Dun akkoord over Philips-nota employability

EINDHOVEN, 9 JAN. Van life-time employment naar life-time employability. Dat is waarvoor Philips en de bonden zich de komende jaren hard maken. “Voor wie niet mee wil of kan veranderen dreigt maatschappelijk en economisch isolement”, meldt de gisteren verschenen nota 'Employability een noodzaak', opgesteld door vakbonden en onderneming.

Directeur A.W.A. de Haas van de Nederlandse Philipsbedrijven sprak van een “totale consensus” van de partijen die straks gaan onderhandelen over de nieuwe CAO. “Dit is belangrijk, dit blijft bij ons tot in de volgende eeuw.”

Maar van de aangekondigde gezamenlijke presentatie kwam in Eindhoven niets terecht. “Die gezamenlijke persconferentie berustte op een misverstand”, aldus bestuurder J. Cuperus van de Industriebond FNV. Misverstand of niet: de kaartjes met namen van de onderscheiden vakbondsvertegenwoordigers op de tafel werden ijlings weggepakt zodat alleen dat van De Haas overbleef.

Op een eigen persbijeenkomst zei Cuperus: “We zijn wel akkoord gegaan met de inhoud van de nota omdat anders de discussie over employability onmogelijk zou worden, maar dit is nog niet wat het moet zijn. Wij vinden dat de werknemers onvoldoende aan hun trekken komen. Philips wilde alles flexibel maken maar dat hebben we uit de nota weten te houden.”

Toen de eerste berichten over de employability verschenen, werd de indruk gewekt dat Philips alle vaste contracten wilde wijzigen in tijdelijke, maar, zo zei De Haas gisteren, “dat was geheel foutief. Wat Philips wèl wil is het recht op bestaanszekerheid vervangen door werkzekerheid”, zei hij.

De overige vakbonden staan volledig achter de gisteren gepresenteerde tekst. A. Verhoeven van de Unie sprak van een prima start. “Dit geeft me een warm gevoel. Als de Industriebond dit vlees noch vis noemt, dan noem ik dat een diskwalificatie van de eigen inspanningen.” Employability is in de definitie in de nota 'het vermogen van een werknemer om nu en op termijn functies te kunnen blijven vervullen zodanig dat de werkzekerheid toeneemt, primair binnen de huidige organisatie maar ook daarbuiten'. De nota vervolgt: 'De werkgever wil graag een personeelsbestand dat gemakkelijk in omvang is aan te passen aan de conjunctuur en aan het seizoen en dat gemakkelijk kwalitatieve aanpassingen in de organisatie absorbeert. Een werknemer zal moeten beseffen dat zijn inzetbaarheid, naarmate hij langer op een en dezelfde functie binnen Philips verblijft, elders (ook buiten Philips) kleiner wordt'.

Van belang is, zo voegde De Haas hieraan toe, een regelmatig terugkerend functioneringsgesprek en een meer leeftijdsbewust personeelbeleid, voor oudere en jongere medewerkers.

In een verklaring van de Industriebond FNV staat dat van een door de vakbond gewenst investeringscontract bij Philips geen sprake is. “De bond wil de mensen een grotere werkzekerheid bieden dan nu bij Philips het geval is. Zo willen we dat het aantal tijdelijke krachten zal verminderen. Daarom vinden we dat Philips deze werknemers een contract voor onbepaalde tijd moet aanbieden.”

De bond is fel tegen de idee om een deel van het vaste loon in te ruilen voor een soort prestatiebeloning. “De Industriebond wil dat het prestatiedeel komt bovenop het huidige loon en niet in de plaats daarvan”, aldus Cuperus.

De nota zal onderwerp van bespreking worden bij het overleg over een nieuwe CAO, dat in maart begint.

Die CAO zal gelden voor 40.000 werknemers van Philips in Nederland. Er komt nog een onderzoek naar de factoren die aspecten als mobiliteit, flexibiliteit en inzetbaarheid tussen het indiensttreden en de pensionering beïnvloeden. Die studie zal in de tweede helft van dit jaar worden afgerond.