Het Twaalfde Reich; Het einde van Las Vegas als autostad

In Las Vegas regeert het kapitalisme met ijzeren vuist: alles wat niet of onvoldoende rendeert verdwijnt. Het beroemde hotel The Sands is opgeblazen, net als The Landmark, een 31-verdiepingen hoge futuristische toren, om plaats te maken voor parkeergarages of vergaderzalen. Meest recente hoogtepunt is hotel New York New York. “Dit is Las Vegas op zijn best.”

'Het Circus Circus is wat de hele wereld op zaterdagavond zou doen als de Nazi's de oorlog hadden gewonnen. Dit is het Zesde Reich.' Zo begint de Amerikaanse pionier van de new journalism Hunter S. Thompson zijn beschrijving van het casino Circus Circus in Las Vegas, de hoofdstad van het gokken. Toen Thompson in 1971 Fear and Loathing in Las Vegas publiceerde, was Circus Circus een van de weinige casino-hotels in Las Vegas die waren vormgegeven met één thema als uitgangspunt, in dit geval uiteraard het circus. 'De vloer staat vol met goktafels zoals in alle andere casino's', schrijft Thompson. 'Maar de zaal is ongeveer vier verdiepingen hoog, in de stijl van een circustent, en er is allerlei rare gekkigheid in de trant van een boerenmarkt en Pools Carnaval gaande in deze ruimte. (-) Je speelt dus blackjack en de inzet is erg hoog aan het worden als je toevallig omhoog kijkt, en daar, precies recht boven je, een halfnaakt veertienjarig meisje door de lucht wordt achtervolgd door een grommende veelvraat, die plotseling verzeild raakt in een doodsstrijd met twee zilvergeschilderde Polakken die van twee tegenover elkaar gelegen balkons komen aanzwaaien en elkaar in de lucht treffen op de nek van de veelvraat.... beide Polakken grijpen het beest terwijl ze recht omlaag naar de dobbeltafels vallen - maar ze veren in het net.'

Van het Las Vegas van een kwart eeuw geleden werd Thompson gek en paranoïde. Het nieuwe Las Vegas zou hij niet overleven: inmiddels heerst hier het Tiende, nee, het Twaalfde Reich. Circus Circus bestaat nog steeds en ook de trapezewerkers zweven er nog 24 uur per etmaal boven de hoofden van de gokkers, maar het casino is al lang veel meer dan alleen een circustent. Als zoveel andere casino-hotels in Las Vegas is het Circus Circus een compleet pretpark geworden. In 1993 werd het uitgebreid met een soort negentiende-eeuws glaspaleis waarin zich de grootste binnenpandige achtbaan ter wereld bevindt en een heuse wildwaterrivier stroomt.

Las Vegas verandert steeds sneller. Berlijn mag dan de grootste bouwput van Europa zijn, vergeleken met Las Vegas verloopt de wording van de nieuwe Duitse hoofdstad uiterst traag. Las Vegas is de hardst groeiende stad van de Verenigde Staten. Elke maand vestigen zich hier 6.000 nieuwe bewoners, veelal gepensioneerden die worden aangetrokken door de lage belastingen en prijzen. De rijkste nieuwkomers komen terecht in 'gated communities', groene enclaves met losstaande droomhuizen die stadswijken reduceren tot bizarre aaneenschakelingen van ommuurde vestingen. De minder bedeelden komen terecht in appartementencomplexen die zich aan de wereld tonen als forten. Maar allebei, vestingen en forten, denderen met een ontzagwekkende vaart de barre woestijn van Nevada in.

