Het broeit in de doeken van Van der Sloot

Jentje van der Sloot, Tripgemaal Museum, Hooivaartsweg 14, Gersloot. T/m 29 jan, Za en zo 12-17u. Inl. (0513) 571267.

Donkergroene bomen, met bladerkronen als duistere bollen, waar hier en daar nog de lichte lucht doorheen prikt, overheersen op de schilderijen van Jentje van der Sloot. De doeken van de Friese vertegenwoordiger in landbouwwerktuigen die na zijn pensionering begon te schilderen, zijn nu te zien in het Tripgemaal Museum in het Friese plaatsje Gersloot. Het zijn wonderlijke landschappen die Van der Sloot (1881-1962) schilderde. Ze hebben ondanks hun soms wat onbeholpen perspectivische opbouw een poëtische kracht die ze aan doorsnee 'zondagsschilderkunst' doet ontstijgen.

Van der Sloot kwam uit een boerengezin uit de buurt van Franeker. Zijn broer Andries van der Sloot, die kunstschilder wilde worden, lukte het een echte kunstopleiding, aan de Academie in Den Haag, te gaan volgen. Jentje bleef in Friesland, krabbelend van baantje naar baantje. Hij probeerde in zijn vrije tijd wel eens wat te schilderen, net als zijn broer, maar hijzelf en zijn omgeving vonden het maar niks. Pas eind jaren vijftig, toen hij niet meer hoefde werken, begon hij in Huize Avondrust in Leeuwarden serieus te schilderen. Hij overwon zijn schroom, en ging naar de Haagse Academie om advies - en kreeg prompt een expositie. Zijn korte carrière als schilder, vastgelegd in een mooie catalogus, begon op zijn 78ste jaar. Er volgden meer exposities, in Leeuwarden en Bazel, Van der Sloot verkocht werk, en bijna tot zijn dood, in 1962 op 81-jarige leeftijd, schilderde hij door aan zijn wonderlijke oeuvre. Hotel heet een van die bijzondere schilderijen, met zo'n raadselachtige lichte lucht, vol wolken, en op de voorgrond vier van die dichtduisterende bomen. Midden op het schilderij, half achter die bomen verscholen, op een kruispunt van wegen, staat het hotel, ongenaakbaar, met een hekje er om, en met helverlichte witte ramen. Hoewel er twee aandoenlijk knullige autootjes met mensjes erin op de wegen rijden, heeft het hele tafereel een raadselachtige, stille verlatenheid. Het is een geladen stilte, die versterkt wordt doordat er in dat donkere groen van Van der Sloot iets duisters broeit. Neem een vergelijkbaar doek, Dekema State in Jelsum, waarin het gebouw lijkt te gloeien als een lamp in de donkere omgeving, en waarin de bomen hun groen tegen de grijze lucht donker dicht zwellen, zoals in de eerste regels van het gedicht Het tuinfeest van Martinus Nijhoff: 'De Juni-avond opent een hoog licht/ Boven de vijver, maar rond om de helle/ Lamp-lichte tafel in het grasveld zwellen/ De bomen langzaam hun groen donker dicht.'

Maar feest, met plassende riemen in de vijver of met lampionnen, zoals in het gedicht, wordt het nooit op de doeken van Van der Sloot, hoewel hij ook zijn visie op parken, zoals de Prinsentuin in Leeuwarden, schilderde, met mensen op de bank bij de vijver, tussen donker geboomte, en bloeiende waterlelies, als lichtgevende lampionnen bijna, op het water.

Er is poëzie in Van der Sloots werk, maar het is poëzie van het hoge licht en de duistere aarde zoals in zijn verbeelding van de vervening in de Deelen. Twee nietige mensfiguurtjes zijn daar met turfkorven bezig turven van stapels in een bootje in een grauwe sloot te laden. Dat schilderij is in het Tripgemaal Museum goed op zijn plaats, omdat eigenaar en tentoonstellingsmaker Thom Mercuur in het prachtige oude gemaalgebouwtje in de Friese veenstreek ook turven en turfstekersgereedschap heeft neergelegd. Niet in een oudheidskamer-opstelling, maar meer als een levende herinnering aan het recente armoedige verleden van de streek, zoals ook Domela-Nieuwenhuis' gestileerde portret, die in deze omgeving als de verlosser ('us ferlosser') werd gezien, de gevel van het museum siert.

Boten op het IJsselmeer, Het rode paard, Picknick - het zijn allemaal juweeltjes van schilderijen van Van der Sloot, een kunstenaar van wie zelden werk te zien is. Het is de verdienste van Thom Mercuur dat hij, los van enige officiële kunstinstelling, werk van deze en andere kunstenaars toont in zijn eigen museumpje.

Het is daarom ook te hopen dat hij de kans krijgt zijn grote project te voltooien: hij wil in Friesland, bij Oranjewoud, een museum neerzetten voor dit soort eigenzinnige kunstenaars.