De oogst van onze eeuw; Michail Gorbatsjov: Perestrojka, 1987

Michail Gorbatsjov: Perestrojka. Blauwdruk voor het gemeenschappelijke Europese huis. Het Spectrum. Niet meer verkrijgbaar.

Het is een van de minst gelezen boeken van de laatste vijftig jaar. Maar wel een van de meest invloedrijke. Dat is vooral de verdienste van de dubbelfunctie die de auteur er op nahield.

Als Michail Gorbatsjov twee jaar secretaris-generaal is van de Communistische Partij der Sovjet-Unie (CPSU) en de rest van de wereld in de gaten heeft gekregen dat er in Moskou iets aan de hand is, doet de partijleider zijn perspectief voor het socialistische vaderland zwart-op-wit uit de doeken. 'Over de verbouwing en het nieuwe denken', heet de dikke pil in het Russisch, in andere talen beter bekend als Perestrojka.

De tijd is er rijp voor, om niet te zeggen overrijp. De 'jaren-zestigers' in de Sovjet-Unie, die een kwart eeuw eerder tijdens de 'dooi' van Chroesjtsjov hun wilde leven hebben geleid en zich later onder Brezjnev in een soort binnenlandse emigratie hebben verscholen, staan op springen. Historische romans als Kinderen van de Arbat van Anatoli Rybakov (over de jaren dertig) en Kaukasus! Kaukasus! van Anatoli Pristavkin (over het verzet van de Tsjetsjenen tegen hun deportatie en goede Duitsers in de 'grote vaderlandse oorlog') of een film als De commissaris van Aleksandr Askoldov illustreren in 1987 een verlangen om het verleden op te helderen. Gorbatsjov (geboren in 1931) is hun generatiegenoot. Hun kinderen geven zich tegelijkertijd juist over aan hun wens te breken met het verleden. 'Tussen hemel en aarde: oorlog', zingt Viktor Tsoi van de punkgroep Kino.

Tegen het licht van deze onophoudelijke uitbarstingen is Perestrojka een raar boek. Gorbatsjovs stijl is die van een spreker die zijn tekst nooit terugleest. Het idee dat hij 'rapport' moet uitbrengen aan het centraal comité van de CPSU verlaat hem nimmer. Maar wie zich een weg kapt door dit bos vol jargon, vindt veel. De analyse van de 'toestand' van de Sovjet-Unie is raak en, naar de omstandigheden van de jaren tachtig, eerlijk. De oplossingen zijn daarentegen een stuk naiëver, om niet te zeggen bescheten. Want de optimistische hoop dat een verbouwing van de Sovjet-Unie het staatsbestel zelf zou kunnen redden, zou een intelligente politicus - en dat is Gorbatsjov - medio jaren tachtig eigenlijk niet hebben mogen koesteren.

Perestrojka is zodoende van a tot z doordesemd van tegenstrijdige gemoedstoestanden.

Over de noodzaak de steven te wenden heeft Gorbatsjov geen twijfels. In het spoor van met name Ronald Reagan stelt hij vast dat de Sovjet-Unie sociaal-economisch is vastgelopen. Het 'administratieve commando-systeem' is sinds de jaren dertig gefixeerd geweest op 'productie'. Het idee dat het volk uit consumenten bestaat en dus 'behaagd' wil worden, is nooit doorgedrongen. Van doelmatigheid is al helemaal geen sprake, zodat de winsten uit de immense bodemschatten niet geïnvesteerd worden in nieuwe technologie maar in het beheer van de oude. Ook de repressie van socialistische staten in Oost-Europa is gebaseerd op deze manier van afkopen, suggereert Gorbatsjov tussen de regels door. Niet toevallig maakt hij nauwelijks woorden vuil aan de DDR. De Bondsrepubliek interesseert hem veel meer.

Met andere woorden: de sovjet-economie is een papieren huishouding. Het gevolg van deze 'vertrouwenscrisis': een 'erosie van de ideologische en morele waarden van ons volk'.

Tot zover niets nieuws onder de zon. Maar dat verandert als Gorbatsjov in een spagaat schiet die het uiterste van van zijn liezen vergt. Met een disciplineringscampagne à la Joeri Andropov (1914-1984), zijn voorganger in het Kremlin die met een autoritair-Aziatisch model de Sovjet-Unie uit het slop wilde trekken, wenst Gorbatsjov het probleem niet te lijf te gaan. Integendeel, hij gokt op een 'democratische revolutie' die van boven wordt ontketend, door het volk zal worden opgepakt en vervolgens het bureaucratische middenkader in de mangel moet nemen. Kortom, eerst de politiek en dan de economie.

