Gesprek met Van Gogh-kenner Jan Hulsker; Er kwamen zomaar Van Goghs uit de lucht vallen

“Ik ben ervan overtuigd dat een aantal schilderijen vervalsingen zijn,” zegt Jan Hulsker. Hij is al veertig jaar bezig met de studie van brieven en werk van Vincent van Gogh. Het Van Goghmuseum is niet gelukkig met zijn beweringen.

“De hele opgewonden geschiedenis over vervalsingen heeft niks met Van Gogh te maken. Alle aandacht gaat uit naar geld. Vroeger was hij de gek die zijn oor had afgesneden, en nu is het: 'Van Gogh ... o ja, weet je van die vervalsingen?' ”

Jan Hulsker (1907) praat met tegenzin over de vervalsingsaffaires waarover hij sinds de publicatie van de zevende (engelstalige) editie van zijn catalogue raisonné van Van Gogh, vorig jaar, steeds wordt geraadpleegd.

Hulsker: “Het is allemaal begonnen met de Tuin in Auvers, het doek waar de Franse staat dat gigantische bedrag voor heeft betaald. En toen kwamen de journalisten bij mij - want in mijn boek staan allemaal van die vraagtekentjes. Maar die vervalsingen interesseren mij niet. Zo'n boek is niet de plaats voor openbaringen over echt of onecht. Van Gogh was een belangrijk kunstenaar, met een geweldig interessant leven - dáár wil ik het over hebben. En ik ben er niet rijk van geworden hoor.” Na een korte stilte voegt hij er aan toe: “Als ik geweten had wat dit allemaal teweeg zou brengen had ik het anders gedaan.”

Hulsker, van oorsprong neerlandicus, heeft een rijke en zeer afwisselende loopbaan achter de rug. Na de oorlog promoveerde hij met een dissertatie over de schrijver Aart van der Leeuw. Tot 1953 combineerde hij het leraarschap met het schrijven van film- en kunstkritieken voor de NRC en Het Vaderland, waarna hij chef van de afdeling Kunsten van het ministerie van CRM werd. Van 1959 tot aan zijn pensionering in 1972 was hij directeur-generaal voor culturele zaken. Vervolgens wijdde hij zich volledig aan de bestudering van de brieven van Van Gogh, waarmee hij in de jaren vijftig begonnen was. In 1958 publiceerde hij zijn eerste bevindingen in Maatstaf. In totaal verschenen van Hulsker tien boeken over Van Gogh, de meeste bij Meulenhoff, waaronder, naast de overzichtscatalogus, Van Gogh door Van Gogh; De brieven als commentaar op zijn werk; met daarin opgenomen alle brieffragmenten die over het werk gaan met de schetsen erbij; Lotgenoten, een dubbelbiografie van Vincent en Theo; en een keuze uit de brieven onder de titel Vincent van Gogh, Een leven in brieven.

Hulsker is een gastvrije en energieke man. Het is nauwelijks te geloven dat hij negentig jaar oud is. Uren achtereen praat hij over de schilder die hij bewondert. “Ik ontdek nog steeds nieuwe dingen in de brieven. Onlangs heb ik weer iets opgestuurd aan het Burlington Magazine. Hij was een groot idealist, een geweldig intelligente en belezen man. En dat je dat kan! Als een duivel de hele dag schilderen, en dan 's avonds zulke lange brieven schrijven! En het zijn niet zo maar brieven, ze gaan echt over iets - Vincent was een groot schilder èn een groot schrijver.”

Hulsker emigreerde vijftien jaar geleden naar Canada. Hij woont met zijn 75-jarige vrouw Chris in Victoria op Vancouver Island. Ze zijn omringd door uiteenlopende kunstvoorwerpen: schilderijen van Jaap Wagemaker en Jan van Heel, sculpturen van André Volten en Salvador Dali, een Inuit-pentekening op zeehonden-darm van een rollende zeeleeuw, Japanse prenten, een zeventiende-eeuwse pentekening van een Kruisdraging van de hand van Jan Luyken. Glooiende grasvelden met dikke eiken omringen de comfortabele villa. Op het terras hangt een voederbak met suikerwater voor de kolibries die in de tuin overwinteren.