Sinatra

Las Vegas is een stad die men elk jaar kan bezoeken. Wie er een tijdje niet is geweest, staat versteld van alle bouwwerken die van de aardbodem zijn verdwenen. Waar is de prachtige Landmark gebleven, de futuristische toren van 31 verdiepingen uit 1966? Opgeblazen in 1996, zo leert navraag, om plaats te maken voor een parkeerterrein. En waar is de mooie oranje-beige cilinder van The Sands gebleven, het casinohotel waar Frank Sinatra 15 jaar lang hof hield? In 1997 tegen de vlakte gegaan, zo blijkt, om te worden vervangen door een vergaderzalencomplex. En wat is er gebeurd met de gigantische goudkleurige leeuw? Twee jaar geleden lag hij nog lui bij de kruising van Tropicana Avenue en Las Vegas Boulevard, zoals de mijlenlange Strip, de hoofdautobaan van Las Vegas, officieel heet. Maar blijkbaar werd zijn bewaking van de MGM Grand, met 5.005 kamers het grootste hotel ter wereld, niet meer op prijs gesteld. Het dier is bij de grondige verbouwing en uitbreiding van het hotel spoorloos verdwenen. Op zijn plek staan nu onder meer het Coca Cola Café met een reusachtige colafles als uithangbord en Game Works, het restaurant van sportsterren als Monica Seles en Andre Agassi.

In Las Vegas regeert het kapitalisme met ijzeren vuist: alles wat niet of onvoldoende rendeert verdwijnt. Alleen in onbruik geraakte neonornamenten en lichtreclames die de stad tot een hedendaags wereldwonder hebben gemaakt, verdwijnen soms niet, maar vinden een laatste rustplaats op de 'bone yard', een soort autokerkhof. In Francis Ford Coppola's film One From The Heart dient een nagebouwde 'bone yard' als het onwerkelijke decor voor een zingende Nastassia Kinski, maar ook in het echt zorgen de restanten van Las Vegas' glorieuze verleden voor een surrealistische omgeving, ook al zijn ze door hekken onaanraakbaar. Er bestaan vage plannen om een museum voor de oude neonreclames van Las Vegas op te richten, maar verder dan de plaatsing van enkele old timers in Fremont Street, de hoofdstraat van het oudste deel van Las Vegas, is het nog niet gekomen.

Fremont Street zelf is de laatste jaren ook onherkenbaar veranderd. De hoofdstraat, ooit omzoomd door vervallen casino's en druk bereden door auto's, is een wandelgebied geworden. Jon Jerde, het architectenbureau dat ook de populaire Rotterdamse 'koopgoot' vorm gaf, tekende voor het ontwerp. Een kolossaal tongewelf, vele malen groter dan dat van de Sint-Pieter in Rome, overdekt nu de hele straat en heeft beroemde casino's als The Golden Nugget gereduceerd tot onderdelen van een interieur. Overdag is het hier rustig en zorgen waterdampspuitertjes voor verkoeling in de woestijnhitte. 's Avonds verandert de straat, toch al rijkelijk voorzien van neoncowboys en -cowgirls, in een oceaan van licht als de 2,2 miljoen lampen die aan het stalen gewelf zijn bevestigd computergestuurde animaties laten zien.

Met het gewelf wil Fremont Street weer concurreren met de nieuwe hotels langs de Strip, die in de jaren tachtig uitgroeiden tot complete steden met duizenden hotelkamers en gokkasten en tientallen restaurants, cafés, theaters, trouwkapellen en overdekte pretparken onder één dak. Het is de vraag of het gewelf echt helpt, want de veranderingen langs de Strip zijn de laatste jaren duizelingwekkend. In hoog tempo zijn er nieuwe attracties toegevoegd aan de al bestaande vulkaanuitbarstingen, zeeslagen en glazen piramides met obelisken en sfinxen. Zo verrees in 1996 iets ten noorden van de Las Vegas Boulevard de Stratosphere Tower. Deze toren is niet alleen voorzien van een vliegende schotel met onder meer een ronddraaiend restaurant en trouwkapellen, maar boven op de uitstulping is ook nog eens een achtbaan gebouwd. Wie bang is voor achtbanen op 270 meter hoogte, kan een extreem versnelde tocht maken naar de top van de toren op 360 meter om vervolgens een vrije val van een meter of 80 te maken.

