Fluitend langs het kerkhof

Thomas Lynch: Ondergronds. Levensberichten uit het uitvaartwezen. Vertaald uit het Amerikaans door Auke Leistra. Vassallucci, 231 blz. ƒ 39,90

Er is een oud nonsensliedje van Tom Waits waarin de hoofdpersoon zich presenteert als een durfal, een spijkerharde kerel die voor de duvel niet bang is. In 'Whistlin Past The Graveyard' wordt gelachen om de gruwelen in de wereld, worden nacht en nevel getrotseerd, en loopt de 'ik' bij voorkeur fluitend langs het kerkhof: 'Whistlin past the graveyard/ steppin on a crack/ I'm a mean Motherhubbard/ papa one eyed jack.'

De titel van de Waits-song was een goed motto geweest voor Ondergronds, een originele essaybundel van de Iers-Amerikaanse auteur Thomas Lynch (1948). Maar Lynch, die eerder twee dichtbundels publiceerde, koos een songtekst van Kurt Cobain en een dichtregel van Vergilius om zijn 'levensberichten uit het uitvaartwezen' in te leiden. Door de beroemdste zelfmoordenaar van de jaren negentig samen te brengen met Dantes gids in de onderwereld, maakt hij meteen duidelijk dat we van doen hebben met een onconventioneel boek over de dood, een pendant van Evelyn Waughs beroemde begrafenissatire The Loved One.

Ondergronds (The Undertaking) beschrijft de wereld volgens een lijkbezorger, maar wel een die een groot gevoel voor humor koppelt aan een laconieke kijk op zijn vak. Lynch, die als begrafenisondernemer werkt in een stadje in het Midden-Westen, behandelt in twaalf korte hoofdstukken zowel zware onderwerpen (zelfmoord, stervende ouders) als lichte, variërend van het gekibbel van zijn grootmoeders tot de amoureuze werking van een gedicht over een artisjok. Altijd is zijn stijl monter en zijn toon licht verwonderd. Bij Lynch is rouwen 'een omgekeerde romance, liefde met terugwerkende kracht', heet de baby boom een 'demografisch gezwel', en wordt de sfeer in een provinciestad als volgt beschreven: 'Er heerst het algemene gevoel dat het leven dat we hier leiden gevuld is met de prettige taak om er samen iets van te maken dat we over twintig jaar “de goede oude tijd” kunnen noemen.'

Hoewel Lynch in Ondergronds inzicht geeft in de praktische kant van zijn vak - de voordelen van balseming en februarikou, het verschil tussen knikkisten en kapkisten - zijn het vooral zijn uitwaaierende gedachten over leven en dood die je bijblijven. In het hoofdstuk 'Uncle Eddie N.V.', over de nering van een in 'onfrisse doden' gespecialiseerde lijkbezorger, mondt een plastische behandeling van bloedige zelfmoorden uit in een felle aanval op Jack Kevorkian, de Amerikaanse dokter die euthanasiepatiënten helpt met zogenaamde zelfmoordmachines. Erger dan de mediageile verkooppraatjes van deze 'Dr. Death' vindt Lynch de onverschilligheid van het Amerikaanse publiek ten opzichte van het euthanasievraagstuk. Want: 'Als we ons weigeren in te laten met vragen van leven en dood, kunnen we dan anders verwachten dan dat de markt het overneemt?' Het is volgens Lynch bijna altijd beter om onze loved ones bij te staan in hun stervensuur dan ze te assisteren bij hun zelfmoord.

'Waar de dood niets betekent, is het leven zinloos,' schrijft Lynch. Geen wonder dat hij gefascineerd is door de manieren waarop de dood in het dagelijks leven geïntegreerd kan worden. In 'Het golfatorium' ontvouwt hij zijn plan voor een golfterrein dat tegelijk functioneert als kerkhof: 'honderdvijftigduizend volwassen begrafenissen op elke achttien holes', terwijl er ongelimiteerd as kan worden uitgestrooid over de zandhindernissen. Even later komt hij met nog een andere asbestemming: vermengd met polymeren en kunstharsen kan de visser wederopstaan als werphengel, de gokker als stapel fiches en de kattenliefhebber als etensbakje. 'Welke gourmand zou, na jaren in de keuken, weerstand kunnen bieden aan de kans om gedenkzandloper te worden, of laten we zeggen asloper: zijn stoffelijke resten zouden een levende metafoor worden van de verstrijkende tijd.'

'Deadpan' is het enige juiste woord voor Lynch' stijl; hij schrijft grappig maar niet te lollig, provocerend maar niet bot, toegankelijk maar niet oppervlakkig. Misschien wel de mooiste passages van Ondergronds zijn die waarin Lynch vertelt over zijn vader, een overbezorgde man die zijn kinderen voortdurend dingen verbood omdat 'hij juist iemand begraven (had) die net dat gedaan had.' Als lijkbezorger trad Lynch in de voetsporen van zijn vader, die hij bij wijze van rite de passage zelf begroef; met het schrijven van een boek over lijkbezorging loste Lynch naar eigen zeggen een oude belofte aan zijn vader in.

Met 50.000 verkochte exemplaren was Ondergronds het afgelopen jaar een succès de surprise in Amerika. Lynch, die al vaak genoemd was als kandidaat voor een literaire prijs, was een van de zes genomineerden voor de National Book Award in de categorie non-fictie. Ondergronds kreeg de prestigieuze prijs niet; die ging naar een biografie van Thomas Jefferson. Een kwestie van overmacht, luidde Lynch' reactie; voor een dode president was hij geen partij.