Vervalsing

Sinds 1996 is 'het geval Van Gogh' veranderd van een debat tussen specialisten in een media-debat dat nu al het grootste spektakel in de kunstgeschiedenis wordt genoemd. Tuin in Auvers (1890), dat op de lijst stond van voorwerpen van nationaal cultureel belang en dus het land niet mocht verlaten, werd in 1992 op een Parijse veiling door de eigenaar Jean-Jacques Walter verkocht aan de bankier Jean-Marc Vernes. Het werk bracht door het exportverbod 55 miljoen francs op, terwijl het voor 200 miljoen francs naar het buitenland verkocht had kunnen worden. Walter deed de Franse staat een proces aan, waarna de staat in februari 1996 veroordeeld werd aan Walter de resterende 145 miljoen francs te betalen. Enkele maanden later verschenen de eerste berichten dat Tuin in Auvers niet van de hand van Van Gogh was. Het zou geschilderd zijn door Claude-Emile Schuffenecker, tijdgenoot van Van Gogh en petit-maitre van de school van Pont-Aven, waartoe ondermeer Emile Bernard en Paul Gauguin behoren. Verscheidene experts hebben bevestigd dat Tuin in Auvers een vervalsing is. Ook Hulsker betwijfelt de echtheid van het schilderij. Voor Hulsker weegt zwaar dat Van Gogh in zijn brieven het schilderij nergens noemt, en dat het na de dood van de schilder op de markt is gebracht door kunsthandelaar Amédée Schuffenecker, broer van Claude-Emile.

Tuin in Auvers is lang niet de enige kwestie. Het Japanse verzekeringsconcern Yasuda kocht in 1987 voor bijna 80 miljoen gulden een zonnebloemenschilderij dat vrijwel zeker eveneens van de hand van Schuffenecker is. Hulsker is er van overtuigd, en hij is niet de enige, dat zeker tientallen 'officiële' Van Goghs omstreden zijn. In zijn overzichtswerk plaatst hij bij 47 schilderijen en tekeningen vraagtekens, waaronder bekende werken als het Portret van Dokter Gachet met een Tak Vingerhoedskruid in zijn Hand en Het Ziekenhuis St. Paul in St. Rémy-de-Provence, beide in het Musée d'Orsay te Parijs, de Arlésienne in het Metropolitan Museum te New York, en Een hoek van de tuin te St. Rémy in het Van Goghmuseum. De laatste drie werken zijn in de catalogus van de grote jubileumtentoonstelling van 1990 in het Van Goghmuseum nog omschreven als authentiek.

Hulsker baseert zijn bevindingen op de ruim 700 brieven van Van Gogh - of liever 'Vincent'. Zo wilde de schilder immers genoemd worden, getuige een passage uit de brief van 24 maart 1888 aan zijn broer Theo: 'Ook nog welbedankt voor alle stappen die je ondernomen hebt voor de tentoonstelling van de Indépendants (-) Maar ofschoon het er voor deze keer absoluut niets toe doet, in het vervolg dienen ze mijn naam in de catalogus op te nemen zoals ik mijn doeken signeer, d.w.z. Vincent en niet Vangogh (-)' In zijn brieven aan Theo - en enkele tientallen aan de bevriende schilder Anthon ridder van Rappard, zijn zus Wil, aan Paul Gauguin - geeft Van Gogh nauwkeurige beschrijvingen van zijn tekeningen en schilderijen, vaak voorzien van schetsjes. Door deze brieven te bestuderen kwam Hulsker tot een chronologie van Van Goghs oeuvre die afwijkt van de catalogue raisonné van Baart de la Faille (1886-1959). De eerste editie van De la Faille verscheen in 1928. Tot aan zijn dood werkte De la Faille aan correcties ten behoeve van een derde editie, die uiteindelijk verscheen in 1970, samengesteld door een commissie van experts onder voorzitterschap van A.M. Hammacher. Bijstellingen waren voortdurend nodig omdat er vanaf de eerste decennia van deze eeuw, te beginnen met Schuffenecker, sprake is van talrijke vervalsingen. Al in de eerste jaren na zijn dood stegen de prijzen van Van Gogh razendsnel. Berucht is vooral het Berlijnse Wacker-schandaal in 1928. Otto Wacker had twintig valse Van Goghs op de markt gebracht. Hij werd veroordeeld tot negentien maanden gevangenisstraf.

De chronologie van Hulsker is nu internationaal geaccepteerd. In zijn boek staan alle werken die bij elkaar horen naast elkaar vermeld en afgedrukt: een schilderij steeds samen met de voorstudies en schetsen uit de brieven. De catalogus vermeldt 2125 schilderijen en tekeningen, ontstaan in de korte periode van Van Goghs kunstenaarsschap van 1880 tot 1890.

De brieven zijn door de weduwe van Theo, Johanna ('Jo') van Gogh-Bonger, in 1914 voor het eerst gepubliceerd. Hulsker heeft de originele brieven gelezen in Laren, thuis bij Ir. V.W. van Gogh, zoon van Jo en Theo. Ze lagen in bundeltjes in laden. Tegenwoordig zijn ze opgeborgen in een kluis in het Van Goghmuseum.