De Stratosphere Tower is een van de weinige nieuwe casino-hotels die de futuristische traditie van Las Vegas voortzetten. In de jaren zestig en zeventig werd ook de gokstad gefascineerd door de moderne tijd en probeerden casino's als Stardust gokkers te lokken met het thema ruimtevaart. Maar tegenwoordig voert het eeuwenoude classicisme de boventoon in de gokarchitectuur. Zo herinnert het twee jaar geleden geopende Monte Carlo met zijn vrije bewerking van Beaux Arts-bouwkunst aan het Europa van het vorige fin-de-siècle. En het hotelgedeelte van het Bellagio, dat in de loop van het komende jaar wordt geopend, lijkt nog het meest op de suikertaart die de Roemeense communistische dictator Ceauscu in de jaren tachtig voor zichzelf in Boekarest liet bouwen. Het hedendaagse Las Vegas begint steeds meer een stad te worden, zoals wrede tirannen met een voorkeur voor classicisme zich wensen. Ook de uitbreidingen van Caesars Palace borduren voort op de neo-Romeinse bouwkunst dat dit casino al tientallen jaren zo overweldigend maakt. Zelfs de nieuwe parkeergarages, die ook in Las Vegas meestal niet meer zijn dan kale dozen, krijgen bij Caesars Palace het aanzien van klassieke tempels.

New York New York

Toch staat de voorlopig opzienbarendste nieuwe attractie langs de Strip in het teken van de moderne tijd. Het vorig jaar geopende hotel New York New York is een ode aan de hoofdstad van de twintigste eeuw. New York New York is Las Vegas op zijn best. Het is niet alleen een complete stad met duizenden tijdelijke bewoners, maar het ziet er ook uit als een metropool. Architect David Downey heeft de ongeveer 3.000 hotelkamers ondergebracht in een opeenhoping van torens waarin beroemde wolkenkrabbers van New York zijn te herkennen. Zo heeft hij het Chrysler Building met zijn zilveren art deco-kroon in vereenvoudigde en verkorte vorm laten nabouwen. Het Empire State Building, de archetypische wolkenkrabber, onderging dezelfde bewerking, evenals de baanbrekende postmodernistische toren van Philip Johnson uit de late jaren zeventig. Het lijkt alsof de twintig wolkenkrabbers los van elkaar staan, maar dit is slechts schijn: in werkelijkheid vormen ze één geheel, dat door een grote, in Las Vegas onvermijdelijke achtbaan wordt omgeven.

Het casino- en pretparkdeel is ondergebracht in een laag gedeelte, dat, alweer in vereenvoudigde vorm, is beplakt met gevels van New-Yorkse gebouwen. De hoofdingang is een variatie op Ellis Island, het eilandje bij New York waar in miljoenen immigranten werden geregistreerd. Vlak erbij, op de hoek van Tropicana Avenue en de Strip, staat een fors en werkelijkheidsgetrouw Vrijheidsbeeld. Wie over het als Brooklyn Bridge vermomde trottoir loopt, ziet een rij gevels aan zich voorbijkomen waarin steeds andere gebouwen van Manhattan zijn te herkennen. Heel verrassend duikt het merkwaardig uitkragende Whitney Museum van de geïmmigreerde Bauhausarchitect Marcel Breuer op, dat blijkbaar de voorkeur heeft gekregen boven het Guggenheim Museum van Frank Lloyd Wright, Amerika's architect van de eeuw. De pakhuizen in SoHo van omstreeks de eeuwwisseling zorgen voor een lach. Hier is sprake van een verdubbeling van de nep: de oorspronkelijke klassieke gietijzeren zuilen die zelf al steen imiteerden, zijn nu nagemaakt in kunststof.

Ook in het interieur is het stadsidee consequent doorgezet. De restaurants zijn gelegen in een verkleind Greenwich Village, met de karakteristieke bakstenen huizen en metrodampen uit putdeksels. De theaterzalen zijn ondergebracht in een wijk die duidelijk is geïnspireerd op de art deco van het Rockefeller Center. In het midden van het casino liggen cafés in een door water omgeven Central Park. Even verderop kan er bij het licht van de neonreclames van Times Square worden gegokt en nog verder, bij de afdeling waar men op paardenraces kan wedden, doemt de classicistische façade op van de beurs op Wall Street. Zelfs het pretparkgedeelte op de bovenetage heeft een stedelijk karakter gekregen. Hier kan men zich wagen aan geavanceerde computerspellen of aan het aloude ballen gooien tegen het decor van Coney Island, de eens kolossale vertierwijk in New York.

