Deadline

Het gebeurt niet vaak, maar soms schrijft iemand een stuk waarvan je denkt dat gaat over mij, of nog beter dat ben ik. Het gebeurde mij gisteren bij het lezen van het stuk van Michiel Hegener over slaap.

“Slapen”, zei Nietzsche, “is geen geringe kunst. Je moet er de hele dag wakker voor blijven.” Zo heb ik het ook altijd gevoeld, maar bij het ouder worden verandert er steeds meer in mijn slaapgewoonten. Tenminste ik dacht dat het door het ouder worden kwam, maar dankzij het stuk van Hegener begrijp ik dat het aanzienlijk ingewikkelder ligt. In de loop der jaren ben ik in mijn werk steeds ambitieuzer geworden en de hoeveelheid slaap heb ik daarbij aangepast.

Eigenlijk ben ik een organisatiedeskundige geweest, die de voor de slaap beschikbare uren steeds beter heeft ingericht en die daardoor ook een steeds groter rendement heeft gehaald uit de uren dat hij niet hoeft te slapen. Tijdens de slaap ligt de fabriek stil. De machines roesten en als je daar niets aan doet, waart al snel de dood over de terreinen en door de loodsen. Het ideaal is natuurlijk een continubedrijf. Altijd de hoge lichtmasten aan en overal klinkt het geluid van bedrijvigheid. De tijd om te dromen is beperkt tot de lunchpauze. Arbeiders doen er even hun hazenslaap om dan verkwikt weer aan het werk te gaan.

Paradoxaal genoeg is mijn slaapmanagement uit luiheid geboren. In de tijd dat ik nog thuis woonde, sliep ik de dag zo'n beetje rond. Er is mij verteld dat mijn ouders op een late zondagmiddag ongerust aan mijn bed hebben gestaan, omdat zij dachten dat ik nooit meer zou ontwaken. Maar ik lag nog vredig in bed en ver van deze wereld zweefde ik hoog boven het universum, niet beseffend dat ik op weg was om het wereldrecord langslapen te verbeteren. (Opmerkelijk: mijn Guinness Book of Records vermeldt wel een wereldrecord slapeloosheid van 449 uur, maar laat het langslapen onbesproken. Langslapers hebben natuurlijk weer geen tijd gehad om een record te laten registreren.)

En toen kwam de deadline. Het eerste stukje moest geschreven worden en het eerste stukje moest worden ingeleverd. Er zijn mensen die vooruit werken. Al ver voor de afgesproken datum hebben zij hun opdracht uitgevoerd. Maar zo iemand ben ik niet. Ik ben meer van het type Carmiggelt, die altijd zei dat hij nooit iets in portefeuille had.

Luie mensen hebben de neiging zoveel mogelijk alles uit te stellen. Zij drentelen rond en denken erover na hoe ze iets aan zullen pakken, overigens zonder iets aan te pakken. Ze komen er maar niet toe om Oblomov helemaal uit te lezen. Inmiddels komt de deadline steeds dichterbij. Morgenochtend moet er worden ingeleverd. Dat betekent dat ik nú nog wel even een boodschap kan doen. Terug in huis de boodschappen uitgepakt. Hèhè even zitten, even uitrusten. De televisie aan en met een half oog naar Lingo kijken. Leeg is het leven, anders niet, het schiet voorbij gelijk een snelle vliet die langs de boorden schiet, zonder ooit te keren.

O ja, de deadline! Het is nu inmiddels twaalf uur 's avonds geworden en nog steeds staat er niets op papier. De luie mens begint te worstelen met de slaap. Hij kan nog even een tukje gaan doen, maar dan loopt hij de kans dat hij niet meer wakker wordt en zijn deadline voorgoed mist. Voor het eerst in het leven van de luie mens glijdt de nacht slapeloos voorbij. De onrust groeit. Ten slotte tuimelt hij om zes uur 's ochtends uitgeput in een stoel achter het bureau.

En dan geschiedt er een klein wonder. Op de een of andere manier richt het lichaam zich op en maant de geest tot leven. Dan gaat het allemaal razendsnel als in een roes. 's Ochtends om een minuut voor acht is het klaar. Opdracht voltooid. Zie je wel, zo moeilijk was het toch niet. Als je er maar voor gaat zitten, dan komt het vanzelf. Maar waarom kan het vanmiddag dan niet? Of eerder op de avond, dan had ik niet naar Lingo hoeven kijken.

Ten slotte is er nog maar één oplossing om al die tijd niet te vermorsen met nutteloos rond te drentelen. De oplossing is jezelf zoveel mogelijk deadlines te stellen. Voor je die gruwelijkheid aankunt, zijn er alweer dertig jaar voorbij. Maar de slaap heb je dan niet meer nodig.