Eurojaar

1998 wordt het jaar van de aanloop naar de euro. Vanaf 1 januari volgend jaar zal de nieuwe Europese munt geen abstractie meer zijn, maar echt bestaan. Dit jaar moeten daartoe nog een aantal belangrijke beslissingen worden genomen. In deze eerste eurorubriek van het nieuwe jaar een overzicht van de belangrijkste eurodata in 1998:

1 januari: Groot-Brittannië heeft het halfjaarlijkse voorzitterschap van de Europese Unie overgenomen.

23-27 februari: alle vijftien EU-lidstaten maken hun belangrijkste economische gegevens over 1997 bekend. Deze gegevens zullen van doorslaggevend belang zijn bij het besluit welke landen kunnen toetreden tot de EMU.

Op basis van deze gegevens zal de Europese Commissie rapporten over de verschillende EU-lidstaten publiceren.

20-22 maart: EU-ministers van Financiën bespreken in het Engelse York de rapporten van de Europese Commissie en het Europees Monetair Instituut (EMI), de voorloper van de Europese Centrale Bank (ECB 25 maart of kort daarna: openbaarmaking van de rapporten van de Europese Commissie over welke landen aan de criteria van Maastricht voldoen. Deze criteria bepalen wie mag deelnemen aan de EMU.

1-3 mei: bijzondere Europese top in Brussel. EU-regeringsleiders en staatshoofden besluiten welke landen de euro zullen invoeren. De ministers van Financiën besluiten tevens over de onderlinge koppeling van de valutakoersen van de deelnemers. Verder valt formeel een besluit over de leiding van de nieuwe ECB.

De top wordt voorafgegaan door een speciale bijeenkomst waarin het Europees Parlement nog advies geeft over de rapporten van de Europese Commissie. Dit advies is niet bindend.

6 mei: Verkiezingen in Nederland.

11-15 mei: Europees Parlement moet instemmen met benoeming van de leden van de raad van bestuur van de ECB. Vervolgens kan de Europese Centrale Bank worden gevormd. De bank zal operationeel zijn vanaf 1 juli 1998. Het EMI houdt op te bestaan.

15 en 16 juni: halfjaarlijkse EU-top onder Brits voorzitterschap in Cardiff.

1 juli: Oostenrijk neemt het halfjaarlijke EU-voorzitterschap over.

7 september: verkiezingen in Duitsland.

31 december: aankondiging van de definitieve waarde van de nationale valuta's ten opzichte van de 'oude' rekeneenheid ecu. Eén ecu wordt vervolgens één euro waard.

1 januari 1999: de euro wordt als girale munt ingevoerd. Nationale munten en bankbiljetten blijven nog drie jaar in omloop. Duitsland neemt het halfjaarlijkse EU-voorzitterschap over.

4 januari 1999: de financiële markten gaan weer open, na weekeinde vol technische aanpassingen. Staatsobligaties worden in euro's uitgegeven. Grote ondernemingen kunnen rekeningen in euro's aanhouden. De consument kan in verschillende landen kiezen voor euro-rekening of rekening in oude valuta.

1 januari 2002: invoering euromunten en -biljetten. Geleidelijk verdwijnt de gulden uit de roulatie. Nationale valuta's van de landen die deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie mogen nog maximaal zes maanden gebruikt worden als betaalmiddel.