New York New York is nu het drukst bezochte casino van Las Vegas. Maar het is kwestie van weinig tijd of het zal als populairste attractie voorbijgestreefd worden. Misschien wordt het Bellagio binnenkort nog geliefder onder toeristen. Dit casino van meer dan een miljard dollar - duurder dan het onlangs geopende Getty Center in Los Angeles - zorgt voor een novum in Las Vegas: het casinodeel zal onderdak vinden in een mediterraan dorpje aan een groot meer pal aan de Strip. Vervolgens zal het niet lang duren voor het Bellagio op zijn beurt weer als grootste trekpleister wordt afgelost door Hotel Paris, waarvoor nu de voorspelbare ontwerpen worden gemaakt.

Voetgangers

Valt er nog wat te leren van het huidige Las Vegas? In hetzelfde jaar waarin Hunter S. Thompson op een mengsel van peppillen, cocaïne, mescaline, alcohol en nog een paar drugs in een dure huurauto over de Strip reed, bezochten ook de architecten Robert Venturi, Denise Scott Brown en Lee Izenour de stad. Maar anders dan Thompson voelden zij zich niet belaagd door nazi's. Integendeel, ze werden gefascineerd door Las Vegas en schreven er het nu beroemde boek Learning From Las Vegas over.

Modernistische architecten konden veel leren van de architectuur in Las Vegas, vonden Venturi en de zijnen in het begin van de jaren zeventig. Ze zagen in de langgerekte Strip een model voor de door autoverkeer gedomineerde steden en de casino's beschouwden ze als bouwkunst, waarin op voorbeeldige wijze plaats was ingeruimd voor populaire iconografie. Nergens beter dan in Las Vegas was te zien dat een gevel geen uitdrukking hoeft te zijn van het interieur van het gebouw, maar op zichzelf kan staan en worden bedekt met tekens en symbolen die de voorbijgangers iets zeggen.

Deze laatste les leert in Las Vegas nog steeds: de skyline van New York New York verhult meesterlijk dat het hier eigenlijk gaat om één groot gebouw en de gevels van het lage casinodeel houden geheim dat erachter niet meer dan een grote platte doos schuil gaat. Maar de autostad bij uitstek is Las Vegas niet meer. Terwijl de automobilisten in het begin van de jaren zeventig op elk uur van de dag met een kilometer of vijftig over de Strip konden zoeven, staan er nu regelmatig files op de Las Vegas Boulevard. Anders dan de platte casino's met hun extravagante neontekens van een kwart eeuw geleden zijn de nieuwe megacasino's dan ook niet gebouwd om vanuit een rijdende auto te worden waargenomen. Ze zijn zo groot dat ze hooguit vanuit een stilstaande wagen goed te zien zijn. Maar beter nog kunnen ze worden bekeken en bezocht door voetgangers.

Het is niet moeilijk om te voorspellen hoe Las Vegas zich verder zal ontwikkelen. De nog overgebleven kleine trouwkapellen, hotelletjes en motels langs de Strip, zoals het prachtige La Concha met zijn betonnen schelp, zullen verdwijnen om plaats te maken voor immense hotels die steeds dichter op elkaar komen te staan. Parkeerterreinen zullen veranderen in hoge parkeerpaleizen, zoals er nu al een paar te zien zijn. Bovendien zullen steeds meer casino's zich vestigen langs de zij-avenues van de Strip. Het tamelijk verafgelegen Hard Rock Hotel, een casinohotel uit 1995 dat is gericht op een jong en modieus publiek, heeft hierin een pioniersfunctie vervuld.

Verder zullen de casino's steeds meer door loopbruggen met elkaar worden verbonden, zoals nu al het geval is met het kwartet Tropicana, Excalibur, MGM Grand en New York New York. Om te verhinderen dat de gokkers en pretzoekers toch nog in hun auto's stappen, zal het ze steeds gemakkelijker worden gemaakt om, ongetwijfeld besproeid door koele waterdamp uit palmbomen, op roltrottoirs van het ene casino naar het andere te gaan. En het zal niet lang meer duren of er zweven monorailtreinen langs de Strip die toeristen snel en uiteraard goedkoop via alle grote casino's van het vliegveld naar de oude stad brengen.

Misschien is dit nog wel de belangrijkste les van het huidige Las Vegas: ook de autostad bij uitstek bljift niet eeuwig een autostad, maar verandert onvermijdelijk in een dichtbebouwde voetgangersstad.