De brieven geven natuurlijk geen volledig uitsluitsel over het oeuvre. Van maart 1886 tot februari 1888 bijvoorbeeld woonde Van Gogh bij Theo in Parijs en schreef hij dus weinig brieven. Veel vervalsingen zijn gedateerd in deze tijd. Bij de vaststelling van authenticiteit speelt als andere factor dan ook de herkomst van de werken een belangrijke rol. Want afgezien van enkele schilderijen die hij weggaf of ruilde met andere schilders kwam al het werk van Vincent bij Theo terecht; hij heeft bij zijn leven niets verkocht. Hulsker: “Je zou evengoed kunnen zeggen dat hij al zijn werk heeft verkocht. In ruil voor maandelijkse betalingen stuurde hij immers zijn tekeningen en schilderijen naar Theo, die kunsthandelaar was.” Theo overleed in 1890, zes maanden na Vincent. Werken die aantoonbaar afkomstig zijn uit het bezit van Jo Van Gogh-Bongers zijn dus om die reden redelijk safe.

Hulsker: “Van de meeste werken kon ik de datum van ontstaan vrij exact achterhalen. Een voorbeeld: de Vissersboten op het strand van Saintes-Maries, op 50 kilometer afstand van Arles. Vincent beschrijft hoe hij 's ochtends heel vroeg op het strand vissersboten getekend heeft en vervolgens geaquarelleerd, en hoe hij daarna met de paardentram naar huis ging en er de volgende dag een schilderij van heeft gemaakt. In zijn brief aan Theo, die ik afgaande op de brieven ervoor en erna dateer tussen 6 en 11 juni 1888, voegt hij een schetsje toe van het schilderij. Het schilderij heb ik dus gedateerd: ca. 5 juni 1888. Bij de zesde editie, in 1980, was ik nog niet in alle gevallen zover dat ik tot op de dag kon dateren. Nu wel; en zodoende heb ik in mijn zevende editie vraagtekens geplaatst daar waar ik niet helemaal zeker ben van de datum. Soms vallen de vraagtekens samen met twijfel aan de echtheid van een werk. Als een werk vervalst is weet ik natuurlijk al helemaal niet wanneer het is gemaakt. In mijn inleiding bij het boek schrijf ik dat men niet moet denken dat alles wat erin staat afgebeeld ook authentiek is. Hoeveel en welke dat zijn, daar laat ik me niet over uit. Ik heb niet eens alle betreffende werken gezien, en hád ik ze gezien dan wist ik het nog niet zeker.”

“Nu is er een journalist op de onzalige gedachte gekomen om al die vraagtekentjes te tellen. En vervolgens concludeerde hij: volgens Jan Hulsker zijn 45 werken vals. Louis van Tilborgh, hoofdconservator van het Van Goghmuseum, heeft die foutieve redenering helaas overgenomen en zegt nu: en van die 45 zijn er 16 bij van ons!”

Moeizaam

De relatie tussen het Van Goghmuseum, met name de vorige directeur Ronald de Leeuw (nu directeur van het Rijksmuseum) en Hulsker is zeer moeizaam. Hulsker heeft het museum altijd consequent van zijn bevindingen op de hoogte gesteld. In 1993 heeft hij zijn hele studie samengevat in het engelstalige document Vincent van Gogh, A guide to his work and letters, en dit kado gedaan aan het museum. Het boek bevat onder andere concordanties van de nummeringen van de la Faille en Hulsker, en van de brievennummeringen van Jo van Gogh en Hulsker. Het is zodoende de ruggengraat van Hulskers levenswerk. De Stichting Van Gogh, die de nalatenschap van Jo en Theo beheert, stelde geld ter beschikking om het boek te publiceren, zodat het nu voor ieder geïnteresseerde in het museum verkrijgbaar is. Ronald de Leeuw schreef een kort voorwoord: 'Jan Hulsker is een onvermoeibaar schrijver. Notities van hem belanden iedere maand op de bureaus van het Van Goghmuseum, waarmee hij de staf deelgenoot maakt van zijn laatste ontdekkingen. Het leek een goed idee om de vruchten van zijn arbeid niet voor ons zelf te houden.'