Cynisch beschouwd is dat dezelfde strategie die Stalin in de jaren dertig hanteerde, ware het niet dat Gorbatsjov diens praktijk juist afwijst, op grond van een rozige interpretatie van het gedachtengoed van Lenin. Door de bril van Gorbatsjov wordt Lenin, de vader des vaderlands, een halve sociaal-democraat. Glasnost (openheid) bijvoorbeeld is volgens Gorbatsjov een middel om de 'waarheid' te achterhalen. Niet om je tegenstanders eerst publiekelijk aan de schandpaal te laten nagelen, zodat je ze vervolgens relatief eenvoudig kan liquideren - zoals zijn voorgangers deden - maar om de metamorfose van kameraad naar burger te stimuleren. Lenin parafraserend ('Meer licht. Laat de partij alles weten') roept Gorbatsjov zelfs uit: 'We willen méér socialisme en dientengevolge méér democratie'.

Toch ziet Gorbatsjov de obstakels voor zijn 'revolutie' ook vrij scherp. 'Perestrojka beïnvloedt de belangen van vele mensen, van de gehele maatschappij. En uiteraard lokt afbraak conflicten en soms hevige botsingen uit tussen het oude en het nieuwe. Er is natuurlijk geen sprake van bomexplosies of rondvliegende kogels, maar degenen die in de weg staan, verzetten zich. Bovendien zijn laksheid, onverschilligheid, luiheid, onverantwoordelijk gedrag en wanbeheer ook vormen van verzet'.

In 1987 is dat woord 'natuurlijk' nog adequaat. Vier jaar later ligt dat anders. In Litouwen en Riga vliegen dan wèl kogels rond, ruim een half jaar later ook in Moskou. In politieke zin wordt Gorbatsjov daarvan het slachtoffer.

In Perestrojka preludeert hij daar eigenlijk al op. Hij onderkent de ongerijmdheden van zijn 'socialistische keuze'. Maar hij denkt ze te kunnen wegredeneren door zo hard mogelijk in het donker te fluiten. De consequenties van zijn democratische uitleg van het leninisme ontloopt hij door blind te varen op de gemoedstoestand van Lenin, toen die op zijn sterfbed wat kanttekeningen begon te plaatsen bij al te bolsjevistische voortvarendheid. Alleen zo kan hij namelijk diens pre-revolutionaire oeuvre, waarin geen middel tot het doel wordt uitgesloten, negeren. In het verlengde daarvan sluit hij evenzeer zijn ogen voor de schaduwzijde van de multiculturele staat die de Sovjet-Unie pretendeert te zijn. De Sovjet-Unie is ook voor Gorbatsjov uiteindelijk een voortzetting van het Russische Rijk. Hoewel hij als marxist heel goed weet hoe macht en belangen in elkaar overlopen, is hij in Perestrojka niet in staat de laatste stap te zetten: de stap naar de erkenning dat (sovjet)Rusland een imperialistische traditie heeft die in de loop der eeuwen net zoveel kwaad bloed heeft gezet bij de Kaukasiërs, Balten, Oekraïeners en Centraal-Aziaten als het Westerse kolonialisme. De wens (een democratisch socialisme) blijft zo de vader van de gedachte (het behoud van de Sovjet-Unie).

Hoe komt dat? Daarover geeft Perestrojka in 1987 op voorhand eveneens enig uitsluitsel. De auteur van het boek, die later door het Amerikaanse weekblad Time tot 'man van het decennium' zou worden gekroond, neemt met zijn theoretische interpretatie van het leninisme afstand van Lenins politieke praktijk: het leiderschap. Want als er één beeld uit het boek opstijgt dan is het wel dat Gorbatsjovs spagaat al tijdens het schrijven van het boek onhoudbaar is geworden. Enerzijds wil hij een Europese politicus zijn die bemiddelt, anderzijds weet hij dat de Russische cultuur een andere hiërarchische traditie kent. Indachtig zijn eerste verlangen moet hij de teugels loslaten. Zijn kennis van het tweede dwingt hem de partij tegen elke prijs overeind te houden omdat hij, anders dan zijn voorganger Stalin en zijn opvolger Jeltsin, niet op eigen titel maar alleen via de partij leider kan zijn. Dat nu is te veel gevraagd. De partij is ook anno 1987 geen leidende factor meer, hooguit een volgende, zodat haar eerste man wel een quantité negligeable moet worden.

Perestrojka is daarom een ouderwets boek. Zijn hoop dat de politiek alles vermag is een paar decennia te laat uitgesproken. Ook in de Sovjet-Unie is het in 1987 tijd voor a-politiek consumentisme, hoe haaks dat ook moge staan op het beeld dat de Russen van hun eigen cultuur hebben.

De liezen van de leider Gorbatsjov breken dan ook snel na publicatie van Perestrojka. 'In het algemeen is een van de voordelen van het socialisme dat het zo goed kan leren', schrijft hij in 1987. In 1991 blijkt dat het socialisme nog veel revolutionairder kan zijn dan Gorbatsjov voor mogelijk heeft gehouden. Het kan niet zozeer 'leren', het kan zichzelf bij een 'verbouwing' te gronde richten. Vandaar dat het woord perestrojka, dat de wereld heeft veranderd, nu een archeologisch begrip is geworden.