Het heelal na Pal

George Pal, in 1908 in Boedapest geboren, wilde architect worden, studeerde, vond in dit beroep geen emplooi en legde zich toe op het maken van poppenfilms. Voor de oorlog werkte hij bij de UFA, daarna kwam hij in Eindhoven terecht, maakte reclamefilms voor Philips en werd zo goed in het scheppen van 'speciale effecten' dat Hollywood onvermijdelijk was.

Er zijn ook schrijvers die zich op de 'speciale effecten' hebben toegelegd: Jules Verne, H.G. Wells en Rudolf Raspe, de vader van Baron von Münchhausen. Het is bijna onvermijdelijk dat filmmakers van deze tijd die auteurs van vroeger een keer zullen tegenkomen. De Baron is voor de tegenwoordige stand van zaken in de beschaving misschien wat te naïef. Hij ontsnapte op een kanonskogel uit een belegerde stad, Sebastopol. De luchtreis daarna die er het meest aan doet denken, komt voor in Dr. Strangelove, maar dan gaat het om de krankzinnig geworden Peter Sellers die op een atoomraket zit. Andere tijden, andere zeden.

Al in 1939 had Orson Welles in Californië paniek veroorzaakt door The War of the Worlds voor de radio tot een lange nieuwsuitzending te verwerken. Pal liet zich daardoor inspireren en maakte er een film van, in 1953. Die heb ik toen gezien, daarna nooit meer. Ik maakte kennis met de vliegende schotels, zag mijn eerste dodende stralen, afgevuurd door mijn eerste buitenaardse wezens. Het gevaar is niet denkbeeldig dat ze de hele aarde zullen veroveren, maar dan voltrekt zich, van buitenaards standpunt bezien, het verschrikkelijke. Ze worden verkouden, hebben tegen dit ongemak geen afweermechanisme ontwikkeld, stappen als verschrompelde wrakken weer onder hun potdeksels of verdrinken in hun eigen snot. Ik geef toe dat ik me beschaafder zou kunnen uitdrukken, maar opslag in het geheugen lukt het best als je het opgeslagene zo duidelijk mogelijk hebt geëtiketteerd. Ik blijf George Pal dankbaar voor deze film. Voor de samenstellers van onze Grote Winkler Prins is zijn oeuvre niet groot genoeg om hem te vermelden.Hoeveel keer is onze planeet door buitenaardse wezens bezocht? Je zou daarover wel een geschiedenisboekje kunnen schrijven, met de anatomische, psychologische en sociale kenmerken van de bezoekers; een ethnologie van het buitenaardse. Daaruit zouden cultuurcritici dan weer het een en ander kunnen afleiden over de ontwikkeling in de gesteldheid der mensen. In ieder geval komen er nooit engeltjes uit de vliegende schotels. Was dat wel het geval dan zou het met de science fiction op de film vlug gedaan zijn.

In grote trekken verloopt de ontmoeting tussen de mens en zijn astrale tegenhanger altijd volgens hetzelfde schema. Het wordt vechten. Dat op zichzelf maakt het genre niet interessant. De vraag is telkens weer hoe het buitenaardse is ontworpen. Wat dat aangaat is er een grote stap voorwaarts gedaan met de Alien-films, waarin de omvang van een olifant was verenigd met de pantsering van een kreeft en de druipende glibberigheid van een oester. Ze leggen hun eitjes in een mens, dat dan òf gewoon blijft doorlopen tot de vrucht zich een weg naar buiten baant, òf in een cocon van onverscheurbaar spinrag moet blijven staan tot het zo ver is.

De eerste Alien was de beste, ik denk door de geraffineerde montage die ervoor had gezorgd dat het publiek dit onnoemelijk dreigende telkens maar in een flits te zien kreeg. Hoe uitvoeriger de dreiging visueel wordt beschreven, hoe meer ze tot constructie wordt en daarmee haar oorpronkelijk wezen verliest. De Alien-films zijn ontworpen door de Zwitser H.R. Giger, die ik ervan verdenk, weer in de leer te zijn geweest bij de Duitse tekenaar Paul Weber en de graficus Hans Bellmer. Vergeleken met de Alien hoort de Blob die zijn slachtoffers door de afvoer van het bad het riool in zuigt, eerder tot het komische genre.

Nu Starship Troopers van Paul Verhoeven. Op de trailer ziet het er goed uit. Heirscharen van zeer grote en denkende insecten proberen de mensheid neer te sabelen. De mensheid is dan, voorzover ik het heb begrepen, ondergebracht in een autoritair georganiseerde maatschappij, met allerlei symboliek die aan zulke samenlevingsvormen doet denken. Ik werd opgebeld door een bezorgde omroep die wilde weten of daarmee het fascistisch gevaar op aarde niet wordt aangekweekt. Dat kon ik zeggen zonder daarvoor naar Hilversum te komen: Nee. Het gaat om het ontwerp van de insecten. Als dat goed is, kan er niets gebeuren. 'Het heelal zit vol leven,' citeerde Paul Verhoeven in een vraaggesprek met de Volkskrant Stephen Hawking, de beroemde kenner van het heelal. 'Het zit vol leven, en dat is waarschijnlijk vijandig.' Dat hopen we.