.