Eén dollar voor een blik op mij

“We zijn een makelaar in aandacht.” Nat Goldhaber, directeur van het Californische CyberGold, laat geen misverstand bestaan over de intenties van zijn bedrijf. CyberGold betaalt Web-gebruikers voor iedere advertentie die zij op de Web-pagina van CyberGold bekijken. Wie vragen over die advertenties kan beantwoorden krijgt een paar dollar op de rekening bijgeschreven. Dat geld kan meteen worden besteed of geschonken aan een goed doel naar keuze.

De eerste indicaties zijn dat de aanpak werkt. Sterker nog: in de afgelopen maanden heeft het bedrijf al vele navolgers gekregen.

Toen een jaar of wat geleden de eerste advertenties op het World Wide Web verschenen, konden die nog op de nodige aandacht rekenen. Maar inmiddels wordt de gebruiker overspoeld door duizenden advertenties. Vorig jaar vochten niet minder dan 400.000 Web-sites om aandacht. Marktonderzoekers verwachten dat de bestedingen aan Web-reclame - Webvertising - de komende jaren tot 5 miljard dollar zullen stijgen.

Maar de adverteerders willen wel waar voor hun geld. Procter & Gamble weigerde in 1986 al het reguliere tarief voor Web-advertenties te betalen, gemiddeld zo'n 25 dollar per duizend maal dat een advertentie wordt aangeklikt. Zo'n advertentie is vaak een banner, een strookje dat verwijst naar de eigenlijke Web-pagina van de adverteerder. Maar van de duizend gebruikers blijken maar enkele die pagina ook werkelijk te bekijken. Procter & Gamble eiste daarom tarieven die gebaseerd zijn op click through, op 'doorklikken' naar de pagina's.

Een gehate manier van adverteren op Internet is spam, de elektronische variant van ongevraagd drukwerk. Louche bedrijfjes schuimen het Web af op zoek naar email-adressen, waarop vervolgens elektronische post wordt gedumpt. Protesteren helpt niet, omdat de spammers, of bulkmailers zoals ze ook worden genoemd, veelal valse adressen gebruiken. Het rendement van spam is gering. De meeste reclameboodschappen worden ongelezen weggegooid, net als ongevraagd drukwerk in de echte brievenbus.

Nat Goldhaber van CyberGold voorzag dat met het groeiend aantal Internet-pagina's echt lezen steeds belangrijker wordt. “Als je Internet beschouwt als een marktplaats voor aandacht is het niet meer dan logisch dat je voor die aandacht betaalt”, zegt hij in zijn kantoor in Berkeley, Californië. CyberGold spreekt met zijn klanten dan ook geen standaard-advertentietarieven af. Telkens als een Web-gebruiker kan bewijzen dat hij een advertentie heeft gelezen, betaalt de adverteerder een bepaald bedrag. De bedragen variëren van 50 dollarcent tot meer dan vijf dollar.

Om belangrijke adverteerders te overtuigen van de juistheid van zijn aanpak trok Goldhaber voor de Raad van Bestuur van zijn bedrijf grote namen aan, onder wie Jay Chiat, de directeur van het beroemde reclamebureau Chiat/Day, marketinggoeroe Regis McKenna en Peter Sealey, de voormalige marketingdirecteur van Coca Cola.

Maar de reclamewereld reageert niettemin sceptisch. “Men vindt ons gevaarlijk of ronduit idioot”, zegt Goldhaber. De houding van de reclamebureaus heeft CyberGold tot nu toe parten gespeeld. “We hebben enkele potentiële klanten verloren, omdat hun reclamebureaus het een slecht idee vonden.”

De consument denkt daar duidelijk anders over. Het bedrijf heeft al meer dan 100.000 deelnemers en wekelijks komen daar duizenden bij. Voorlopig gaat het alleen om mensen met een Amerikaanse bankrekening, maar er zijn plannen om ook in Japan en Europa met CyberGold te beginnen. Haast is geboden, want er zijn kapers op de kust. Een bedrijfje genaamd Big Bang maakt al geld over zodra een advertentie wordt aangeklikt. Een ander bedrijf grossiert in airmiles. Get Rich Click looft prijzen uit. “In Korea bestaan zelfs al bedrijven die onze naam hebben gejat”, weet Goldhaber.

Is hij niet bang dat Web-gebruikers alleen aanklikken zonder de advertenties tot zich te laten doordringen? Die vrees deelt Goldhaber niet. Uiteindelijk wil hij methoden verzinnen die tot daadwerkelijke aankopen leiden: “Je moet als het ware een snoer van broodkruimels op de grond leggen, dan komt het vogeltje vanzelf.”