Goed gesprek met dader 'zinloos' geweld

Daders en gedupeerden van 'zinloos geweld' moeten van psycholoog F.Denkers met elkaar spreken. De confrontatie als loutering.

ROTTERDAM, 9 JAN. Politie en justitie moeten daders van 'zinloos geweld' in de gelegenheid stellen een uitgebreide reconstructie te geven van hun daad en de gebeurtenissen die daartoe hebben geleid. Dat is louterend voor henzelf en voor de geschokte gemeenschap.

Dat vindt de psycholoog en beleidsadviseur van de Amsterdamse politie Frans Denkers, die ook werkt bij het centrum voor ethiek van de Nijmeegse universiteit.

Denkers spreekt van een “veilige context” waarin daders ten overstaan van slachtoffers en gedupeerden hun versie van de gebeurtenissen kunnen geven, of tegenover een vertrouwenspersoon die er dan een verslag van maakt.

De psycholoog verwijst naar zogenoemde 'conferences' in Australië en Nieuw Zeeland, waarin daders, slachtoffers en indirect betrokkenen op initiatief van de politie gezamenlijk de gepleegde misdaad bespreken en oplossingen aandragen voor het voorkomen van zulke delicten.

De samenleving is volgens Denkers gebaat bij een complete reconstructie van geweld zoals dat bijvoorbeeld in Leeuwarden heeft geleid tot de dood van Meindert Tjoelker. “Zonder kennis van de waarheid over de motieven blijft het gissen en wordt alleen maar voedsel gegeven aan de demonisering van de daders en aan de stigmatisering van de bevolkingsgroep waartoe zij behoren. Met duidelijkheid over de motieven wordt ont-monsterd en wordt, na de waardige morele verontwaardiging, de weg geëffend naar nog een andere, latere, fase - die van de vergeving”, schrijft Denkers in het tijdschrift Speling.

In het huidige strafrecht is een waarheidsgetrouwe reconstructie onmogelijk, zegt de psycholoog in een toelichting. “Verklaringen tegenover de politie worden afgelegd in een verdedigingssituatie. Verklaringen in het strafrechtelijke circuit zijn leugens of valse reconstructies, gericht op vrijspraak of strafvermindering. De verdachte liegt zich te pletter want er zwaait iets, hij probeert onder een straf uit te komen. Het strafrecht stelt een verdachte daartoe in staat. Justitie is eigenlijk ook niet geïnteresseerd in een reconstructie, omdat justitie vooral bezig is om te voldoen aan criteria die in de wet zijn gesteld. Door dit alles herkennen gedupeerden zich niet in de reconstructie, en blijven ze met vragen zitten. Waarom deed hij dat? Waarom moest hij nou mijn kind hebben? Dat zijn vragen die meestal alleen door de dader beantwoord kunnen worden.”

Denkers hoopt dat gesprekken tussen daders en slachtoffers tegenwicht zullen bieden aan de neiging van het Nederlandse strafrecht “met het conflict aan de haal te gaan” en daardoor dader en slachtoffer de kans ontneemt “door het conflict heen te komen”.

Denkers: “Dader en gedupeerde worden uit elkaar getrokken. Dat begint al letterlijk als de politie ingrijpt bij een burenruzie. In het strafrechtelijke traject rationaliseren daders zich vervolgens tot slachtoffers van het justitiële apparaat en krijgen daarna nooit meer de kans om oog in oog met gedupeerden te staan.”

Doordat uitleg van de kant van de daders uitblijft, blijven spanningen in de samenleving voortbestaan, zo stelt de politiepsycholoog vast. Hij verwijst naar de ervaringen van veroordeelde leden van de Rote Armee Fraktion (RAF) in Duitsland, die om politieke redenen geweld gebruikten. Dat zij door justitie niet werden erkend in hun ideële motieven maar over één kam werden geschoren met 'gewone' criminelen, heeft bepaald niet bijgedragen aan hun verzoening met de samenleving, aldus Denkers.