Ivan Boenin 2

Niet voor niets wordt een artikel, geheel gewijd aan de pas verschenen vertaling van I. Boenin, overheerst door een karakteristieke foto, gemaakt in een verre Russische provincie: Boenin lezen is Rusland zien.

Koesterend en ... 'benoemend'. Het langverwachte weerzien met Rusland in woord. Vol ongeduld slaan we een blauw boek open en lezen bijvoorbeeld Donkere lanen: de zuiver Russische wereld van het tastbare en van het ongrijpbare, beschreven met - uiteraard - Proustiaanse precisie. Maar vertalingen van Marcel Proust waren goed genoeg voor een authentiek kopje lindebloesemthee, waarin in de huiselijke kring madeleine-koekjes, vlug gehaald bij de Hema, werden gesopt. Wee de Lezer, die zich aan een Boenin-menu uit de Nederlandse vertaling waagt. Nooit zal hij te weten komen dat pas de 'razvarievsjajasia'-kool de koolsoep máákt, dat er een sjasjlik 'po-karski' bestáát (blz. 423). Met misplaatste Nederlandse zuinigheid wordt zijn keuze van drie drankjes (blz. 127, deel II) beperkt tot twee. En, terug bij ons verhaal, krijgt het nationale Russische gerecht een heus 'Caribisch' geurtje: niet 'lekker' maar wel 'zoet'.

Stap voor stap verrijst voor onze ogen een zeer Hollands tafereeltje (terecht als 'zeer leesbaar' aangeduid door Arthur Langeveld): via een bordes en het voorhuis kom je in de herberg met een geheimzinnige deur (die Boenin zelf blijkbaar niet eens opgevallen was) en met een divan, die de vertalers na, ongetwijfeld, veel zwoegen toch nog met het voeteneind tegen de kachel wisten te keren om, vervolgens, de banken van de muren 'af te rukken' en om de tafel heen te schikken.

Ziezo. De gornitsa (= huiskamer, letterlijk: berg = hogere = kamer) is vervangen door de herberg, de achterliggende gedachte is onherkenbaar verminkt. Niet de kostbare omlijsting van het Sacrale maar een Blokker-lijstje voor het middenstandsdiploma van een geslaagde 'waardin'. Waarom, eigenlijk, wordt Nadezjda de code van een 'zorgzame huisvrouw/geheime echtgenote' (blz. 470, 483) onthouden, terwijl Boenin, heel zuinig op dit eerbewijs, het juist haar, naast Nathalie en de Vrouw In Parijs betoont (blz. 431).

Een poging tot 'rehabilitatie' van de schrijver Boenin is deze keer in Nederland mislukt. Als (werkelijk: héél knappe) Margriet Berg en Marja Wiebes al niet verder komen dan 'gebouw, kerel, pet, jas, bank' - goed voor Andrej Platonov, dodelijk voor Ivan Boenin, - als God zelve vervangen wordt door 'wij ... allemaal', als hun Nadezjda voor de zoveelste keer zegt 'alleen te wonen' i.p.v. nu 'door liefde gedreven te worden', als Nikolaj Aleksejevitsj ook al over 'de knappe meid' begint, dan is de wereld van Boenin, inderdaad, vergaan en dan kunnen we maar beter plaatjes gaan kijken in De Eeuw van Rusland.