Inbeslagname Schiele's 'een ernstige slag'

WENEN, 9 JAN. In Oostenrijk is met verontwaardiging gereageerd op de beslaglegging op twee schilderijen van Egon Schiele door de New-Yorkse douane, gisteren. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken verdedigt de actie in een verklaring.

De twee doeken, die eigendom zijn van de Oostenrijkse staat, waren na een expositie in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York op weg naar een volgende expositie in Barcelona. Amerikaanse nazaten van twee Oostenrijkse joden claimen de kunstwerken, Wally (1912) en Tote Stadt (1911). Ze zouden tijdens de Tweede Wereldoorlog door nazi's zijn gestolen. De Oostenrijkse staat kreeg de doeken in zijn bezit toen ze in 1995, samen met ruim 5000 andere kunstwerken, werden gekocht van de Weense oogarts en kunstverzamelaar Rudolf Leopold.

Elisabeth Gehrer, de Oostenrijkse minister van Cultuur, reageerde verontwaardigd op de beslaglegging: “Dit is een ernstige slag voor de internationale uitwisseling van kunstwerken. Het schaadt het vertrouwen dat schilderijen die worden uitgeleend ook terugkomen. De doeken werden notabene als roofgoed in beslag genomen. En Klaus Albrecht Schröder (de directeur van het toekomstige Leopold Museum waar de schilderijen zouden moeten komen te hangen, red.) werd als een dief en bedrieger behandeld.”

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei gisteren in een verklaring: “De Verenigde Staten vinden het belangrijk dat we ons blijven inzetten om de resterende vragen over in de oorlog verdwenen goederen, waaronder kunstwerken, te beantwoorden. Gestolen kunstwerken moeten worden teruggeven aan de eigenaars.”

Wally wordt opgeëist door de erven van Lea Bondi-Jaray, een in 1969 overleden Weense galeriehoudster. Het schilderij Tote Stadt wordt geclaimd door Kathleen en Rita Reif, Amerikaanse nazaten van de in Dachau overleden, joodse verzamelaar Fritz Grünbaum. De waarde van de doeken wordt samen op ongeveer dertig miljoen gulden geschat.

“We zijn een onderzoek begonnen om vast te stellen of de schilderijen zijn gestolen en hebben de nodige stappen ondernomen om de werken in New York te houden”, aldus de New-Yorkse openbare aanklager Robert Morgenthau. Een 'Grand Jury' zal de zaak onderzoeken. Dat kan een jaar in beslag gaan nemen.

Aanklager Morgenthau is de zoon van Henry Morgnethau, de Amerikaanse minister van Financiën tijdens de oorlog en bedenker van het beruchte 'Morgenthau Plan'. Doel daarvan was van Duitsland een agrarische samenleving te maken om te voorkomen dat dit land ooit weer gevaarlijk zou kunnen worden. Het plan werd onmiddellijk verworpen maar wordt tegenwoordig door neo-nazi's weer uit de kast gehaald als 'bewijs' voor de joodse aggressie tegen Duitsland.