Het Van Goghmuseum is in de praktijk echter niet zo blij met Hulskers bezigheden. Zijn brieven blijven vaak onbeantwoord. De afwijzende houding van het museum veranderde een paar jaar geleden in openlijke tegenwerking, toen het museum zijn toestemming weigerde voor een reproductie van werken ten behoeve van een Japanse cd rom over Van Gogh. Hiermee belemmerde het museum de publicatie van Hulskers catalogus, omdat de Japanse sponsor van het boek de cd-rom als voorwaarde had gesteld. Na juridische touwtrekkerij zijn uiteindelijk het boek èn de cd-rom er gekomen, alleen bevat de cd-rom nu geen enkel werk uit de collectie van het Van Goghmuseum.

Over de redenen voor de vijandigheid laat Hulsker zich niet uit. De kwestie van expertise speelt ongetwijfeld een rol. Hulsker: “Het blijft een gok om te zeggen hoeveel schilderijen niet authentiek zijn. Daar is veel onderzoek voor nodig. Laat de schilderijen-experts zich er maar over buigen. Maar ik ben ervan overtuigd dat een aantal schilderijen vervalsingen zijn. En wat de Yasuda-Zonnebloemen betreft, dat doek heeft bij mij geen vraagteken omdat ik er op dat moment nog geen vermoeden van had. Wèl heb ik geschreven dat er nooit sprake is geweest van een derde doek met 14 zonnebloemen.” Overigens sponsort het Yasudaconcern de bouw van de nieuwe vleugel van het Van Goghmuseum met 37,5 miljoen gulden. Ondertussen werken drie stafleden van het museum sinds enkele jaren aan een wetenschappelijke, geannoteerde uitgave van de brieven. De voltooiïng hiervan zal nog een jaar of tien in beslag nemen.

Establishment

Hulsker staat, zoals gezegd, niet alleen. Drie gepassioneerde Van Gogh-liefhebbers stellen alles in het werk om de waarheid over de vervalsingen boven tafel te krijgen. Het zijn Jean-Marie Tasset, kunstcriticus van de Figaro; Benoit Landais, een Franse Van Goghkenner, die getrouwd is met een Nederlandse arts, die vlakbij Amsterdam woont en zijn bed min of meer heeft opgeslagen voor de deuren van het museum om inzage te krijgen in enkele essentiële documenten; en Antonio de Robertis, een Milanese bouw-ingenieur die een Internet site over Van Gogh heeft geopend. Deze 'amateurs' zien zich geplaatst tegenover het establishment, de conservatoren van het Van Goghmuseum en de Direction des Musées de France. Zij zijn de Don Quichottes die de strijd aanbinden tegen de 'officiële' historici. Daarnaast is er nog het duo Walter Feilchenfeldt en Roland Dorn, beiden erkende specialisten. Ook zij betwijfelen de echtheid van de omstreden doeken, waarbij zij zich baseren op de brieven, de herkomst, en het handschrift.

Het wachten is nu op het boek van Landais over Paul Gachet, de zoon van dokter Gachet. In de jaren vijftig schonk Paul Gachet, amateurschilder, een groot aantal Van Goghs aan het Louvre, waaronder het portret van Docteur Gachet, nu in Musée d'Orsay. De Hoek van de tuin van St. Rémy in het Van Goghmuseum is ook afkomstig van Paul Gachet.

De la Faille nam ze niet op, omdat hij ervan overtuigd was dat het vervalsingen waren. Ze komen niet in de brieven voor. Hulsker: “In mijn dubbelbiografie kun je al lezen dat Gachet jr. bijzonder onbetrouwbaar was. Niemand mocht zijn schilderijen zien, ze kwamen in de jaren vijftig zo maar uit de lucht vallen. Paul Gachet heeft geprobeerd zijn naam glorie te verlenen door grote schenkingen te doen, en door zichzelf en zijn vader een belangrijke rol toe te dichten in het leven van Van Gogh.” Landais publiceerde onlangs een artikel waarin hij laat zien dat Gachet jr. opzettelijk onexact uit de brieven citeert. Landais noemt hem een notoire leugenaar en een jaloerse, overambitieuze man. Hulsker: “Landais heeft heel goede argumenten.

Er ontbreken nog enkele stukjes aan zijn puzzel, brieven in het museum die hij tot dusverre niet heeft mogen inzien. Het museum noemt hem een amateur. Maar ik weet dat Landais de brieven heel goed kent. Als ze zeggen: die man weet er niks van, dan is dat mis.''

Röntgenstralen en ander wetenschappelijk onderzoek, zoals het nauwgezet tellen van de draden van schering en inslag om het linnen te verifiëren, zullen nu verder uitkomst moeten bieden. Maar men is het er over eens dat wetenschappelijke expertise nooit 100% waarheid geeft, zoals ook is ontdekt door het Rembrandt Research Project. In allerlaatste instantie is het oog doorslaggevend.