EMU-CRITERIA

Om aan de Economische en Monetaire Unie te kunnen deelnemen moeten de kandidaatlanden voldoen aan een aantal strenge criteria, opgesteld tijdens de EU-top in Maastricht in 1991.

Het begrotingstekort in 1997 mag niet méér bedragen dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp)

De staatsschuld mag niet hoger zijn dan 60 procent van bbp of moet in bevredigende en afdoende mate in die richting dalen. De inflatie op jaarbasis mag niet hoger zijn dan 1,5 procentpunt van het gemiddelde van de drie EMU-leden met de laagste geldontwaarding.

De wisselkoers van nationale valuta's moet gedurende twee jaar stabiel zijn geweest in het Europees Monetair Stelsel (EMS) en mag zijn spilkoers niet hebben gedevalueerd. De rentevoet in lidstaten mag niet meer dan twee procentpunt afwijken van het gemiddelde van de drie landen met de laagste geldontwaarding. De nationale centrale bank moet politieke onafhankelijkheid genieten.(MS)